Cees van Dongen - Rob Slotemaker was een bijzonder mens
De racejaren
Ik werd BRUT-man van het jaar. Die titel kreeg je als je een hele goede prestatie hebt geleverd. Met veel luchtjes, een bonus en een nieuwe overall als prijs. Het volgende jaar werd het opnieuw Datsun, maar in de hogere klasse met een Groep 2-auto, maar Datsun hield er aan het eind van dat jaar mee op. In 1977 deed ik mee in het eerste jaar van de Golf GTI Cup. Gijs van Lennep organiseerde dat en dat deed hij echt wel goed hoor, want ik ben echt niets te kort gekomen. Maar ik kon daar niet tegenop. Die jongens waren technisch veel verder dan ik. Ook allemaal illegaal? Nou, dat mag ik niet zeggen, maar je moest toch een beetje rommelen. En dat wilde ik toen ook heel graag, maar dat mocht niet van Gijs. Na een jaartje pauze heb ik Renault 5 Cup gereden. Ik reed in een auto van Geerlof Stam. Ik mocht natuurlijk niet winnen, maar moest iedereen afhouden voor hem.
De wedstrijd op het circuit van Zolder zal ik niet snel vergeten. Ik had de derde tijd getraind en toen gingen we racen. Daar ging die auto zo verschrikkelijk plat: niet een paar keer gerold, maar een heleboel keren meer in de Villeneuvebocht. Dat was een volgasbocht toen. Ik kon er ook niet uit, alles knelde om me heen. Toen moest ik lopend terug uit het ziekenhuis, maar dat was veel te ver. Toen stond Christine daar met de kleine Jan Paul aan de hand. In wezen was dat mijn grootste crash. Dat was echt een harde, laat ik het zo zeggen.
De Renault werd weer opgebouwd, want we moesten door. Die Stam moest kampioen worden! Dus sleepten ze mijn auto naar de spuiterij om hem daarna naar Stam te brengen, want de motor moest ook weer gedaan worden. Komt er een grote Volvo van rechts en die boort hem zo weer in die auto. Dus die kon gewoon terug naar de plaatmakerij. Toen de auto weer opgebouwd was, zaten er overal grote kieren in. Er paste helemaal niets meer. Dat ding ging niet meer vooruit en ik heb hem verkocht. Het was geen succes, een waardeloos seizoen.
Vanaf 1978 werd de relatie met Slotemaker weer aangeknoopt. We hebben een busje gehuurd bij Diks en gingen met z’n tweeën naar de Grand Prix van Monaco waar Jan Lammers in het voorprogramma een Formule 3-race reed. Slotemaker had een bootje gehuurd in Nice en voer daarmee naar de haven van Monaco. Toen kon dat nog allemaal. We stonden met onze bus ook gewoon in het rennerskwartier en daar hebben we Slotemaker ontmoet. Samen zijn we nog naar het casino geweest, waar hij volgens hem nog nooit verloren had, maar aan het eind van de avond vroeg of wij nog fiches hadden.
Ik was in 1979 niet meer bezig met de slipschool, maar we hadden met Slotemaker afgesproken om weer een keer te gaan eten. We hadden weer lekker goed contact. Maar dat etentje is er niet meer van gekomen.
We waren op het circuit tijdens zijn fatale race. Toen werd het stil. Zo ongelooflijk stil. Ik zei nog tegen mevrouw Haanschoten dat er een ongeluk was gebeurd. En even later kwam de bevestiging dat Slotemaker was gecrasht en het niet had overleefd. Ik kon het niet geloven. Wij allemaal konden het niet bevatten. Het kwam wel heel hard aan, niemand had dit verwacht. 
We hadden het vorige week nog met Hans Deen over Carel Baller, de circuitarts op dat moment die als eerste bij de Camaro van Slotemaker was. Die zei toen: hij had geen gordels om. Dat moet in principe ook wel de reden zijn, anders kom je nooit met je nek tegen de deur aan. Slotemaker was daar heel nonchalant mee, hij ging er echt vanuit dat hem niks kon gebeuren. Hij had al zo veel in zijn leven meegemaakt en kwam er altijd bijna ongeschonden uit. Wij gaven hem de bijnaam Lucky, maar op die zondag liet het geluk hem in de steek.
We zijn op Robs begrafenis geweest, het was enorm druk en heel emotioneel, maar we stonden er een beetje los van. Ik denk dat het voor Jan en Tonny veel zwaarder was dan voor ons.
In 1980 reed ik races met een Alfa Super om de volgende jaren over te slaan. Ik zat niet helemaal lekker in mijn vel. We zijn begin jaren tachtig teruggekeerd naar de slipschool. We hadden het daar zo druk, dus je had eigenlijk helemaal geen tijd meer om te racen. Er kwam ook niets meer op mijn pad en ik had er ook niet echt behoefte aan. Eerst was Christine instructeur, maar later ging ze op kantoor verder om alles te regelen rond de slipschool. Ook onze jongste zoon Danny werd in die periode geboren, begin 1983.
In 1984 kreeg ik de kans om weer te rijden in een Alfa Super van Wim Burger. In 1985 heb ik een paar keer gereden in de 2-liter Formule Ford van Hans Deen. In 1986 kreeg Jim Vermeulen een ongelukje met een vliegtuigje, waardoor ik zijn Sports 2000 mocht besturen. In datzelfde jaar kwam ik ook uit in de Dunlop Pre-80 Formule Ford-klasse waarin ik nog kampioen ben geworden. Ook liet ik mij inhuren als tweede rijder in langeafstandswedstrijden in de Sports 2000.
In 1987 was de racekoek op. Het werd steeds drukker op de slipschool. Ik stopte met mijn autosportactiviteiten om mij ook bezig te houden met kart-incentives op de slipschool. Toen begon er ook een ander bijzonder verhaal: ik werd stuntman in Nederlandse en buitenlandse speelfilms. Ik was de stuntdubbel van een heel beroemde acteur. Eigenlijk een alternatief voor dat racen, maar daar gaan we het een andere keer over hebben. Want daar kan ik een hoop leuke dingen over vertellen! 
Daarnaast gingen Christine en ik ervoor zorgen dat onze kinderen konden gaan racen. Daarvan namen wij de begeleiding op onze schouders.
(wordt vervolgd)

Herinneringen aan Rob Slotemaker is verschenen in het nieuwe digitale Autosport.nl Magazine. Wil je graag de complete versie bekijken, schrijf je dan in voor dit GRATIS magazine.
Autosport.nl E-Magazine verschijnt elke woensdag aan het begin van elke maand en biedt een mix van hedendaagse en historische autosport. Wil je graag dit gratis magazine elke maand in je mail ontvangen? Geef je dan op via onderstaande button. Schroom niet om zelf ook met ideeën te komen. Stuur dan een mail naar info@autosport.nl en we nemen contact met je op.