Retro: Groeten uit Paul Ricard van de Grand Prix de France Historique van 2024

Dan door de pitstraat. Georg Hallau is klaar om naar buiten te gaan in zijn Theodore N183.

Nog niet zover: Piero Lottini in de Osella. De auto bleek een zorgenkindje voor het team en zou bijzonder weinig kilometers maken.

Martin Stretton in de aanslag in de Tyrrell 012. Een tweede plaats op zondag was een mooi resultaat voor iemand die met Monaco in het achterhoofd enigszins met de rem erop reed.

Hier kort daarvoor nog met zijn steun en toeverlaat Russell Sheppard.

Ewen Sergison had de Surtees TS9 verruild voor de Shadow DN9. Hij was snel, maar pech op zaterdag stond het podium in de weg.

Zijn zoon Alfred – zonder twijfel de populairste mascotte in het hele veld! – had trouwens ook ander vervoer: zijn nieuwe trapauto was een klassieke Mercedes…

Zijn team Avit! Motorsport onderscheidde zich bovendien maar weer eens door de teamkleding, die zoals altijd on point was.

Mauro Bianchini geeft sinds kort een tweede leven aan de Shadow DN8 die jarenlang van Jason Wright was. Of eigenlijk een derde leven, want de periode-Patrese moeten we natuurlijk ook meerekenen.

Over derde levens gesproken: de Ensign N180 waarin Jan Lammers het nog een tijdje tevergeefs probeerde, reed in zijn historische periode jaar na jaar rond in handen van Simon Fish. Die zette een paar jaar geleden de auto te koop, stopte er een tijdje mee en is nu via een huurcontract terug met de oude Arrows A4 van Steve Hartley. De Ensign is inmiddels van Gianluigi Candiani, die op zondag koploper Mike Cantillon tegenkwam. De Ier koos bij het lappen van de Ensign te snel zijn eigen lijn, met als gevolg verbogen wielophangingen voor beide auto’s. Toen Fish de auto na afloop op een oplegger van de sleepdienst zag binnenkomen, ging er toch iets van pijn door hem heen, zo bekende hij.

De Ensign was overigens niet de enige auto die op die manier terugkeerde in de pitstraat…