Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet
Formula 4

Formule 4: Juste Mulder: “Je moet laten zien dat je structureel vooraan meedoet”

122A3294

Het Spaanse Formule 4-seizoen van dit jaar is goed gevuld met Nederlanders. Via MP Motorsport waren Rocco Coronel, Kasper Schormans en Felipe Reijs al actief, sinds de derde kampioenschapsronde op Motorland Aragón kwam daar Juste Mulder bij, die debuteerde bij het Spaanse Monlau Motorsport. Daarmee werd Mulder met een leeftijd van 15 jaar en 10 dagen de jongste Nederlander die ooit heeft deelgenomen aan een door de FIA gecertificeerd F4-kampioenschap – een wapenfeit waarmee hij de nodige media-aandacht naar zich toe wist te trekken. AUTOSPORT.NL wachtte dat eerste weekend af alvorens met de coureur uit Apeldoorn in gesprek te gaan, zodat we daar ook meteen op konden terugblikken. Des te beter voor Mulder dat het een verrassend sterk debuutweekend werd.

Tekst: Mattijs Diepraam
Foto’s: Fotocar13


Mulders eerste meters op wielen vonden op zeer jonge leeftijd plaats, zo vertelt hij als we vragen hoe het snelheidsvuur bij hem is ontstoken. “Ik was twee-en-een-half jaar toen mijn vader me in een kart stopte! Zo’n babykart waarin je niet zelf kon remmen of gasgeven, dus dan liep mijn vader met een touwtje voor me uit. Daarna zijn we op parkeerplaatsen in de buurt gaan rijden en uiteindelijk naar Eefde gegaan, de kartbaan dicht bij huis. Toen ik zeven was, mocht ik wedstrijden gaan doen – en dat zijn we meteen gaan doen!”

Daar gaat nog wel wat aan vooraf, want al vóór zijn zevende volgde Mulder diverse kartcursussen op Strijen in de Hoeksche Waard. “Want ‘Op Strijen leer je rijen’. En dat is echt zo! We hadden wel wat lessen op Eefde en Lelystad gehad, maar toen hoorden we van de manier waarop ze dat op Strijen aanpakken. Twee groepen, van snel tot langzaam. Als de ene groep buiten was, zat de andere binnen voor wat theorie. Ze waren niet alleen bezig met hard rijden, maar ook met alles eromheen. En helemaal aangesloten op kinderen van vier, vijf jaar oud. Dan ging op zondagochtend om zes uur de wekker en dan reed ik er samen met mijn vader heen.”

122A1202

Zijn eerste wedstrijden reed Mulder in de Parolin Rocky-klasse, waarin Kasper Schormans een lichting hoger zat. In die eerste stap van de viertaktkampioenschappen van Chrono werd hij in 2021 Nederlands kampioen. Het jaar erop volgde de stap naar Mini’s, in dit geval de Mini Junior TM-klasse van Chrono. Daarin werd hij rookiekampioen. Twee titels op rij dus. In 2023 was het doel om de algemene titel op zijn naam te schrijven, terwijl hij daarnaast de titel in de IAME Series Benelux op de korrel nam. “Toen werd het langzaam allemaal wat serieuzer. We zaten er al naar te kijken of we gingen meedoen met een ronde van de IAME X30 Euro Series op Genk. Dat was andere koek, iets meer dan dat ‘papa alleen maar links en rechts aan wat schroeven draait’, zoals mijn vader dat omschrijft. Dus voor de Juniors zijn we in 2024 met een echt team gaan praten. Dat werd Victory Lane uit Frankrijk.”

Voor de toen 12-jarige Mulder waren het kritieke momenten in zijn jonge leven, precies in de jaren waarin er toch al veel verandert voor een ontluikende tiener. “Vroeger was het meer: we gaan dit ‘voor de leuk’ doen. Je kon nog een beetje aanklooien in een sessie. Toen we eenmaal op juniorniveau gingen rijden, wist je: nu móét het. Nu heb ik dat niet meer hoor, maar toen heb ik een fase gehad waarin ik het plezier miste. Bij Victory Lane hadden we ook geen eigen kart meer. Toen hebben we zelf een leuk kartje op de kop getikt en zijn we zelf weer gaan rijden op Genk en zo, gewoon lol trappen, een gezellig weekend met vrienden. Het plezier kwam snel terug. En zodra je gaat winnen, is het natuurlijk meteen een stuk leuker!”

