Formule 1: Een hommage aan Frank Williams in 50 foto’s

Rosberg zelf zou er niet echt van profiteren, al nam hij in zijn laatste race voor Williams wel een overwinning mee naar McLaren.

Terug op het oude nest: Jacques Laffite. De inmiddels zeer ervaren Fransman mocht in 1983 en '84 de kooltjes uit het vuur halen met de toen nog zeer onbetrouwbare Honda-motor, maar kon de vruchten nooit plukken. In 1985 maakte hij plaats voor Nigel Mansell.

Is het patroon al herkenbaar? Na Jones en Rosberg was Nigel Mansell opnieuw zo'n Williams-troef die uit de middenmoot werd opgepikt en opeens tot bloei kwam. In zijn vijf seizoenen bij Lotus was de Brit nooit opgevallen als een supertalent, zodat Elio De Angelis daar de natuurlijke nummer één was. Bij Williams leek hij een prettige nummer twee naast Rosberg, maar eind 1985 was het juist Mansell die voor Honda de ban brak met twee opeenvolgende zeges op Brands Hatch en Kyalami. Rosberg won daarna nog eens in Adelaide, zodat Williams-Honda opeens als favoriet het seizoen 1986 inging.

De motor die in 1986 bijna onverslaanbaar bleek.

Hockenheim 1986: een podium met drie grootheden.

Piquet was voorbestemd om de kampioen te worden, maar het scenario van 1981 kreeg een tweede deel...

Mansell snoepte zó veel punten van de gedoodverfde nummer één af dat hij de grote titelkandidaat werd – maar uiteindelijk gingen Alain Prost en McLaren met het kampioenschap aan de haal.

Red Five: die rode vijf zou in Engeland heel beroemd worden.

Toch was het Nelson Piquet die in 1987 de titel veroverde voor Williams, ondanks zijn enorme ongeluk op Imola en ook een beetje dankzij het zware ongeluk van Mansell op Suzuka.
Na de jaren met Boutsen, Patrese en alsnog de titel voor Mansell: de Williams die er niet mocht zijn.
De FW15 met de continu variabele transmissie van Van Doorne Transmissie reed in handen van David Coulthard wonderbaarlijke tijden tijdens tests, maar de F1-auto met de revolutionaire Nederlandse CVT-bak werd in de winter van 1992 al verboden.