DTM: Albers bewijst zichzelf geen dienst op de Nürburgring
Super-pole: Paffett rijdt zijn beste tijd van het weekend, concurrentie zakt weg
Op de persconferentie na afloop van de beslissende Einzelfahrten op de Nürburgring, moeten zelfs de teambazen toegeven geen verklaring te hebben voor de gebeurtenissen tijdens de Super Pole. Na de rit van Gary Paffett verdwijnt er in de eerste sector van de baan grofweg een halve seconde. Mattias Ekström bijvoorbeeld mag door zijn snelste ronde in de normale kwalificatie als laatste starten en geeft vervolgens zeven tienden toe op die eerdere tijd. Ekström: "Tot nu toe had ik hier twee geweldige dagen. Tot die Super Pole-ronde... Omdat ik in alle sessies tot nu toe de snelste was, hadden we die pole echt verdiend. Ik weet niet waarom, maar in de Super Pole hadden de banden minder grip dan in de kwalificatie."
Gary Paffett is uiteraard contenter, al geeft hij later toe dat de eerste startplaats als een volslagen verrassing kwam. "We waren absoluut niet bezig met de pole", vertelt hij ons 's avonds. "We gingen we de baan op en toen hadden we ineens pole-position. Terwijl we het gisteren erg moeilijk hadden en het vanmorgen ook nog matig ging."
Voor Christijan Albers is de vijfde plaats het hoogst haalbare. Hij moet Paffett, Ekström, Abt (Audi) en Dumbreck (Opel) voorlaten. Problemen met de afstelling hinderen de Larenaar nog steeds. Erger nog vergaat het Jean Alesi, die er in zijn Mercedes niet in slaagt tot de Super Pole door te dringen.
Achterin het veld doet Jeroen Bleekemolen het prima door drie van de vier oude Mercedessen achter zich te laten. Hij eindigt daarmee op plaats zeventien.
