Div: Flying start, dag 3 – Het muntje begint te vallen

Wat klopt er niet in dit plaatje?
Contra
Bij het volgende onderdeel rijden we het circuit contra. Vanuit de pitstraat rijden we links om de muur, ik vind het nog steeds een raar gevoel. Het klopt gewoon niet, voelt als vloeken in de kerk. Maar ja, het rechte eind is lang en in no time dender ik op de Arie Luyendijkbocht af. Niet vol, want de grindbak aldaar staat in mijn ziel gegrift. Bovendien rijden we nog achter de instructeur aan, we zijn nog niet losgelaten. Toch gaan er de eerste ronde al een aantal cursisten in de rondte. Na de verkenningsronde gaan we met z’n allen op het gas. Het sneeuwen is overgegaan in hagel, voor de gladheid maakte het geen verschil. Het lijkt zo’n dag te gaan worden dat alle weertypen aan bod komen. Weer zie ik verschillende auto’s al dan niet spinnend naast de baan gaan. Als ik bij het uitkomen van het Scheivlak bij de opgeworpen chicane van pillonnen kom kan ik geen ingang vinden. Kennelijk heeft iemand een pillon geraakt. Ook bij de tweede chicane is dat het geval en ik rij gewoon tussen twee pillonnen door.
Na enkele ronden moeten we de pitstraat binnenkomen. Allard Kalff staat ons op te wachten en vraagt ons uit de auto te komen. De auto die achter me stopt heeft een oranje pillon onder voorbumper zitten. Hij zit echt klem, met veel moeite krijg ik hem los. Het geduld van Allard is op, de stoom komt uit zijn oren,

Allard is niet blij met ons en dat laat hij merken ook.
Allard is boos. “Waar slaat dit nu op, die pillonnen staan er niet voor niets. Het gaat om jullie eigen veiligheid, maar jullie doen net of ze er niet staan. Als jullie er gewoon overheen rossen moeten we misschien een paar betonblokken neerzetten.”
Hij heeft gelijk, we beloven beterschap en stappen weer in. Toch liggen de pillonnen enkele ronden weer om. En waaien deed het niet.
Sprintraces
Dan is het weer tijd voor presteren. In de sprintrace rijden we eerst met drie tegelijk, vervolgens met zes, negen en met z’n allen. Na het starten bij de slalom ben ik benieuwd hoe het nu zal gaan. Een fel zonnetje heeft de nattigheid verdreven, weer een nieuwe ervaring.

Voor het eerst zijn er droge plekken te zien.
Bij mijn eerste start gaan de lampen op rood, maar op dat moment is er iets aan de hand, want het licht gaat niet op groen. Uit de versnelling halen durf ik niet, want dan ben ik zeker te laat weg. Ik weet hoe dat gaat, precies als ik hem uit z’n één heb wordt het groen. Maar het duurt minuten en na enige tijd voel ik behoorlijk de druk van de koppeling. Als dan na een eeuwigheid het licht op groen gaat ben ik inderdaad prima weg. Al voor de Tarzanbocht heb ik een redelijk gaatje. Ik ga de Gerlach iets te hard in maar kan hem houden en ook de Hugenholz kom ik goed door. Vol gas de Hunzerug op, nog steeds fier aan de leiding. Dan zie ik plotseling pillonnen en realiseer ik me dat we niet het hele circuit rijden. Ik moet de Nationale bocht in rechts maar ga veel te hard. Met kunst en vliegwerk trek ik de BMW door de bocht. Hans Leerdam staat aan de binnenkant van de bocht te wijzen waar ik de vouwen uit zijn broek moet rijden, maar ik heb daar geen tijd voor. Sorry Hans. De Audi-S neem ik goed en ik kom als eerste aan, maar een echt goede tijd zal het niet zijn denk ik. We rijden een aantal sprintraces met wisselend succes, waarbij het starten echt goed begint te gaan.