Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet
RETRO

Retro: Hall de grote held op Grand Prix de Monaco Historique



Vervolgens werd het weekend afgesloten met de twee resterende F1-wedstrijden, die voor de perioden 1977-’80 en 1981-’85. Die eerste werd een schertsvertoning met in totaal zes starts en zes ronden onder de groene vlag. De ellende begon met een startongeluk tussen Wayne Taylor (Wolf WR4) en Harald Becker (Arrows A3), waarbij juist de ervaren veelvoudig IMSA-kampioen uit Zuid-Afrika in de fout ging door te snel te danken dat hij Becker was gepasseerd. Taylor stuurde naar links om zo ook zijn voorganger te grazen te nemen, maar daar zat de Arrows nog. Het resultaat was dat beide auto’s hard de vangrail indoken. Daarna zette Stephen Shanley zijn Tyrrell 010 bij het zwembad achterstevoren, waardoor hij terugviel van de derde naar de 23e plaats. Eerst werd de safety car naar buiten gestuurd, maar na twee ronden volgde alsnog de rode vlag.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Het opruimen van de schade op het rechte stuk duurde ruim een halfuur, een periode waarin McLaren-baas Zak Brown onder het toeziend oog van zijn coureur Lando Norris besloot om zijn Williams FW07B te parkeren. Daarna ging de herstart mis doordat Shanly – blijkbaar zonder dat iemand van de organisatie het had opgemerkt – in de pits weer zijn derde startplek had ingenomen. Dat was ten onrechte, want de rode vlag werd pas gezwaaid ná het voltooien van de openingsronde. Op de opstelling voor de staande start ging het daarom mis, doordat er geen plekje meer was voor Mark Hazells FW07B. Vervolgens duurde het opnieuw tientallen minuten om op de grid de juiste startvolgorde te bewerkstelligen. De tweede herstart was echter net zo min onder een gelukkig gesternte geboren doordat de Tyrrell 010 van Mike Cantillon en de Shadow DN8 van Luciano Biamino bleven staan.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Bij de derde poging kwam het veld eindelijk weg, maar in de openingsronde van de inmiddels van 18 naar 15 ronden verkorte race ging het meteen weer mis: Martin Overington, de eigenaar van Hotel de France die bekendstaat om zijn Bentley-capriolen, probeerde zij aan zij door de tunnel te gaan, maar eenmaal naast de ideale lijn gleed zijn Hesketh 308E onvermijdelijk de vangrail in. Overington stapte zelf, maar het ambulancepersoneel wilde toch wel even zijn gezondheid nagaan. Bij de voorgaande onderbrekingen was de raceklok steeds gestopt, maar nu werd besloten om hem te laten doorlopen terwijl de rommel werd opgeruimd. Voor de vierde herstart werd besloten tot een race van 10 ronden, met een maximale duur van 30 minuten. Maar ook die ging mis: opnieuw stelde een auto zich verkeerd op, deze keer de Williams FW06 van David Shaw. Vervolgens koos de wedstrijdleider eindelijk eieren voor zijn geld door het veld via een rollende herstart vanachter de safety car op weg te sturen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Vijf ronden duurde het voordat de volgende harde crash zich aandiende: Nicolas Matile zette zijn March 771 bij Tabac in de vangrail. De rode vlag werd ter plekke omgezet in een resultaat. De winst ging naar de Hesketh 308E van Michael Lyons, die de Fittipaldi F5A van Miles Griffiths van zich af had gehouden. Nog een Fittipaldi, de F6 van Jonathan Cochet, werd derde.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Meer dan een uur te laat kon de laatste race van start gaan, maar het duurde nóg langer, doordat prins Albert stond op zijn gridwalk met familie en gasten. Zijn wil in Monaco is wet en dat betekende ook dat Albert kon beslissen dat het evenement zo lang kon doorgaan als hij wilde. In die laatste race moest opnieuw de safety car eraan te pas komen, nadat Steve Hartley’s Arrows A6 bij de chicane in de vangrail was geduwd, maar nu kon de race de volle 18 ronden doorgaan. Dat maakte de wedstrijd niet minder chaotisch, want bijna de helft van de auto’s viel met panne of schade uit. Daarbij reden in deze race vele coureurs elkaar in de wielen: Mark Higson reed met zijn McLaren MP4/1B achterop bij achterblijver Piero Lottini, die op het rechte stuk in het midden bleef rijden en niet duidelijk maakte aan welke kant hij zijn Osella FA1B ging zetten, Mike Cantillon reed bij Mirabeau de linkervoorwielophanging van zijn Williams FW07C krom tegen de Tyrrell 011 van Ken Tyrrell, terwijl Jamie Constable op dezelfde plek zijn 011 stukreed op de FW08B van Mark Hazell.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Stuart Hall regeerde ook in deze race moeiteloos. Zijn March 821 – destijds een zwakke broeder in het F1-veld – hield de Lotus 87B van Marco Werner en de Lotus 92 van Michael Lyons op afstand en zag de Lotus 88B van Nick Padmore voortijdig de aftocht blazen. Zo kon Marino Franchitti vierde worden in de Tyrrell 012 die ooit van Stefan Bellof was.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Frits van Eerd hield in beide races intussen zijn hoofd koel en bracht zijn auto’s keurig naar de finish. Zijn Fittipaldi F8 eindigde als 12e, terwijl zijn Williams FW08B als tiende over de streep kwam, geholpen door de vele uitvallers.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet