Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet
Racing Shows

Racing shows: Reportage - 'Beasts of Bugatti' tot eind augustus in het Louwman Museum

Bugatti 1
Bugatti's met 16-cilindermotoren in de 'Great Hall' van het Louwman Museum

Wie tijdens de zomervakantie in de lage landen blijft en wat moois op autogebied wil zien, kan bij twee musea terecht voor speciale exposities. Collega Willem J. Staat stelde al de zomertentoonstelling ‘Icons of the 90s’ in Autoworld Brussel voor. Vandaag opent in het Louwman Museum in Den Haag de expositie ‘Beasts of Bugatti’, waarin de modellen met de vermaarde W16-motor van het beroemde Franse merk centraal staan. AUTOSPORT.NL was al ter plekke en keek er rond.

Tekst: René de Boer (vanuit Den Haag, X/Bluesky: @renedeboer)
Foto’s: Rebocar/R. de Boer, Louwman Museum/Noel van Bilsen (2)

De zomertentoonstellingen in het Louwman Museum zijn inmiddels een goede traditie geworden. ‘F1 Legends’, McLaren, de ‘Silberpfeile’, supercars uit de jaren 90 en de BMW Art Cars waren enkele onderwerpen die in de afgelopen jaren tijdens de zomermaanden in het museum in Den Haag aan de orde kwamen. Na BMW vorig jaar staat er dus weer een merk met een B centraal. Ditmaal zijn het geen auto’s die door kunstenaars in mobiele kunstwerken getransformeerd zijn, maar auto’s die door hun ontwerp, hun prestaties en vooral hun technische kwaliteiten als kunst op autogebied gelden.

Je kunt vele parallellen trekken tussen Bugatti en de kunstwereld. Carlo Bugatti was als meubelontwerper in Milaan succesvol en dat hij een van zijn zoons Rembrandt noemde, was natuurlijk geen toeval. Tot de huisvrienden van de familie behoorden beeldhouwers als Ercole Rosa en Paulo Troubetzkoy en componisten als Giacomo Puccini en Ruggero Leoncavallo. Rembrandt Bugatti werd eerst in Parijs en later in Antwerpen als beeldhouwer succesvol. De oudere zoon Ettore ging de technische kant op en zette uiteindelijk zijn eigen autofabriek op, waarbij diens zoon Jean weer een belangrijke rol als ontwerper vervulde.

EB110
Een EB110 stond twee jaar geleden in het kader van de expositie over supercars uit de jaren negentig in het Louwman Museum

Hoewel de collectie van het Louwman Museum enkele prachtige exemplaren uit de vroege geschiedenis van het merk Bugatti omvat, zoals de beroemde Type 18 ‘Black Bess’ uit 1913, de Type 35 uit 1924, de Type 63 uit hetzelfde jaar, een van de weinige nog resterende Type 50T Coach Profilée  en de unieke Type 57 Roadster Grand Raid Gangloff uit 1934, gaat het bij de actuele zomertentoonstelling uitsluitend om de jongste geschiedenis van het Franse merk. Ook de EB110, die ontstond nadat Romano Artioli eind jaren tachtig de rechten aan de merknaam Bugatti verworven had, staat er niet – dit model was twee jaar geleden te bewonderen tijdens de expositie ‘Supercars of the 90s’.

Bij de huidige tentoonstelling gaat het uitsluitend om de auto’s met 16-cilindermotoren uit de tijd na de overname van Bugatti door het Volkswagenconcern in 1998, waarmee voor de toenmalige topman Ferdinand Piëch een lang gekoesterde wens in vervulling ging. Piëch, eerder de stuwende kracht achter auto’s als de Porsche 917 en de Audi quattro, was een man van uitersten. Enerzijds maakte hij zich hard voor uiterst zuinige auto’s als de drieliter-Volkswagen Lupo en de extreem ranke Volkswagen XL1, die zelfs met één liter brandstof per 100 kilometer uitkwam. Anderzijds waren er naar boven voor hem nauwelijks grenzen als het om comfort, kwaliteit en prestaties ging. Zo bood hij ruimte voor de Volkswagen Nardò W12, waarmee onder andere een 24-uur-duurrecord met een gemiddelde van 322,89 km/u werd gerealiseerd, maakte hij zich hard voor de Volkswagen Phaeton die maatstaven zette op het gebied van afwerking en comfort en maakte hij na de overname van Bugatti bij dit merk de ontwikkeling van supersportwagens met 16-cilindermotor mogelijk.

