Div: Flying start, dag 3 – Het muntje begint te vallen
Eerste rondjes
Als ik samen met Danny naar de auto loop ben ik minder nerveus dan de vorige keer. Vreemd, ik had juist verwacht dat ik nu bloednerveus zou zijn. De weersomstandigheden zijn immers niet veel anders, droge plekken zijn er op het circuit niet te zien en ook in de lucht is alleen veel onheilspellends te zien. Ik vraag Danny of hij eerst een paar rondes wil rijden. Hij kijkt me een beetje verbaasd aan, maar protesteert niet. Mij geeft het een lekker gevoel, ik kijk goed hoe hij zijn ronden rijdt, waar hij instuurt, waar hij schakelt. Hij zoekt al snel de dingen op die ik angstvallig probeer te vermijden. De achterkant van de auto begint te glijden en Danny begint te grijnzen. Hij geeft nog wat gas bij en glijdt prima door de bocht om op volle snelheid weer zijn weg te vervolgen. In twee ronden tijd hebben we volgens mij iedereen ingehaald en is het mijn beurt. Danny mag helaas niet meer als mijn passagier meerijden, dus rij ik alleen mijn eerste ronden.

In de pitstraat kunnen de instructeurs instappen om een rondje mee te rijden.
Sneeuw
De regen is inmiddels overgegaan in sneeuw. Niet dat het wegdek wit wordt, maar veel goeds geeft het niet, glijden is nog steeds mijn hobby niet. Het gaat echter niet slecht en van glijpartijen is geen sprake. Als de finishvlag aangeeft dat we moeten binnenkomen voor het volgende onderdeel voel ik me lekker. In de pitstraat worden twee rijen gevormd, één rij gaat weer de baan op om tegengesteld te rijden, de andere rij gaat de slalomrace rijden. Mijn rij. Op de Bavariapaddock staat het vol met oranje puntmutsen. Kees Koning, de officiële starter van de Racing School, staat al klaar met de groene vlag, samen met Frans Vörös. Eerst rijden we een rondje om het parcours te verkennen. Vervolgens mogen we twee aan twee van start, wie het eerste bij de pillon is heeft voorrang.

Starter Kees Koning trotseert de sneeuw en vlagt ons weg.
Ik herinner me dat starten niet bepaald mijn sterkste punt was. Voor ons gaan twee getunde auto’s van start. Ze maken er een echt spektakel van. Met gierende banden gaan ze weg. Ik start samen met Paul in de witte Volvo 340. Tot mijn verbazing kom ik redelijk weg en inderdaad ben ik als eerste bij de pillon. Paul kan goed volgen. Halverwege moeten we een u-bocht maken en ik ga weer eens veel te hard. Ik hou de BMW onder controle, maar schiet te ver door en Paul profiteert slim. Mijn eerste slalomrace verlies ik roemloos.
Slalomraces
Er zijn nog veel meer races, eerst met z’n tweeën tegelijk en later zelfs met z’n drieën. Gelukkig weet ik er ook een aantal te winnen. Voor mijn gevoel gaat het starten wat beter. Ik hou de auto niet op 3000 toeren, maar net onder de 2000. Dan heb ik geen wielspin en kan ik het gas beter opvoeren. Zo hou ik grip en kan ik snelheid opbouwen.