Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet
RETRO

Retro: Hall de grote held op Grand Prix de Monaco Historique

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Met twee overwinningen uit twee starts is Stuart Hall de grote winnaar geworden van de Grand Prix de Monaco Historique. In de McLaren M23 en March 821 uit de Rofgo Collection greep de Britse professional de winst in de F1-races voor auto’s uit de respectievelijke periodes 1973-’76 en 1981-’85. Frits van Eerd was de enige Nederlandse deelnemer. In twee chaotische wedstrijden hield hij beheerst stand, met een tiende plaats in de afsluitende F1-race voor het tijdperk 1981-’85 als beste resultaat.

Tekst en foto’s: Mattijs Diepraam


Zoals altijd in de straten van Monaco hielden diverse ongeduldige deelnemers tijdens de vrije trainingen en de kwalificaties hun kruit niet droog: geen sessie verliep zonder incidenten, waarbij de schade soms bedroevend groot was. Ook de techniek liet sommige auto’s al in de aanloop naar de wedstrijden in de steek. De grootste drama’s voltrokken zich voor de March 701 van Bruno Ferrari, de auto waarmee Ronnie Peterson op Monaco in 1970 zijn debuut maakte, en de pas gerestaureerde Fittipaldi F8 van Sam Hancock. Ook Yutaka Toriba’s Wolf-Williams FW05 zagen we na de kwalificaties niet meer terug, evenals de Brabham BT2 van Philippe Bonny en de unieke Zuid-Afrikaanse Assegai-Alfa Romeo van Julian Ellison.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De wedstrijden werden een vreemde verzameling van rechttoe-rechtaan-races tot aan de finish en races die uitdraaiden op een complete puinhoop. Tussen die twee uitersten werd race voor sportwagens uit de jaren vijftig het spektakelstuk van het evenement: na een mislukte start werkte Max Smith-Hilliard zich naar voren, om in de laatste ronde de kop te pakken.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De wedstrijddag werd geopend met de race voor GP-auto’s tot 1961 met de motor voorin. Daarin domineerde Claudia Hürtgen van start tot finish. In haar Ferrari 246 Dino van het Duitse team Methusalem reed ze de Maserati 250F van Marino Franchitti op grote afstand: 15 seconden bedroeg haar voorsprong toen de zwartwitgeblokte vlag viel. De strijd om de derde plaats trok meer aandacht. Aanvankelijk had Joaquin Folch-Rusinol in zijn Lotus 16 daarin het voortouw, terwijl vlak achter hem de 250F van Guillermo Fierro en de Tec-Mec van Tony Wood vochten om de vierde plaats. Toen de achterblijvers in het spel kwamen, zat Fierro al gauw op het vinkentouw bij Folch, die kort daarna zijn plek aan zijn Spaanse landgenoot verloor en vervolgens in de aanloop naar Rascasse in de rondte ging. Wood ging er uiteindelijk met de laatste podiumplaats vandoor, toen hij Fierro in de laatste ronde wist te passeren.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De daaropvolgende wedstrijd voor vooroorlogse Grand Prix-auto’s en voiturettes kende een enigszins vergelijkbaar verloop. Van pole leek Paddins Dowling in de beroemde ERA R5B ‘Remus’ op weg naar nog maar eens een onbedreigde overwinning op Monaco, daarbij geholpen door Michael Birch, die zijn Maserati 4CM voor de ERA B-type Brad Baker wist te wurmen. Baker had enkele ronden nodig om met Birch af te rekenen, die geen tegenstand meer kon bieden toen hij in de klim naar Massenet een versnelling leek te verliezen. Daarna naderde de Canadees rap op Dowling, zodat het een wedstrijd leek te worden. Maar Dowling zat blijkbaar in ‘cruise-modus’, want zodra hij op het pitbord zag dat Baker in de achtervolging was, zette hij nog maar eens aan in de voormalige raceauto van prins Bira om met 14 seconden voorsprong te zegevieren. Birch wist zijn strompelende Maserati nog wel als derde over de streep te krijgen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De race voor F1’s uit het anderhalvelitertijdperk stond opnieuw in het teken van de twee rivalen die al jaren de dienst uitmaken in deze wedstrijd: Andy Middlehurst vertrok van kop in de befaamde Lotus 25 met Jim Clark-verleden en kreeg vanzelfsprekend meteen Joe Colasacco in de Ferrari 1512 achter zich. Rondenlang probeerde de Amerikaan het bij de Lotus, waarna halverwege de race een achterblijver een einde aan zijn aanval leek te maken. Toch gaf Colasacco het nog niet op: de mini-cilindertjes in de Ferrari werden extra hard aangesproken voor een reeks snelste ronden van de wedstrijd, totdat Middlehurst weer volop rood in zijn spiegels zag. De Brit boog maar barstte niet en wist zo zijn zoveelste grote overwinning op Monaco bij te schrijven. Mark Shaw werd in zijn Lotus 21 op grote afstand derde.

Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet