Div: Flying start 2 – De weg is nog lang
Starten
Na de remproef rijden we door naar de start. Hier gaan we het starten oefenen. Allard Kalff staat me al op te wachten en Kees Koning heeft de groene startvlag in handen. Allard legt uit dat ik zo’n 4000 toeren moet houden en als Kees vlagt de koppeling moet laten opkomen. Als de vlag valt laat ik de koppeling opkomen, maar ik kom slecht weg. Met spinnende banden duurt het voor mijn gevoel eeuwen voor ik een beetje snelheid heb, niet echt een start uit het boekje.

Na de volgende remproef, die goed gaat, stop ik weer naast Allard. “Je moet niet meteen vol op het gas gaan, dan maak je teveel toeren”, is zijn commentaar. Ik kon me niet herinneren dat ik dat deed, maar het zal ongetwijfeld de reden zijn dat ik zo slecht weg kwam. “Probeer het nu eens bij 3000 toeren”, adviseert Allard.
Ik let nu goed op dat ik nog geen gas geef tot de auto begint te rollen, maar weer beginnen de wielen te spinnen. Dan denk ik aan de opmerking van Danny vorige week dat de auto over de achterassen draait. Daardoor lukt het niet om te driften, kan het dan ook niet zo zijn dat de auto ook bij het snel accelereren over de assen draait? In de pauze maar eens checken.
Sprinten
Het ochtendprogramma wordt besloten met onze eerste wedstrijd, de sprintrace. We starten met z’n driën tegelijk en wie het eerste bovenop de Hunserug is wint. De tijden zullen getimed worden door Hans Berwers. Op zich al spannend door de competitie, maar ik realiseer me dat we voor het eerst met z’n allen op de Tarzanbocht zullen afstormen. Gaat dat goed? De eerste race rijd ik tegen de witte BMW en een rode Sierra. Ik kijk opzij en de bestuurder van de witte BMW kijkt me aan. Dan onze blik op de startlichten, die door Kees Koning bedient worden. De auto’s die voor ons vertrokken zijn in de verte verdwenen. Ik kijk naar Kees, die wacht tot hij de auto’s links van hem in de Hugenholzbocht ziet doorkomen. Dan drukt hij op de knop en de rode lichten flitsen aan. Ik druk het gas in tot ik 3000 toeren heb. Als het rode licht dooft laat ik de koppeling opkomen en ik ga vooruit. Maar dan beginnen de achterwielen weer te spinnen en ik zie de BMW en de Sierra van me weg rijden. Gelukkig vind ik even later voldoende grip en ik geef mijn BMW flink op z’n donder. Nog ruim voor de Tarzanbocht weet ik eerst de Sierra te pakken. Ik rem later dan de witte BMW die op de ideale lijn zit, maar stuur hem binnendoor langs hem heen. Gelukkig kan ik de auto goed onder controle houden en als eerste kom ik de Tarzanbocht weer uit. Op de Hunserug heb ik een aardige voorsprong, maar niet het gevoel dat ik het echt goed gedaan heb. De tijd zal niet best zijn door de verloren tijd bij de start.
Met z’n zessen
De volgende sprint rijden we met z’n zessen tegelijk. Ik start op de tweede rij, naast twee Renaultjes. Die had ik nog niet eerder gezien. Als we starten gebeurd mij weer hetzelfde, maar de Renaultjes schieten als via een katapult naar voren. Ik kan mijn trucje van de eerste keer herhalen en kom als derde uit de Tarzanbocht, echter op ruime afstand van beide Renaults. Weer geen beste tijd, weet ik al.
Met z’n allen
De laatste sprint rijden we met z’n allen tegelijk en als we opstellen vind ik het al een behoorlijk startveld, meer dan bij menig race tijdens de A-evenementen afgelopen seizoen. Als we gaan starten gaat het rode licht aan, direct gevolgd door het oranje licht. Twee auto’s op de voorste rij geven meteen gas. Maar dat was niet de bedoeling, geeft Kees met vlagsignalen aan. Het was een test om te zien wat er zou gebeuren, de oranje lichten onderbraken de startprocedure. Weer wat geleerd.