Retro: Groeten uit Monte Carlo van de 15e Grand Prix de Monaco Historique

De mannen van Ayari proberen intussen nog de bak van de Arrows te repareren. De bak is een Arrows-aanpassing van de standaard-Hewland-bak, dus als er Hewland-onderdelen kapot zijn, is er nog een kans. Hewland is immers met een serviceteam aanwezig op het circuit.

Maar helaas, de gestripte tanden zijn van een Arrows-tandwiel. Einde verhaal.

We mogen weer schieten in Anthony Noghès. Maar wat jeuken onze vingers om de zijpanelen uit de ex-Moss Lotus te rukken…

De ene grid volgt de andere op: de vroege 3-liter-auto’s zijn al aan de beurt.

Voetje van de vloer voor Fernández bij uitkomen zwembad.

Dat zou Alex Read een dag later ook kunnen in de Bugatti T51 van Brad Baker.

Die hier samen met de eigenaar zijn derde plaats viert in de pre-war-race. Baker werd tweede, de winnaar was een dolgelukkige Patrick Blakeney-Edwards, die twee jaar geleden zijn auto nog vervloekte, maar ‘m nu een zoen gaf.

Niet alleen Cosworth DFV, maar ook twaalfpitters van Matra, Ferrari en BRM als zeer welkome toevoeging in dit veld.

Voor de BRM van Andy Willis is het wel vroegtijdig afgelopen.

En ook Jean Alesi stapt al voor het einde van de sessie uit zijn Ferrari. Hij mocht blij zijn dat hij überhaupt kon rijden, want op vrijdag ging de 312 opeens dwars bij het aanremmen van de chicane. De neus boorde zich in de vangrail en een hoek werd van de Ferrari afgescheurd. De monteurs van Methusalem Racing werkten in de Riva-loods aan de paddockkade een nacht door om de auto toch weer te herstellen. Een zesde kwalificatietijd was het resultaat, maar in de race speelde Alesi geen rol.