Formule 1: Een hommage aan Frank Williams in 50 foto’s
Maar Alan Jones was bij Williams dé man. De noeste Australiër was zijn F1-carrière al in 1975 heel onopvallend begonnen, in een privé-Hesketh van Harry Stiller, om daarna nog wat races te rijden voor Graham Hill.

In seizoenen daarop bij Surtees en Shadow toonde hij belofte, met een overwinning in 1977 op de Österreichring in een halfnatte race als uitschieter, maar pas bij Williams kwam hij echt tot bloei en werd duidelijk hoe snel hij eigenlijk was.

In het kampioenschapsjaar 1980 werd Alan Jones alleen enigszins belaagd door teamgenoot Carlos Reutemann en Brabham-concurrent Nelson Piquet, maar in het constructeurskampioenschap had Williams bijna twee keer zo veel punten als naaste achtervolger Ligier.

Ook geliefd als privé-auto: oudere FW07-chassis kwamen in 1980 in handen van Rupert Keegan (hier te zien voor de Alfa van Bruno Giacomelli), Desire Wilson, Geoff Lees en Kevin Cogan. In de Britse Aurora-serie voor F1-auto's waren ze evenzeer geliefd.

De nieuwe teamgenoot van Jones: Carlos Reutemann test op Zolder in 1981.

In 1981 won Williams opnieuw de constructeurstitel, maar Jones en Reutemann verdeelden de punten in een onderlinge strijd.

De verrassende kampioen van 1982: Keke Rosberg. Van reuzendoder bij Theodore (wie weet die International Trophy van 1978 nog?) en achterblijver bij Wolf, ATS en Fittipaldi tot dezelfde openbaring die Alan Jones eerder bleek. Zoals Jones bij Williams paste, zo sloot ook het karakter van Keke naadloos aan bij het no-nonsense-team.

De wereldkampioen werd in 1983 doorgaans overklast door de turbo's, maar Rosberg wist op Monaco te winnen en sleepte er in Detroit een podium uit.
De eerste stappen met Honda, met de FW09.

Het zou twee jaar van zwoegen worden voordat eind 1985 opeens het muntje viel.