Retro: Groeten uit Monaco van de Grand Prix de Monaco Historique 2022

Op weg naar met gemak het meest dramatische moment van de vrije trainingen: Martin Stretton in de Tyrrell 012 waarmee hij vorige maand nog won op Donington Park. Nu kwam hij lang niet zover. De Amerikaanse eigenaar van de auto, Martin Adams, had zó lang uitgekeken naar de mogelijkheid om met zijn auto uit 1983 te mogen deelnemen aan Monaco – en met de nieuwe race tot 1985 kreeg hij eindelijk zijn kans.

Totdat het tussen zwembad en Rascasse fout ging: Stretton wilde Ken Tyrrell nog even links passeren vóór het frommelbochtje om het restaurant, maar de Amerikaan zag hem niet en bleef de ideale lijn aanhouden. De Tyrrell 012 raakte met zijn rechterachterwiel het linkervoorwiel van de Tyrrell 011 en werd vol de vangrail van Rascasse in gelanceerd. Einde weekend. Tyrrell zelf kwam meteen naar binnen om zijn auto te laten controleren – hier te zien – maar had geen schade. In de race werd de naamgenoot van de legendarische teambaas sterk zesde, na een duel met de Lotus 91 van Katsu Kubota.

En dit bleef er over van de Tyrrell 012 van Stretton...

Tijd voor de kwalificaties (op zaterdag) en de races (op zondag). De meeste Nederlandse aanwezigheid was in race A1 te vinden, de race voor vooroorlogse GP-auto's en voiturettes. Hier Lucas Slijpen in zijn lichte en watervlugge Amilcar.

Daar vliegt Slijpen de heuvel op, op weg naar het casino. Hij zou niet de jackpot winnen. Mede vanwege een gebrek aan pk's in zijn C6 kwam hij niet verder dan de 16e plaats.

En daar is Ivo Noteboom in zijn Maserati 6CM – die opmerkelijk veel vaker in zijn cockpit keek dan op de baan!

Duim omhoog voor de snelste man in het veld: Mark Gillies in ERA R3A.

Een van de kanonnen in race A2 voor GP-auto's tot 1961: de Scarab van Julian Bronson, voor deze gelegenheid toevertrouwd aan Andrew Haddon, die er vierde mee werd.

Guillermo Fierro (hier links) eiste de laatste podiumplaats voor zich op in de Maserati 250F.

Het liefst had hij rechtstreeks op de baan geduelleerd met zijn vriend Lukas Halusa, die speciaal voor de gelegenheid óók een 250F had aangeschaft – en een 300S voor de sportwagenrace, want Halusa legde eerder dit jaar aan ons uit dat rijden in exact dezelfde auto's als zijn kameraad Guillermo voor hem het grootste plezier van Monaco zou zijn. De Oostenrijker vermaakte het publiek met zijn spectaculair driftende stijl, maar kwam niet verder dan de zesde plaats in de eindrangschikking.

De auto die niet te houden was – of eigenlijk was het de coureur, want Claudia Hürtgen liet iets speciaals zien in de Ferrari 246 Dino van Alex Birkenstock. Ze stapte pas op het laatst in, zodat ze in beeld nog als Alex Birkenstock werd aangekondigd, maar dat bleek geen enkel probleem: pole en de overwinning. Wie via Goodwood de livestream volgde, kon nog grinniken over de fout van de twee jonge commentatoren die haar 'Alex Birkenstock' bleven noemen terwijl de camera's haar in de pits volop in beeld namen. Maar je kon 't Alex Brundle eigenlijk ook niet kwalijk nemen: wie kent er nog een vrouwelijke F3- en Super Touring-coureur uit de jaren negentig? Hij noemde haar keurig 'she', want hij zag tenslotte een vrouw in beeld, en ja, Alex kan ook een meisjesnaam zijn. En ook heel progressief gedacht, want waarom zou de baas van een schoenenimperium geen vrouw kunnen zijn?

Bij gebrek aan Andy Middlehurst in de ex-Clark Lotus 25 die al zo vaak Monaco won, moest Mark Shaw de eer van Lotus hooghouden in race B. Hij maakte het Joe Colasacco aardig lastig in de kwalificatie.

Toch was de Amerikaan in de Ferrari 1512 niet te stuiten: niet in de kwalificatie, niet in de race, waarin hij de Cooper-Ford T71/73 (een Tasman-uitvoering) van Chris Drake op een halve minuut reed nadat Shaw moest opgeven. Het aardigst was het vinnige duel om de derde plaats tussen Andrew Beaumont (Lotus 24), Dan Collins (Lotus 21) en Nick Taylor (Lotus 18).