Retro: Groeten uit Monte Carlo van de 15e Grand Prix de Monaco Historique

De zoon van Patrick Depailler, Loïc, deed mee in deze Tyrrell 007. Maar waarom dan met nummer 3, in de auto van Jody Scheckter?

Vooral omdat de nummer 4 er óók was. Met – nog wonderlijker – ook daar de naam van de Zuid-Afrikaan op de auto.
Leuk om te zien, het vader-en-zoon-thema. Deze happy vader maakte bij elke auto in de paddock aan de haven een zelfde foto met telkens een andere auto.

Meer Nederlandse aanwezigheid via de firma HB van Bob en Rody Hoogenboom uit Badhoevedorp. Guillaume Roman had voor deze Ensign N175 ook de zwarte Tissot-kleuren kunnen behouden waarmee Monegask Jean-Pierre Richelmi eerder deze eeuw reed, maar vond het Boro-wit toch mooier.

Er waren zelfs twee HB-auto’s, want ook de N174 van Roelof Wunderink was er. Marco Fumagalli had hem uitgeleend aan de Venezolaan Enzo Potolicchio, die eerder als gentleman-coureur in IMSA actief is geweest.

Een lach terug van Britec-monteur Mark Hillier.
Die zo werd vereeuwigd.

De volgende dag was hij alweer hard aan het werk aan de Surtees TS16 van de Zwitser Serge Kriknoff.

Zuid-Afrika is nooit verweg als je in het paddockgedeelte van de jaren zestig rondloopt.

Deze winnaar van de GP van Monaco mocht natuurlijk niet ontbreken: de Lotus 18 van het privéteam van Rob Walker waarmee Stirling Moss in 1961 de Ferrari Sharknoses versloeg. Nu in handen van Teifion Salisbury, die besloot om Moss niet na te volgen en zonder zijpanelen deel te nemen.