Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet
Diversen

Div: Flying start 2 – De weg is nog lang



Spekglad
Als we naar de auto’s lopen is het zachtjes gaan regenen. Dat is eigenlijk de moeilijkste situatie op de baan vertelt Michael Bleekemolen. Bij droog weer heb je logischerwijs de beste grip en als het doorregent weet je waar je aan toe bent en neem je je maatregelen. Met die miezerige regen is en blijft het spekglad.

Opstellen
Met Danny als passagier stellen we in 3 rijen op voor de Tarzanbocht. De deelnemers aan de andere cursussen razen al in volle vaart voorbij. Dan zijn wij eindelijk aan de beurt, de auto met daarin de instructeur gaat voorop en wij rijden de eerste ronde niet al te hard om het gevoel weer terug te krijgen. Ik moet duidelijk weer even zoeken naar de ideale lijn, rij een beetje slordig, vindt Danny.

 on board

Al de tweede ronde worden we losgelaten. De Tarzanbocht gaat prima, ik kom mooi op het clipping point bij de kerbstones uit en kan in volle vaart richting Gerlach. Die ga ik veel te hard in en ik moet flink corrigeren. Nog in de bocht roept Danny dat ik hier mijn bocht vergooi. Het leek inderdaad nergens naar. Gelukkig is mijn snelheid goed als ik de Hugenholz inga en in volle vaart rij ik de Hunserug op. In de Rob Slotemakerbocht moet ik weer hard remmen om niet te hard de chicane in te gaan. Dit blijkt op snelheid een lastig stukje. Vol over de kerbstones is geen optie, want die zijn behoorlijk hoog hier. Daar kun je je wielen zelfs op kapot rijden. Ik kom redelijk goed door de chicane dacht ik, maar Danny is niet tevreden. “Te laat in de remmen en te laat op het gas”, is zijn commentaar.

Heerlijk stuk
Bij het ingaan van het Scheivlak lig ik wel weer op de juiste snelheid en dit gaat heerlijk, voor nu denk ik mijn favoriete deel van het circuit. De regen belemmert het zicht enigszins, de ruitenwisser kan het werk ternauwernood aan.

 slecht zicht

Bij de pilon voor het ingaan van de Marlboro bocht tik ik even de rem aan en stuur snel naar de pilon bij de kerbstones in de binnenbocht. Rakelings ga ik langs de pilon en op volle snelheid duik ik de Renaultbocht in. Hier merk ik hoe glad het is, want hoewel ik rem zonder te blokkeren ga ik te hard de bocht in en kom ik niet bij de kerbstones aan de binnenzijde van de bocht uit. Echt in de problemen kom ik niet, maar de ideale lijn is ver te zoeken. Op weg naar de Vodafonebocht kan ik de ideale lijn weer oppakken en daar weet ik weer rakelings langs het pilonnetje te rijden. Danny is echter niet tevreden en zegt dat ik helemaal naar de buitenkant moet sturen en veel eerder op het gas moet gaan.

Controle
Op het oude asfalt na de Audi S-bocht glibber ik weer alle kanten op. Dan remmen voor de Kumhobocht en direkt naar het clippingpoint in de binnenzijde van de bocht sturen. Ik rem voldoende, maar kan de auto niet bij de pilon krijgen. Ruim een meter ernaast rij ik langs en als ik de bocht verder rijd zie ik de grindbak steeds dichterbij komen. Ik stuur wel naar binnen, maar de auto gaat toch steeds verder naar buiten. Ik stuur nog meer en de achterzijde begint uit te breken. Snel tegensturen en ik trek de auto er doorheen. Ik ben geschrokken van het gevoel, want normaalgesproken in het dagelijks verkeer ben je te ver gegaan als de auto uitbreekt. Hier niet. Danny kijkt me glimlachend aan en zegt “goed opgevangen”. Hij legt uit dat dit gewoon hoort bij racen. De auto glijdt achter weg en je compenseert direct. Het is spelen met de voor- en achterzijde van de auto, een gevoel dat je moet ontwikkelen.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet