Retro: Het verhaal van de 22 overwinningen van BMW in de 24 Uren van Spa

1990 : Quester-Duez-Danner, Schnitzer BMW M3, 2de. (Foto Fred Bayet).
1990
Via de link met Fina (Schnitzer), Bastos-Castrol (Bigazzi en ook de Sierra's van Eggenberger) en Toshiba (Linder) zag het startveld er nog behoorlijk uit. De snelle DTM-BMW's hielden makkelijk gelijke tred met de Sierra's en dat leverde winst op voor Cecotto-Giroix-Oestreich in de Schnitzer-BMW.
1991
Wegens het samenvallen van een DTM-meeting in Diepholz met Spa verschenen Schnitzer, Bigazzi en Linder niet aan de start. Onder de hoede van het Castrol-Bastos Racing Team moesten de twee minder sterke groep A-BMW's CiBiEmme het opnemen in wat een ongelijke strijd zou worden met de pk-zwangere Nissan Skyline. De twee BMW's haalden de eindmeet niet – die van Joosen-Martin-Beguin gaf op in de laatste ronde – en hierdoor kreeg de RAS Sport-Porsche van "Davit"-Grohs-Slaus een 2de plaats in de schoot geworpen!
1992
Zonder internationaal reglement geleek het startveld steeds meer op een, zeg maar ongelijk patchwork! Zo zette BMW de organisatoren onder druk om hen meer kansen te geven door het Nissan-gevaar deze keer te bedelen met extra-gewicht. Castrol verdween als sponsor van BMW en de vier BMW's M3 van Schnitzer én Bigazzi stonden voortaan in de kleuren van Bastos-Fina of Fina-Bastos! De Skyline kon zijn gezondsheidswandeling van '91 niet herhalen: de Japanner vatte 's nachts vuur en verdween daarop in het opgeverspark. Het was het jaar van de laatste ronde en laatste bocht om te beslissen over winst en verlies: Soper-Martin-Danner wonnen in de Bigazzi-BMW van de Schnitzer-M3 van van de Poele-Winkelhock-Heger.
1993
De FIA besloot de reglementen volledig om te gooien met Klasse 1 (DTM) en Klasse 2 oftewel het Supertoerisme, waarin BMW voluit koos voor de nieuwe 318is. Ook Spa trok de kaart van de Klasse 2, maar wegens gebrek aan auto's, zou er "gemengd" worden met de GT's. Hoewel de Fina-Bastos-BMW's op de affiche (en de tv-spots) prijkten, schrapte BMW in laatste instantie de deelname, uit protest tegen het reglementair bevoordelen van de meute GT's,. Lees benzinetank van 120 liter voor de 25 Porsches en één Honda NSX. De vier aangekondigde BMW's 318is bleven op stal staan en uiteindelijk namen drie Klasse 2-Carina's het op tegen de GT's. Zoals we ondertussen weten werd de race op zondagochtend stilgelegd na het overlijden van Zijne Majesteit Koning Boudewijn. Ten teken van rouw was er geen eindpodium en hing de Belgische driekleur halfstok.
1994
Na de chaos in '93 werd er resoluut gekozen voor de FIA Klasse 2, maar de zuiver Belgische deelnames van Audi, Toyota en Peugeot, die in Spa punten konden scoren voor de Procar, waren geen partij voor de sterkere BMW's 318is van Bigazzi en het Motorsport-team van Warthofer, met een Top 3 als resultaat.
1995
Opel (met sponsoring van Stella Artois voor het Team Belgium) en Honda (VZM) kwamen Audi versterken in de strijd tegen BMW. Niet voor lang. Schnitzer won, voor Bigazzi en de Honda Accord van de Radigues-Snijers-Favre eindigde 3de op 30 ronden van winnaars Jo Winkelhock, Steve Soper en Nederlander Peter Kox.

1996: Supertoerisme: BMW 320 – Opel Vectra – Honda Accord... (foto Press BMW)
1996
De 24 Uren draaide qua belangstelling steeds meer uit op een Belgisch onderonsje en dat was ook de mensen van de fabrieksteams opgevallen. Audi gaf hierdoor verstek en BMW besloot onder de vlag van Fina-Bastos nog slechts twee Bigazzi-auto's af te vaardigen. Nog voor de start werd gegeven, wist men bijna zeker dat er een BMW als eerste de eindmeet zou bereiken. De VZM Honda en die van het Britse PCA konden nooit een vuist maken tegen BMW's en enkel de Vectra van het Opel Team Belgium kwam, bijna in aanmerking voor de ... 3de plaats!
1997
De Honda "Made by Prodrive" van Tassin-Heger-Tarquini stond op poleposition, maar nadien reden de Radigues-Duez-Hélary in de Bigazzi als het ware van start naar finish, voor Bigazzi-maatjes Piquet-Cecotto-Winkelhock en de "taxi"-BMW – een Klasse 2-koets met een diesel in het vooronder - van Nederlander Peter Kox, Menzel en Naspetti. Wegens té duur voor de Belgische markt, verviel de Supertoerisme-Klasse 2 en kozen zowel de Belgian Procar als de 24 Uren voor de goedkopere maar, helaas, minder tot de verbeelding sprekende SuperProduction ofte DTC.
1998
Onder impuls van BMW Belgium en partners Fina en Bastos werd bij Juma gekozen voor een mini-programma met de 24 Uren van Spa als hoofddoel. De 320 bleek evenwel in DTC-uitvoering niet meteen de meest gevreesde rivaal voor de Renault Mégane en de favoriete Peugeot 306. Dankzij een doorgedreven voorbereiding, uitvoerige tests en het voortdurend aanpassen van de strategie, slaagde Bart Mampaey erin om BMW een 21ste overwinning te schenken. Het zou de 4de en laatste zege worden bij Juma Racing, aangezien Bart Mampaey in '99 onder de vlag van Racing Bart Mampaey (RBM) met twee Primera's naar de 24 Uren van Spa toog. Dat hij (even) BMW verliet, had veel te maken met het dat jaar toevertrouwen van twee Fina-BMW's 320 aan het Italiaanse Raffanelli-team (ex-Bigazzi).
2000
Met een beetje geluk waren Martin-Tassin-Moureau erin geslaagd om voor BMW een 22ste overwinning te behalen. Op één uur van de eindmeet telde de leidende Peugeot 306 van Defourny-Mollekens-Bouvy zeven ronden voorsprong op de Duitse Düller-Groep N BMW M3, maar de motor van de Kronos-auto maakte een raar geluid en bleek op drie cilinders te draaien. Op een slakkengangetje tufte de gehavende 306 naar de finish, terwijl Martin de achtervolging inzette. Na veertig minuten spanning en een waarachtige Hitchcock-finale strandde hij op 1'55 van de winnende Peugeot. Een prachtig slotstuk van het verhaal van de toerwagens in de 24 Uren, want in 2001 werd er resoluut gekozen voor de GT-wagens. Zonder BMW.