Retro: Groeten uit Paul Ricard van de Grand Prix de France Historique van 2024

In het hoofdgebouw van het circuit waar de Ferrari 641 van Prost stond uitgestald, wordt intussen dagelijks een net zo grote Franse F1-legende geëerd.

Deze superster was er evenmin – begrijpelijk uiteraard – maar de wellicht mooiste auto uit zijn carrière wél: de glorieuze 312B3 uit 1974.

Er waren overigens vele, vele Ferrari’s van de partij, mede met dank aan het Duitse Methusalem Racing. U ziet waarschijnlijk zelf vast wel welke.

Hier eentje die zich van pure schaamte nog half verbergt: de dramatisch slechte 312T5 van 1980. Toch zou ook deze later op de baan verschijnen, in gezelschap van een tijdgenoot, ter herinnering aan een van de mooiste rondesequenties uit de geschiedenis van de GP van Frankrijk. Als de organisatie nog een paar weken had kunnen wachten, was het chassis van Jody Scheckter er wellicht beschikbaar voor geweest. Die 312T4 gaat op Monaco bij RM Sotheby’s in de verkoop.

In Nederland wordt er inmiddels net zo streng gehandhaafd op de Europese regels tegen tabaksreclame, maar in Frankrijk bestaat dat regime al sinds mensenheugenis. Sterker nog, dezelfde regels gelden er voor alcoholreclame.

In elke rijdersbriefing werd speciaal aandacht besteed aan de manier waarop de Franse autoriteiten de regels handhaven. Of alle teams daar even rekening mee wilden houden. Welke oplossingen waren er mogelijk? Nou, bijvoorbeeld een alternatief woord…

Maar twee letters van de sponsornaam afplakken is evenzeer toegestaan.

Zelfs eentje is genoeg, vindt de Franse handhaver!

Soheil Ayari deed het héél slim: ‘Citanes’ is toch een ander woord?

Maar ‘Mr John of B’ (pseudoniem van een grote Franse verzamelaar) volgde de regels nog niet op de opbouwdag, maar pas tijdens de eerste officiële kwalificatiesessie. Want tja, dat is de letter der wet! Fascinerend weetje: in Frankrijk gaan al sinds 2016 stemmen op om dit niet in Nederland verkrijgbare merk én het al even populaire zustermerk te verbieden. De reden? Omdat ze 'te cool' zouden zijn. Daar is overigens niets tegen in te brengen, maar of dat voldoende argumentatie is voor een verbod? De ironie ervan is moeilijk te ontkennen. Goed, de merken zijn nu eigendom van het particuliere bedrijf Imperial Brands, maar ze verdienden hun coolheid in de periode dat ze werden uitgebaat door SEITA, een 100%-staatsbedrijf...

En ‘achter de schermen’? Gelden de regels daar ook? Interessante vraag, waar wij het antwoord ook niet meteen op weten.