Retro: Groeten uit Monaco van de Grand Prix de Monaco Historique 2024

Ook deze keer was het weer prijs voor Middlehurst, trouwens.

Een F1-auto die nooit een GP reed die meetelde voor het WK, maar het is toch echt een F1-auto: de Assegai-Alfa Romeo. In de jaren zestig en zeventig kende Zuid-Afrika immers zijn eigen F1-kampioenschap. De bekendste coureurs en auto’s daaruit namen wel deel aan de GP van Zuid-Afrika, maar lang niet allemaal.

Nog een F1-auto die begin jaren zestig werd voortgestuwd door de Alfa Romeo-vierpitter die dus ook in Zuid-Afrika heel populair was: de De Tomaso F1 van 1961.

Zo ziet het destijds door Conrero getunede blokje eruit.

Maar op zaterdag bood het torretje een zorgelijker aanblik: Andrea Stortoni en zijn monteur van Wolfe Manufacturing kwamen de collega’s van Scuderia del Portello een handje helpen om te doorgronden waar al die lekkende vloeistoffen toch vandaan kwamen.

Mooi om te zien: de BRP Mk1, de enige auto die het privéteam van de vader (Alfred Moss) en de manager (Ken Gregory) van Stirling Moss zelf bouwde. Aangedreven door een BRM-krachtbron, in het fraaie jadegroen dat alle auto’s van de British Racing Partnership kenmerkte, en met de sticker met coureursnaam erop die verplicht was tijdens de GP van Engeland.

Duidelijk zijn leven niet als monoposto begonnen: de OSCA MT4 uit 1949, de oudste auto in het veld voor naoorlogse GP-auto’s met de motor nog voorin.

Met ons kunt u alle kanten op.

Bijvoorbeeld naar de pitstraat, waar we worden opgewacht door nog meer twaalfcilinders, zoals deze Alfa Romeo 182.

De winnende auto van de F1-race voor de periode 1981-’85 had echter gewoon een Ford Cosworth DFV achterin.