285A2550

Bij het Franse Victory Lane, waarbij onder meer oud-F2-coureur Victor Martins betrokken is, kreeg Mulder onder meer Rocco Coronel als teamgenoot. Mulder nam in 2024 deel aan zowel de IAME Series Benelux als de IAME X30 Euro Series, met de rookietitel én de algemene titel in de Benelux als resultaat. Ook won hij de Euro Series-ronde op Genk. De stap naar de OK-J volgde snel, met optredens in de FIA-klasse Champions of the Future. In 2025 pakte Mulder de Rotax Max erbij, met een tweede plaats in de Rotax Max Euro Trophy op Le Mans als hoogtepunt. Eind 2025 sloot hij op Valencia zijn laatste juniorseizoen af als vice-wereldkampioen in de X30 Junior-klasse.

Daarna volgde een nieuw kantelmoment, want Mulder stond voor de keuze: naar de senioren of naar de autosport? “Tijdens mijn juniorjaren dacht ik helemaal niet na over de formuleauto’s”, zegt hij daar eerlijk over. “We zouden dit jaar gewoon gaan karten, maar intussen was mijn vader in gesprek met een Formule 4-team. Toen zijn we vorig jaar een F4-test gaan doen. Na afloop dacht ik: ja, dit wil ik!”

122A7235

Dat is ook het moment waarop vader Gerard zijn beweegredenen uitlegt. “Hij stapte uit die F4 met grote glinsterende ogen. Zo van: jeetje, dit is zó gaaf, niet normaal! Toen wist ik het wel. Dan ga je vergelijken. Ik kan je zeggen: vorig jaar heeft de kartsport mij bijna net zo veel gekost als de Formule 4 nu. Dan ga je je afvragen: waar geef je je geld aan uit? Je hebt twee karts, een droogweerkart en een regenkart, extra motoren, want die kunnen kapot gaan. Op seniorniveau doe je mee aan de FIA-kampioenschappen en de Champions of the Future. Daar zit geen Rotax- of IAME-prijskaartje meer aan. Maar het heeft geen zin om geld in een gat te gooien. Dus op een gegeven moment zei ik tegen hem, zeker nadat ik dat gezicht van hem in die F4 had gezien: jongen, ik heb goed nieuws en slecht nieuws voor je. Het slechte nieuws is: je bent vanaf nu gestopt met karten. Hè, wat? Ja, dat heeft jouw hoofdsponsor net bedacht. En wie betaalt, die bepaalt. Maar het goede nieuws is: we gaan van het uitgespaarde geld meer F4-testdagen doen en de autosport in!”

Ook dat had nog enige voeten in de aarde. Mulder zou dit jaar pas op 10 juni 15 jaar worden, de officiële minimumleeftijd voor een F4-coureur. Dat zou betekenen dat hij als 14-jarige niet alleen het Spaanse winterkampioenschap, maar ook de eerste twee weekenden van het reguliere seizoen zou missen. Uit gesprekken met diverse teams bleek dat die de voorkeur hadden voor een coureur die het hele seizoen kon doen. “Dus deden zij aanbiedingen om mee te doen vanaf het winterkampioenschap van 2027. De keuze was kortom: een jaar stilzitten en trainen of nog een jaar karten. En dat wilden we juist niet meer!”

122A6010

Alleen Monlau Motorsport, het team van de technische hogeschool in Barcelona, ging mee in de wensen van de Mulders. “Veel sleutelende studenten, het is echt een opleidingsteam”, vertelt Gerard Mulder. “Die tests hadden wij ook bij Monlau gedaan. Zij hadden gezien wat Juste kon en wilden hem graag voor dit jaar. Zij waren dan ook de enigen die op zoek gingen naar een andere oplossing voor die eerste twee weekenden.” Uiteindelijk zette het Catalaanse team Alexandre Chartier en Yuzuki Sato in Mulders auto voordat Mulder zelf op Motorland mocht aantreden. Chartier vervolgde zijn weg in het Italiaanse F4-kampioenschap en Sato stapte over op de auto van Rahim Alibhai, die de overstap naar het FIA FREC maakte.

