Div: Flying start 2 – De weg is nog lang
Ramptoeristen
Ik probeer weer weg te rijden maar er zit geen beweging in. Als ik de deur opendoe zie ik dat de wielen tot aan de assen in het grind staan. Ik besluit op hulp te wachten, want in mijn eentje krijg ik hem er nooit uit. Als ik om me heen kijk zie ik op de dijk heuvel achter de bocht een hele serie toeschouwers staan, wel een man of twintig. Echte ramptoeristen, die precies weten dat er vandaag rookies op de baan zijn en waar je daar het meeste van kunt genieten. Ik denk dat ze geen spijt hebben van hun vrijetijdsbesteding, want de gehele dag door heb ik, naast mijn eigen escapades, de nodige slippartijen gezien.

Einde reputatie
Al snel komen de hulptroepen op gang. Tot mijn schande komen niemand minder dan Michael en Jeroen Bleekemolen, Hans Berwers en Allard Kalff me uit de grindbak halen. Dag reputatie. Allard beaamt mijn bange vermoedens en grijpt meteen zijn telefoon. “Gerrie, kom snel naar de Arie Luyendijkbocht. Dan kun je de foto van het jaar maken”, brult hij lachend in de hoorn. Waar ben ik aan begonnen …
De Nissan van Kees Koning komt me bevrijden en ook hij zit grijnzend achter het stuur. Ik kan het me ook wel voorstellen en lach met hem mee. Niet veel later ben ik weer onderweg en het grind slaat weer vertrouwd tegen de wielkasten. Ik wacht met echt gasgeven tot dat geluid voorbij is. In de Audi S-bocht staat één van de Renaultjes stil op een lastige plaats. De rijder slaat teleurgesteld met zijn hand op de motorkap en in de achteruitkijkpiegel zie ik de hulptroepen alweer aanstormen. Ze hebben het druk vandaag. Ik kan nog een aantal snelle ronden rijden, maar vind helaas geen aansluiting bij een andere rijder. We passeer ik af en toe een gespinde cursist. Ik ben gelukkig niet de enige!

Het volgende onderdeel doen we op het nieuwe gedeelte achterin. Ook dat deel rijden we contra. Na enkele ronden houdt Chris Jelsa me aan en rijdt een ronde met me mee. Hij geeft wat nuttige tips en wil dan een ronde zelf rijden om te laten zien waar ik het beter kan doen. Aan het einde van de ronde zegt hij: “een bijzondere auto is dit. ”.
Tankstop
Na enkele ronden zie ik dat de benzine bijna op is en ik stop langs de kant om Danny te bellen. We hadden dat ’s ochtends al afgesproken, want waarschijnlijk hadden we niet genoeg benzine om het de hele dag uit te zingen. Ik rij weer door, totdat het metertje echt richting bodem van de benzinetank wijst en dan besluit ik terug te rijden naar de pitstraat. Als ik, contra, door de Gerlachbocht rijd zie ik het busje van Danny al staan. Snel tanken we de auto af en ik vraag of Danny de laatste oefening wil meerijden. Dat is inmiddels al zover, we gaan ‘crossroads sprinten’. Dat wil zeggen dat we na de Audi S-bocht contra beginnen, vervolgens kruisen we de baan richting de chicane en het Scheivlak. Het nieuwe gedeelte rijden we normaal en na de Vodafonebocht kruisen we de baan weer richting Hunserug. Dat is tevens de finish.
Eerste uitvaller
Helemaal achteraan sluit ik aan als we eerst een rondje maken om duidelijk te maken wat er van ons verwacht wordt. Ook dat rondje gaat het er al niet zachtzinnig aan toe, ik moet flink doortrappen en aan het stuur trekken. Het valt Danny op en als we de ronde hebben volbracht stapt hij uit. “Stop maar”, zegt hij resoluut, “je hebt een lekke band.” Ik stap ook uit en zie inderdaad dat mijn linker achterband vrijwel plat is.
Einde oefening, weet ik, en we rijden teleurgesteld samen naar de pits.