Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet
Diversen

Hoe is het nu met… Arie Luyendijk

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Luyendijk bleef rijden, in oudere F3’s met steun van HB en in oudere Super Vees met hulp van Remako, het bedrijf van Ben Huisman. “Ben heeft me toen ook geholpen door de vliegtickets naar Amerika te betalen. Want hoe is dat gegaan? Ik werd in 1980 tweede in Europees Super Vee-kampioenschap, achter John Nielsen. De eerste vijf in het kampioenschap kregen een uitnodiging van Volkswagen Duitsland om in Phoenix mee te doen aan een oval-race. Ik heb die uitnodiging toen aanvaard. Volkswagen Duitsland betaalde het vervoer van de auto, maar eenmaal daar aangekomen klopte er niks van die auto. Die Argo moest helemaal worden aangepast om op die oval te kunnen rijden. Ik reed toen met motoren van de Duitse tuner Schrick en die hadden daar ook een team. Hun rijder was toevallig al kampioen en zij hadden een oude Ralt als reserveauto. Dus ze zeiden: laat die Argo maar staan en rijd maar met deze. Ik werd toen zesde in mijn eerste oval-race. Na afloop kwam er een man naar me toe. ‘I kinda like the way you drive, so do you want to drive for me next year?’ Zo kreeg ik een stoeltje voor het jaar erop. Amerika is nog steeds zo, land van kansen en mogelijkheden. Dus meteen een test op Riverside in een IndyCar! Die test ging heel goed. De bedoeling was dat de eigenaar zou rijden op de ovals en ik op de road courses. Maar hij rijdt die auto aan het begin van het jaar kort en is er toen meteen mee gestopt. Dus er was niks.”

Opnieuw was Luyendijk in gedachten al opgehouden met racen. “Ik kende de mensen bij Argo. Zij zouden een Formule Ford 2000 bouwen, dus ik begon met ze te praten om vertegenwoordiger van ze te worden, hier in de Benelux. Ik zou importeur worden en een team opzetten. Ik was al op zoek naar rijders met wat sponsoring. Dat zou mijn volgende stap in de racerij worden. Totdat ze weer vanuit Amerika belden: of ik met een Anson weer in de Super Vee wilde rijden. Ik zei tegen Mieke: ze hebben gebeld vanuit Amerika, ik geef het nog één kans. En daar kwam ik de mensen van Provimi Veal tegen…”

Aat Groenevelt was een Amerikaan met Nederlandse wortels die in Milwaukee een bedrijf in kalfsvlees had opgezet. Luyendijk had Groenevelt in 1981 al ontmoet, maar nu leerden ze elkaar pas goed kennen. “Provimi Veal sponsorde de IndyCar-race op Road Amerika bij Elkhart Lake. De Super Vee reed daar in het voorprogramma. Het zat weer tegen, ik was tegen het team uitgevallen, dus ik liep bij Aat binnen. ‘Ik rijd niet meer, de auto gaat alleen maar kapot, ik ben er klaar mee.’ Dus Aat vroeg: wat ga je nou doen? Ik zei: ‘Helemaal niks, tenzij jij me kunt helpen.’ Zo ging dat werkelijk. Toen zei hij: ‘Ja, dat doe ik wel. Kom volgende week terug, dan hebben we het erover.’ Dus terug naar huis, een week later weer naar Chicago en door naar Milwaukee. Ik dacht, ja, ik ga IndyCar rijden! Maar Aat zei: ik heb een plan, jij gaat volgend jaar Super Vee rijden voor ons. Ik dacht eerst, oh shit, want ik rijd die dingen al honderd jaar. Ik kon dat bijna met mijn ogen dicht! Maar na een tijdje dacht ik: ik ga ervoor. Ik ben naar Amerika verhuisd en ik heb me 110% ingezet. Toen wonnen we races en het kampioenschap. En hetzelfde jaar nog reed ik mijn eerste Indycar-race.”

Luyendijk is blij dat hij in de jaren tachtig zijn debuut mocht maken in de hoogste Amerikaanse eenzitterklasse. “Nu moet een nieuwe coureur gewoon meteen 100% scoren. Doe je dat niet binnen één, twee, drie, vier wedstrijden, dan zoeken ze iemand anders. IndyCar wordt nu ook een beetje zo op dit moment. Destijds kreeg ik de tijd om ervaring op te doen, want de resultaten waren niet meteen daar. Een IndyCar was toen echt fysiek zwaar, veel zwaarder dan een Super Veetje. Dus ik was in het begin aardig gesloopt na de races en besefte dat ik vaker naar de gym moest! Uiteindelijk werd ik toen vijfde in mijn zesde race – en dat was toen al best goed.”

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

110% ervoor gaan betekende ook zich in Amerika vestigen. Het werd Scottsdale, nabij Phoenix in Arizona, wat Luyendijk “een rijdersbuurtje” noemt. “Derek Daly, mijn toenmalige teamgenoot, woont er. De zoon van Parnelli Jones. Mark Blundell. JJ Lehto. Nick Firestone, van de Firestone-familie, die deed toen Indy Lights. Danica Patrick. En Mike Tyson, maar die deed een andere sport.” Een andere beroemdheid leerde hij in die periode ook kennen: David Hasselhoff, de ster van de tv-serie ‘Knight Rider’. “Ik had hem liever ten tijde van ‘Baywatch’ leren kennen!” grapt Luyendijk daarover. “David had veel te maken met Race for Life, een liefdadigheidsinstelling voor heel zieke kinderen, die naar het circuit werden gebracht om een dagje autosport van dichtbij mee te maken. David en ik werden goede vrienden, totdat hij mij altijd maar om een, twee, drie uur ’s nachts ging bellen. Dronken. Hij dacht: ik bel Arie nog even, want het is hier 12 uur. Maar hij was helemaal vergeten dat we in Arizona drie uur later woonden! Hij is daar allemaal overheen gekomen hoor, zo is hij nu niet meer. We hebben echt goede tijden gehad, David en ik.”

In zijn eerste jaren bij Tony Bettenhausen ontwaakte meteen al zijn voorliefde voor de ovals. In 1985 werd hij Rookie of the Year, met een zevende plaats in de Indy 500. “Die liefde kan ook heel kort zijn hoor, want je hebt echt een auto nodig waarmee je kunt lezen en schrijven, elke lijn kunt kiezen. Maar als het niet loopt, is het een zenuwachtige bedoening. ‘Standing up in the seat’ doe je dan, zoals ze het daar zeggen, je zit gespannen achter het stuur, want je weet niet precies wat je onder je hebt. Daarom moet je ervan houden. Dat zei ik later ook altijd als rijderscoach van Mike Conway, Charlie Kimball en Ryan Briscoe toen die nog rookies waren: je moet het omarmen, pas dan kun je succesvol zijn. Vroeger stierf ik ook van de zenuwen, maar wijsheid komt met de jaren. Door zelfcoaching heb ik mezelf geleerd om me niet druk te maken. Je kunt niet voorspellen wat er gebeurt na de start. Daarom moet je je gewoon concentreren, de rest zie je vanzelf wel. Dat heeft me later goed geholpen in mijn carrière.”

Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet