Dragracing: Recordweekend op Santa Pod

Mats Eriksson
Mats Eriksson maakt geen fouten
Bij de Pro Modifieds stal Eriksson met zijn supertijd van 5,988 seconden natuurlijk de show en zette daarmee een aantal andere fraaie prestaties in de schaduw. Zo doorbrak Andy Robinson met een kwalificatietijd van 6,07 seconden voor jet eerst de 6,1-barriere, zette de met een minimaal budget rijdende Bruno Bader een fraaie derde kwalificatietijd (6,137 seconden) op de klokken, noteerde Roger Johansson met 6,155 seconden de snelste Europese tijd ooit met een lachgasauto en verbaasde Marco Maurischat vriend en vijand door in de kwalificatie naar een tijd van 6,19 seconden te rijden (zesde).

Bruno Bader

Marco Maurischat
Tegenvallend was de zevende tijd van Michael Gullqvist (6,21 seconden) terwijl de op dat moment nog regerend kampioen Mikael Lindahl met 6,288 seconden bleef steken op plaats negen.

Robert Koper
Helaas was voor de Nederlandse deelnemers geen hoofdrol weggelegd. Robert Koper had problemen met zijn koppeling en bleef met een tijd van 6,96 seconden (14de) ver verwijderd van zijn persoonlijk record. Henri Joosten werd geplaagd door motorische problemen en moest met 7,41 seconden genoegen nemen met plaats zestien.

Andy Robinson en Bruno Bader (rechts) nemen hun prijzen in ontvangst
Tijdens de kwalificatie werd ook nog de Exhaust Coating Pro Mod Challenge verreden. De stand in deze door Marco Maurischat in het leven geroepen en door zijn firma gesteunde competitie wordt bepaald door de gedurende het gehele seizoen verreden kwalificatietijden/posities. De finale tussen Bader en Robinson leverde een overwinning op voor de Zwister, die met 6,14 seconden niet alleen een snellere tijd op de klokken zette maar zijn tegenstander ook nog een rood licht zag trekken. Bader mocht de bijbehorende cheque van € 2.000,-- in ontvangst nemen en, tekenend voor de onderlinge verstandhoudingen binnen de Pro Mod-gelederen, doneerde een niet onaanzienlijk deel hiervan in het schadefonds van David Vegter.
Of het verlies in de finale van de Challenge een slecht voorteken was is niet te zeggen maar in de eerste eliminatieronde viel Robinson kort na de start stil en zag Roger Moore als eerste de finish passeren. Daarmee was de nummer één uit de tussenstand van het kampioenschap afhankelijk van hoe ver Eriksson en Gullqvist in de eliminaties zouden komen.

Henri Joosten
De eerste ronde betekende ook het einde voor Koper en Joosten waarbij de laatste in zijn run tegen Eriksson wist dat hij het op pure snelheid zou afleggen en dus gokte op de lichten en rood trok. Een opvallende verliezer was de kampioen van vorig jaar Lindahl die duidelijk zijn weekend niet had en het moest afleggen tegen Graham Ellis. Opnieuw een sterke indruk maakte Bader die met twee keer een 6,11 seconden Koper en Urban Johansson uitschakelde. In de halve finale ging het echter mis toen er iets aan de Corvette van de Zwitser kapot ging en hij Gullqvist met de winst aan de haal zag gaan.

Roger Johansson
In de andere halve finale klopte Eriksson in een prachtige 6,01 seconde Roger Johansson die met zijn 6,14 seconden de snelste Europese lachgastijd opnieuw scherper stelde. Door hun plaats in de finale waren Gullqvist en Eriksson inmiddels Robinson in de tussenstand van het kampioenschap gepasseerd en was het letterlijk ‘the winner takes it all’. De winnaar van de finale mocht zich namelijk meteen Europees kampioen noemen maar in het geval van Gullqvist moest hij dan ook nog eens de snelste tijd van het evenement op de klokken zetten (goed voor vijf extra punten).

Mats Eriksson (voorgrond) klopt Michael Gullqvist en pakt de titel
Eriksson bleef echter tijdens de European Finals onklopbaar want in 6,02 seconden liet de Zweed zijn landgenoot Gullqvist (6,14 seconden, persoonlijk record) kansloos. Daarmee pakte Eriksson dus in één weekend de dagwinst, de Europese titel, de Europese records en ging ook nog eens de geschiedenisboeken in als de eerste rijder die in Europa onder de 6 seconden wist te komen.