Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet
RETRO

Retro: Groeten uit Monte Carlo van de 15e Grand Prix de Monaco Historique


OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De typerende lichtinval van de Monegaskische paddock op de Quai Antoine 1er.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Die laatste neus hoort bij deze auto: ja, we hadden weer eens een primeur, want Monaco blijft sterk in het lokken van auto’s die je anders nooit ziet.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Zoals de Politoys FX3 uit 1972, de eerste eigen auto van Frank Williams, voordat die het jaar erop werd herdoopt in Iso-Marlboro FX3 en gezelschap kreeg van een tweede chassis. In 1973 kwam daar een nieuw ontwerp bij, de Iso-Marlboro IR, waarvan ook weer twee chassis werden gebouwd. Pas in 1974 koos Williams voor de typeaanduiding die met FW begint: chassis IR-01 werd met terugwerkende kracht FW01 genoemd, IR-02 werd FW02, FW03 was een nieuw derde chassis. Pas vanaf zijn vierde auto in 1975 begon Williams zijn eigen naam te gebruiken: Williams FW04. De bestaande Iso-Marlboro’s werden Williams FW02 en FW03, waarbij de laatste nog weer twee jaar later als Apollon verder ging, toen Loris Kessel van de Zwitserse Jolly Club het chassis had overgenomen. Het tweede FW04-chassis werd in datzelfde jaar de McGuire BM1, na aanschaf door de Australiër Brian McGuire. Daarmee is de chassis-verwarring in het pre-Patrick Head-tijdperk van Williams nog niet compleet, want de drie FW05’s van 1976 waren een jaar eerder hun bestaan begonnen als Hesketh 308C. In de loop van dat seizoen werden de auto’s Wolf-Williams gedoopt, voordat sponsor Walter Wolf met medeneming van ontwerper Harvey Postlethwaite en de hele bestaande Williams-boedel zijn eigen team begon. And the rest is history… Williams begon in 1977 samen met Head helemaal opnieuw als Williams Grand Prix Engineering, het team dat het huidige Atlassian Williams F1 Team als zijn oprichtingsjaar beschouwt: het negeert doorgaans het rommelige eerste decennium van Frank Williams Racing Cars.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Ook de auto’s die het vervolg gezicht gaven, waren aanwezig op Monaco. Zoals de Wolf WR van Walter Wolf Racing, dat met Jody Scheckter een droomdebuut beleefde, maar met James Hunt snel naar de afgrond trok.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

En de March 761 van Patrick Neve, waarmee Williams en Head zeer bescheiden van start gingen. De Saudia-sponsoring op de achtervleugel en de sidepod was echter al een voorteken van de grote toekomst die zou volgen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Die begon met de FW06, een simpele maar zeer effectieve Cosworth-kit-car waarmee Alan Jones het team definitief op de kaart zette. David Shaw bezit de auto al jaren en nam hem weer mee.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Net als de Eifelland, de March 721 die getooid gaat met het waanzinnige carrosserieontwerp van Luigi Colani. De ACM is dol op dit soort obscure F1-auto’s, dus je deelname is gegarandeerd als je er een hebt.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Nog zo eentje: de ‘Spazzaneve’ van eind 1973, zoals chassis 009 van de Ferrari 312B3 bekendstaat. Franco Meiners neemt hem al jaren mee, en alleen naar Monaco. Het chassis heeft destijds nooit geracet en is het symbool van een van de diepste dalen waarin de Scuderia zich ooit heeft bevonden. In de winter van 1973-‘74 gaf een jonge Luca di Montezemolo vervolgens zijn vertrouwen aan Mauro Forghieri, die tekende voor een auto die er totaal anders uitzag, maar ook 312B3 heette. Daarmee lieten Clay Regazzoni en Niki Lauda het Italiaanse team weer bloeien.

Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet