Dutch GT4: Autosport op z’n (paas)best (lang)

Zege Jeroen
Bij de start van de eerste race was het Phil Bastiaans die vanaf de derde startplek de kop pakte. Schothorst kwam niet goed weg, maar nog altijd een stuk beter dan Bleekemolen. Bas en Jeroen zagen toch kans om de tweede en derde plaats in te nemen, voor Menno Kuus.


Halverwege de race zag Bleekemolen kans om de tweede plaats van Schothorst over te nemen. De Corvette en de Porsche kwamen daarbij met elkaar in contact, wat Bas een krom achterwiel opleverde. Kort daarna moest ook Bastiaans zijn meerdere erkennen in de Corvette-coureur.

Met nog één ronde te gaan leek Menno Kuus vierde te worden, maar een rondje later kwam hij toch als tweede over de finish. Phil Bastiaans verloor een zekere tweede plaats door….. benzinegebrek. Schothorst kon met zijn uitgewoonde achterbanden geen vuist meer maken tegen de aandringende Kuus. Jeroen won dus, voor Menno en Bas.

“Dit was echt werken”, aldus Bleekemolen na zijn zege. “Ik had een slechte start en moest daarna de twee Porsches voor mij dulden. Ik mis vermogen ten opzichte van de Porsches, maar mijn geluk was dat mijn voorliggers problemen met hun banden kregen. Ik zag dat Bas al snel veel overstuur had, waarna Phil dezelfde problemen kreeg. Mijn banden bleven langer goed.”
Meer gekregen dan gehoopt
Kuus klaagde over een gebrek aan topsnelheid. Maar zijn Ginetta heeft iets waar vooral de Porsche-coureurs van dromen: grip, tot aan het einde van de race. “Halverwege de wedstrijd reed ik nog rondetijden in de 1:51”, vertelde hij tevreden. Ook de Ginetta-coureur had zijn problemen. “In de slotfase begon het differentieel warm te worden. Ik moest een gaatje laten vallen om het diff af te laten koelen. Later kon ik weer aansluiten. Bas ging dwars, waarna ik hem binnendoor in de Kumhobocht kon passeren. Ik had op de derde plaats gehoopt, maar door het terugvallen van Bastiaans ben ik toch nog tweede geworden.”
Bas Schothorst had uiteraard meer verwacht. “Ik had geen goede start, waardoor ik de regie kwijtraakte. Toen mijn achterwiel eenmaal krom stond, ging mijn auto nog meer glijden. De laatste ronden deed de auto niks meer, ik kon Kuus er gewoon niet achter houden. Toch ben ik tevreden; ik sta op het podium.”

Balen
Phil Bastiaans baalde natuurlijk als de spreekwoordelijke stekker toen hij, zonder benzine, als elfde over de finish rolde. “Ik werd gek op dat moment.” De eerste vier tot vijf ronden kon hij de race goed controleren, vond hij. “Daarna begonnen de achterbanden op te spelen. Ik heb nu een race van 25 minuten gereden, ik houd mijn hart vast voor de race van 50 minuten die maandag op het programma staat.”

Leuke strijd
Achter de top vier werd er flink gestreden om de vijfde plaats, die door het terugvallen van Phil uiteindelijk de vierde stek werd. Paul Vahstal, Mikko Heino en Pim van Riet (allen Aston Martin), Jan Lammers (Ford Mustang FR 500 C) en Danny van Dongen (Corvette C6) hadden het leuk met elkaar aan de stok. Vahstal zag uiteindelijk kans om zowel zijn teamgenoot Pim als Heino te passeren en aldus als vierde over de finish te komen. “Bij de start werd ik opgehouden door Jeroen Bleekemolen, die slecht wegkwam. Later kon ik mij naar voren vechten. Ik vind het jammer dat de race niet iets langer duurde”, aldus de coureur die de snelste raceronde liet noteren.
Van Riet viel een ronde voor het einde van de race uit. Ook hij moest de strijd staken doordat de brandstoftank leeg was. “Ik had vijfde kunnen worden”, verzuchtte de regerend Clio-kampioen.

Schuimbad
Paul van Splunteren begon de tweede race vanaf poleposition. De teamgenoot van Bas Schothorst zorgde er daarmee voor dat de Team Bilderberg Porsche Eindhoven-Porsche in alle drie de races vanaf de beste startplek mocht beginnen. Naast de Porsche-dealer stond Allard Kalff met zijn Ford Mustang FR 500 C op de eerste rij. Duncan Huisman reed de derde tijd met de Ekris Motorsport BMW M3 GT4, voor Quint Engel met de Match Racing Ginetta G50.

Rory Bertram kwalificeerde zich als dertiende met zijn Porsche 997 GT4. Bij de start van de tijdtraining wilde hij de tijd meten die het kost om vanuit zijn pitpositie naar het einde van de pitstraat te rijden. Dit met het oog op de verplichte pitstop in de derde race. Aan het einde van de pitstraat drukte hij niet op het knopje van de stopwatch, maar op de vlak daarnaast geplaatste schakelaar van de brandblusser. Het gevolg: een schuimende Porsche.