Over Italië gesproken: hebben de Mulders nog gesproken met Van Amersfoort Racing? “Nee, eigenlijk niet”, is de uitleg van Gerard Mulder. “Dat heeft niets met de kwaliteit van het team te maken, maar met het feit dat we die eerste tests al bij Monlau hadden gedaan. Daarnaast hebben we vooraf naar richtprijzen gevraagd voor het Spaanse, Italiaanse en Britse F4-kampioenschap. Daaruit bleek dat Spanje het goedkoopste kampioenschap is. Maar zeker niet het minste, want er rijden echt wel toppers. Het zegt wel wat dat een topteam als MP Motorsport het kampioenschap al jaren omarmt.” MP zat wél bij de teams met wie de Mulders in gesprek gingen over 2026, al lag daar voor dit seizoen – vanwege de eerder genoemde reden – geen mogelijkheid. “We hebben goed contact met MP. Henk de Jong ken ik van Strijen, zo’n prettige en toegankelijke man”, aldus Gerard Mulder. “Toen we een informatiebijeenkomst gingen houden over de toekomst van Juste, heb ik Henk gebeld: we zouden het superfijn vinden als er dan een formuleauto voor de deur staat. Hij zei: wanneer heb je ‘m nodig? Ik zeg: 27 mei. Waarop hij meteen zei: dan staat hij op 26 mei met aanhanger klaar, ik zal ‘m extra laten poetsen, heel veel succes die avond. Dat was natuurlijk geweldig.”

122A8970

Intussen was de jonge Mulder opgepikt door de ProRacing Motorsport Academy van oud-F1-coureur Giancarlo Fisichella en diens compagnon Marco Cioci, die in de jaren negentig als formulecoureur de Euro 3000 haalde voordat hij naar de GT’s overstapte en een vaste waarde werd voor Ferrari-team AF Corse. Cioci hing in 2020 zijn helm aan de wilgen om zich volledig te richten op talentontwikkeling. “Ik was aan het testen op Barcelona. Toen kreeg mijn vader een appje van Marco Cioci”, vertelt Juste Mulder. “Hij wist helemaal niet wie dat was! Cioci legde uit dat een van zijn coaches die dag aan het kijken was. Ik was opgevallen omdat het pas mijn derde dag in een F4-auto was. In een Teams-gesprek vroegen Fisichella en Cioci of ik naar Italië wilde komen. Daar heb ik twee dagen getest op de simulator. Op een voor mij onbekende baan, met een richttijd die ik moest halen. Zonder tips. Ze zeiden: daar trekken we drie uur voor uit. Binnen een uur zat ik er een tiende onder… De volgende opdracht was constant rijden: elke ronde zo veel mogelijk dezelfde tijd. Ik begon goed, dus die coach zei: dat zal beginnersgeluk zijn. Uiteindelijk had ik 13 ronden binnen een tiende.”

De volgende stap was in Spanje het nog eens op de baan laten zien. Dat gebeurde zo overtuigend dat de twee Italianen snel een contract onder Mulders neus schoven. “Zij geloven erin dat ze Juste ver kunnen brengen”, vertelt Gerard Mulder over de samenwerking. “Ze geven hem een eigen rijderscoach mee en leggen contacten. Zo introduceren ze ons bij allerlei mensen, bijvoorbeeld in de F3-paddock van de GP van Oostenrijk, waar we samen waren. Hun verdienmodel loopt gelijk op met onze doelstellingen: hoe hoger Juste komt, des te meer het voor hen oplevert.”

122A1376 2

Inmiddels kan de 15-jarige F4-debutant voldoende meepraten over de ervaring van een F4-auto. “Je zit net zo laag als in een kart, maar je voelt het extra gewicht. En ook de grip door de extra downforce. Dat je zó snel door de bochten kunt, is echt gaaf. Met dat gewicht kun je ook spelen, want in een kart is je lichaamsgewicht het belangrijkste gewicht. Vooral de manier van remmen is anders. Via het remmen kun je de auto echt beter maken, dat vond ik het lastigste om te leren. We hebben uiteindelijk tien dagen kunnen testen. Ik heb inmiddels gemerkt dat die tien dagen erg nuttig zijn geweest.”

Het leidde tot een succesvol debuutweekend op Motorland Aragón. “In de collectieve test vooraf zat het eigenlijk niet zo mee”, zo blikt hij terug op die week. “Maar in de kwalificatie ging ik er full-focus voor, want die telde voor de eerste twee races: je snelste tijd en je tweede snelste tijd. In race 1 startte ik vanaf P15, in race 2 vanaf P11. Daar was ik heel tevreden mee, want er hangt veel af van de kwalificatie: vooral de baanpositie is belangrijk, omdat je echt die slipstream wilt. Race 1 ging meteen mega-goed. Het was mijn eerste echte start, maar ik deed gewoon alsof dit mijn tiende keer was! Ik zat lekker te knokken en ben uiteindelijk zevende geworden – en meteen derde bij de rookies. Ook de tweede race was eigenlijk wel goed. Ik lag lange tijd 11e, omdat er een groot gat voor me was ontstaan, dus ik had de hele tijd een gevecht met de jongens achter me. Uiteindelijk heb ik aan het eind nog twee auto’s kunnen inhalen en ben ik negende geworden.”

122A9008

Wat vooral opviel, was dat Mulder zich in die eerste races niet in de nesten werkte, daar waar diverse debutanten de neiging hebben om in hun enthousiasme brokken te maken. “Voor mijn gevoel kan ik altijd heel rustig blijven”, is daar zijn verklaring voor. “Op het moment dat iets niet meezit, kan ik snel terug in de ruststand komen.” De volgende dag opende Mulder vervolgens net zo sterk, om in de loop van de race met technische problemen te maken te krijgen. “Ik had een megastart: op het rechte stuk had ik er meteen twee te pakken en daarna in de eerste ronde nog twee. Dus van P14 naar P10. Qua vechten reed ik die race voor mijn gevoel het beste. We zaten heel dicht bij elkaar, wel met tien man om me heen. Ik kon daarna nog twee plaatsen goedmaken, maar toen ging mijn versnellingsbak moeilijk doen bij opschakelen. Op het rechte stuk kon ik ze gewoon niet meer achter me houden.”

Zo werd het uiteindelijk een 19e plaats. Met de twee puntenfinishes van de zaterdag had Mulder wel zijn eerste zeven kampioenschapspunten verzameld. Hoe kijkt hij nu vooruit naar de rest van het seizoen? “Op sommige banen heb ik niet gereden, zoals Jarama en Jérez, dus dat wordt lastig. Maar ik weet van mezelf dat ik snel een nieuw circuit kan leren, dus ik heb er veel vertrouwen in. En die nieuwe banen zijn heel vet, dus ik kijk er erg naar uit. Veel collectieve tests zijn er niet meer en je mag ook niet zelf testen op een circuit dat op de kalender staat. In de tussentijd dus veel simmen, want dan weet je in ieder geval alvast alle lijnen, rempunten en versnellingen.”

122A9873

In de aanloop naar zijn eerste weekend wisten vader en zoon Mulder de media in ieder geval goed te bespelen. Dat deden ze onder meer door de nadruk te leggen op mediagenieke feiten zoals ‘jongste Nederlandse F4-coureur in een FIA-kampioenschap’. Dat moet tot de verbeelding spreken bij de Nederlandse bedrijven die de Mulders inmiddels als sponsors om zich heen hebben verzameld. Hoe helpt zo’n mediaoffensief mee in het Nederlandse sponsorklimaat? “Dat helpt zeker mee”, beaamt Gerard Mulder. “Je komt toch eerder in beeld bij de media. Juste was net te gast bij de Formule 1-podcast van de NOS. Waar Jeroen Bleekemolen dan zegt: Juste is degene die mijn kinderen altijd versloeg. Het is niet doorslaggevend, maar partners geloven wel in een verhaal. Zulke uitspraken maken dat verhaal. Als je Juste gaat steunen, gaat het op die manier wel extra voor je leven.”

Samen met die partners kijkt Mulder senior al naar volgend seizoen, waar potentieel een zelfde kwestie als dit jaar opdoemt. “We kijken naar beide mogelijkheden: een extra jaar F4 of een stapje hoger. We hebben net één raceweekend gehad, dus je kunt er nog niet veel over zeggen. Gaat de rest van het seizoen heel goed, dan hoeft hij zich niet per se nog een jaar in de F4 te bewijzen. Maar voor het FIA FREC of de Eurocup-3 moet je minimaal 16 jaar oud zijn. Dan zouden we wéér een team moeten zoeken dat de eerste races wil overslaan. Dat houdt natuurlijk een keer op…”

285A9270

“Ik ben gewoon op een verkeerd moment geboren!” is de reactie van zijn zoon daarop. “Maar ja, je hoeft ook niet elke race op het podium te staan. Je moet laten zien dat je structureel vooraan meedoet. Daar gaat het om. Over die keuzes praten we nu met ProRacing Motorsport. Maar eerst het volgende raceweekend. Nu weer even pauze, maar daarna kunnen we eindelijk elke maand rijden. Gelukkig maar, want ik heb lang genoeg moeten wachten voordat ik kon rijden!”
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet