Hoe is het nu met… Arie Luyendijk

Een vervolg bij een topteam kwam er echter niet, zodat Luyendijk in zee ging met Indy Regency Racing, een Frans team onder leiding van oud-F1-coureur Olivier Grouillard. Alleen op Michigan wist Luyendijk zich te onderscheiden met een tweede plaats. In 1995 zat er niet meer in dan twee optredens voor Menard met hun Buick-stockblock-motor. Het leverde hem wel een zevende plaats op Indy op. “Die Buick had heel veel vermogen, maar ook veel turbolag. Dus als je bijvoorbeeld in het midden van de bocht van het gas moest vanwege vuile lucht, kwam hij weer langzaam op gang. Ze konden maar één type turbo gebruiken en dat was echt het nadeel van die auto. Als je alleen kwalificeerde was het okee, maar in het verkeer was de auto niet zo goed.”
De ruzie tussen CART en USAC was toen inmiddels zo hoog opgelopen dat het kampioenschap in tweeën uiteenviel: de schadelijke jaren waren aangebroken waarin alle topteams in CART bleven, maar niet noodzakelijkerwijs aan Indy deelnamen, terwijl de Indianapolis 500 op de kalender van de Indy Racing League kwam te staan. Luyendijk koos bewust voor Indianapolis. “Ik had altijd in mijn hoofd: ik wil nog een keer Indy winnen. Want ik was sindsdien een keer derde geworden, tweede geworden en in een goede positie uitgevallen. Als ik bij CART was gebleven, had ik nooit meer die kans gehad. Ik had een CART-aanbod van Toyota gekregen, dus dan denk je: je gaat voor zo’n merk. Maar Toyota was helemaal nieuw in CART en ik wilde niet rijden met een auto waarvan de motor nog moet worden ontwikkeld. Ik was realistisch, ik was 41 jaar oud, mijn tijd was voorbij in CART. Het was gewoon een goed aanbod om in de IRL voor Fred Treadway te gaan rijden.”
Dat begon met een telefoontje van Treadway, die uit het niets een IRL-team wilde beginnen. “Die verhalen had ik meer gehoord, maar het bleek allemaal echt waar. Hij regelde sponsors en ineens stond er een team. In het begin werden we op onze Goodyears zoekgereden, dus ik zei tegen Fred dat we Firestones moesten regelen. Dat deed hij. Op Indy heb ik vervolgens qua wegligging nog nooit zo’n goede auto gereden. Op een gegeven moment hadden we de auto zó getrimd dat de achtervleugel op min 7 graden stond. Dus mijn engineer Tim Wardrop stelde zelfs voor om de achtervleugel er maar helemaal af te halen… Ik zei: doe maar niet, we rijden al hard genoeg! Toen reden we inderdaad al die records. In 1997 reed ik weer pole, toen in het eerste jaar met de nieuwe reglementen, maar mijn snelheid was toen 218mph in plaats van 239. En die 218 was met die auto véél moeilijker te halen!”
De snelste ronde op Indy werd niet beloond met de pole, want Luyendijk zette zijn tijd niet op Pole Day. In de G-Force-Oldsmobile deed hij dat een jaar later wel, om vervolgens die zo begeerde tweede Indy-zege binnen te hengelen. “Dat klinkt allemaal heel eenvoudig, maar er kwam veel bij kijken. Er waren veel gele vlaggen dat jaar. Elke keer bij de herstart ging de auto in bocht 2 een beetje dwars. Daarna waren de banden op spanning en was het weer okee. De auto van mijn teamgenoot Scott Goodyear was net zo ‘loose’, dus die had iets meer vleugel laten zetten. Ik had dat niet gedaan, want ik kon er wel mee leven. Aan het eind ging het tussen Scott en mij. Bij de laatste herstart dacht ik: fuck it, hij gaat volgas, de muur in of winnen. En de auto ging helemaal niet dwars! Dus ik krijg een goede run op hem en passeer hem buitenom in de derde bocht. En dat was het.”
Toen was Luyendijk inmiddels 43. Hij trainde veel, was nog scherp en zág nog scherp, zo vertelt hij over de jaren tot aan de eerste keer dat hij officieel besloot om met coureurspensioen te gaan. In 1998 voegde hij in de Ferrari 333SP van Giampiero Moretti intussen nog een overwinning op Daytona aan zijn zegereeks toe. In 1999 deed hij vervolgens nog één keer mee aan de Indy 500, om afscheid te nemen – wel met zijn derde pole! – maar daarna ging hij bij de televisie aan de slag. Dat bleek geen goede keuze. Dat seizoen 2000 in de commentaarbox van ABC was “zo verschrikkelijk”, zo blikt hij terug op wat een tussenjaar zou blijken. Toch heeft hij nu spijt van zijn comeback. “Over die bril gesproken: in 2001 kom ik terug en ik zet voor het eerst een rondetijd. Als je op Indy over die brickyard rijdt, dan zit je ronde erop en kijk je altijd even naar je tijd. Ik keek op en kon ‘m niet lezen. Dat was eigenlijk een indicatie van, ga nou maar lekker naar huis… Maar ik miste het racen.”
Door zijn derde zware hersenschudding kwam er uiteindelijk toch een einde aan zijn carrière. De eerste volgde na dat zware IROC-ongeluk op Indianapolis, de tweede tijdens zijn CART-invalbeurt voor Alex Zanardi op Fontana in 1997, toen Arnd Meier recht voor Luyendijks neus in een spin terechtkwam en zijn Ganassi-auto vol bij de Duitser naar binnen reed. De derde grote klap in de training van de Indy 500 van 2003 resulteerde in de zwaarste hersenschudding uit zijn loopbaan en luidde het definitieve einde in. Het ongeluk met Meier staat hem nog goed bij. “We reden ver boven de 200 en ik zat er zó dicht achter. Ik was meteen KO. Maar ik had zoveel geluk: ik had eigenlijk helemaal niks, behalve veel blauwe plekken op mijn lijf. Het grootste probleem was dat ik op mijn tong had gebeten. Die lag helemaal open. Mieke moest erbij blijven en me elk uur wakker maken. Dat moet nu eenmaal als je een hersenschudding hebt. Mijn vader zat voor de tv en riep gelijk: nou, het is over met hem! Dus ik bel ‘m de volgende morgen op. Zoals hij kon zijn, riep hij meteen: waarom bel je niet gelijk? Dus ik legde ‘m uit: ten eerste was ik bewusteloos. En ten tweede heb ik in mijn onderbewustzijn mijn hand omhoog gestoken toen ik op de brancard lag. Heb je nou goed opgelet of niet?”
Hoe is het nu met Arie Luyendijk is verschenen in het nieuwe digitale Autosport.nl Magazine. Wil je graag de complete versie bekijken, schrijf je dan in voor dit GRATIS magazine.
Autosport.nl E-Magazine verschijnt elke woensdag aan het begin van elke maand en biedt een mix van hedendaagse en historische autosport. Wil je graag dit gratis magazine elke maand in je mail ontvangen? Geef je dan op via onderstaande button. Schroom niet om zelf ook met ideeën te komen. Stuur dan een mail naar info@autosport.nl en we nemen contact met je op.