Motor
De W16-motor die in alle tentoongestelde Bugatti-hypercars te vinden is

Het idee voor de 16-cilindermotor ontstond toen Ferdinand Piëch in 1997 samen met Karl-Heinz Neumann, destijds hoofd motorontwikkeling bij Volkswagen, een reis met de beroemde Japanse flitstrein ‘Shinkansen’ tussen Tokio en Nagoya maakte. Piëch schetste, zo wil het verhaal, op een envelop een motor die alles zou moeten overtreffen, aanvankelijk met 18 cilinders, door drie VR6-motoren aan elkaar te koppelen. In het voorjaar van 1998 verwierf Volkswagen de rechten op Bugatti en in samenwerking met Guigiaro ontstonden er enkele studiemodellen, die tot enthousiaste reacties leidden. In 2000 kondigde Piëch tijdens de Autosalon van Genève aan, een Bugatti met een motorvermogen van 1.001 pk te bouwen. Dat najaar werd de EB16.4 Veyron in Parijs gepresenteerd. Van het oorspronkelijke idee van 18 cilinders was afscheid genomen, omdat een configuratie van 16 cilinders in W-vorm een compactere en daarmee lichtere motor mogelijk maakte dan een klassieke V-opstelling. Bovendien werd gekozen voor de toepassing van vier turbocompressors en vierwielaandrijving, waarmee het bij supercarfans inmiddels gevleugelde begrip ‘16.4’ een feit werd.

‘W16’, voor de motorconfiguratie, staat als minuscule aanduiding, zoals bij het symbool van een geregistreerd handelsmerk, vermeld naast de tentoonstellingstitel ‘Beasts of Bugatti’, op de meterhoge banners aan weerzijden van de majestueuze hoofdingang van het museum en op het grote doek met hetzelfde opschrift tegen de achterwand van de Great Hall. De foto van het verwrongen gezicht van een dame met de naam Destiny trekt de aandacht: het laat zien welke krachten er ontstaan als er een Bugatti met een snelheid van meer dan 400 km/u voorbijraast.

Overzicht met Motor

Dat er voor de W16-motor, een kunstwerk op zich, een prominente plaats is ingeruimd in de tentoonstelling, spreekt voor zich. De cilinderinhoud bedraagt 7.993 cc, het vemogen loopt uiteen van 1.001 tot 1.600 pk, en zelfs tot 1.850 pk met speciale brandstof. Het koppel bedraagt 1.250 Nm. De lengte van 710 mm en het gewicht van 490 kg laten zien dat al deze kracht toch in een compacte en in verhouding lichte krachtbron kon worden gepakt. De machine bestaat uit zo’n 3.700 onderdelen.

Diablo
De Lamborghini Diablo, waarin de W16-motor getest werd

Direct achter de motor staat een gele Lamborghini Diablo. De aanwezigheid van deze auto wekt op het eerste gezicht wat verwondering, want het ging toch om Bugatti’s? Al snel blijkt er echter een meer dan logische verklaring, want het gaat hier om de auto waarin de W16-motor uitgebreid getest werd, toen er bij Bugatti daarvoor nog geen eigen model beschikbaar was. Bij de tweede keer kijken blijkt dat de Lamborghini ook niet zomaar een Diablo is, want de auto is op vele punten aangepast. Zo is de achterkant met diffusor en een indrukwekkende rij van vier uitlaatpijpen naast elkaar, in plaats van twee aan weerszijden, zoals bij veel productie-Diablo’s, hoger opgetrokken en moest het rechter (niet het linker, zoals in de begeleidende tekst staat) achterlicht plaatsmaken voor een radiator.

Diablo Motor

Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet