Retro: Hall de grote held op Grand Prix de Monaco Historique

Daarna was de eerste van vier races voor F1-auto’s uit het 3-litertijdperk aan de beurt. De periode 1966-’72 is in het reguliere Masters-kampioenschap al jaren een moeilijk tijdperk en dat vertaalt zich nu ook door op Monaco. De race zag een mager veld dat nog magerder werd toen diverse auto’s de pre-grid en de opwarmronde niet overleefden. Meteen na de start ging Michael Lyons er in de Surtees TS9 als een haas vandoor, op weg naar een hernieuwde zege in deze categorie, maar na acht ronden leek hij een probleem met zijn stuurstang te hebben. De auto wilde op weg naar Rascasse niet meer de juiste kant op en Katsu Kubota in de Lotus 72 naderde rap. Lyons behield zijn tegenwoordigheid van geest en hoekte zijn auto meteen na de bocht haaks naar rechts, om in ieder geval de Japanner vrij baan te geven. Die reed daarna onbedreigd naar de overwinning.

Die had voor Matt Wrigley moeten zijn, maar die verremde zich in Ste Devote, waarmee zijn March 721G kostbare tijd verloor en Kubota intussen voorbij zag komen. Wrigley werd nog wel tweede. Franco Meiners was in de unieke Ferrari 312B3 ‘Spazzaneve’ op weg naar de derde plaats, maar in de onderlinge strijd der twaalfcilinders trok ‘Mr John of B’ in de Matra MS120C aan het slot aan het langste eind, voordat de Monegask ook zijn vierde plek wegspinde. Die ging nu naar Adrian Newey, die in zijn Lotus 49B netjes uit de problemen bleef en ook nog opzien baarde met een gewiekste inhaalactie in de Fairmont-hairpin.

De F1-race voor de periode 1973-’76 was vervolgens weer net zo recht voor z’n raap als de twee openingswedstrijden. In de Yardley McLaren M23 uit de Rofgo Collection bleek Stuart Hall ongenaakbaar. Al in de trainingen was goed te zien hoe kalm Hall in de auto zat, in vergelijking tot zijn hardwerkende tegenstrevers, het trio Nick Padmore (Lotus 77), Marco Werner (Lotus 76) en Michael Lyons (in een vroege McLaren M26). Van die drie leidde Werner aanvankelijk de achtervolging, maar toen de Duitser moest opgeven, was het aan Padmore en Lyons, waarbij Lyons aan het slot terrein verloor op zijn landgenoot.

Na de pauze werden de toeschouwers getrakteerd op de mooiste wedstrijd van de dag. Richard Wilson nam bij de start de kop, maar na twee ronden werd zijn Maserati 250S gepasseerd door Fred Wakeman, die in zijn Cooper-Jaguar T38 de fraaiste manoeuvre van het weekend aan de dag legde: buitenom in Massenet. Daarna leek het een uitgemaakte zaak voor de Amerikaan, maar hij had buiten Max Smith-Hilliard gerekend. In zijn Lotus MkX was de Brit zo ontketend nadat hij zijn start vanaf de tweede rij had verprutst, dat ook Wakeman uiteindelijk geen weerstand kon bieden. Na vier ronden was ‘MSH’ alweer vierde, waarna hij Claudia Hürtgen in de Maserati 300S verschalkte en vervolgens Wilson bij Casino in een fout dwong. Daarna dichtte Smith-Hilliard ook het gat naar Wakeman, die in de laatste ronde uiterst verdedigende lijnen moest rijden om zijn rivaal voor te blijven. Zo ook in de haarspeldbocht, waarna de Cooper zo weinig snelheid kon ontwikkelen naar Portiers toe dat Smith-Hilliard zijn Lotus er aan de binnenkant naast zette. Wakeman probeerde aan de buitenkant mee te rijden, maar dat bracht de Cooper in een spin. Zo kreeg Hürtgen de tweede plaats cadeau en werd de Jaguar D-type van Niklas Halusa derde.
