Div: Boekrecensies Nederlandse autosportboeken 2019

Zandvoort – de Formule 1 komt thuis ***
Een boek dat niet in eerste instantie over Max Verstappen gaat, maar over Zandvoort, en meer specifiek het circuit, de tientallen jaren durende perikelen rondom de nationale autosportaccommodatie en hoe de Formule 1 uit Zandvoort verdween en er weer naartoe terugkeerde. Volop stof voor een boeiend en lezenswaardig boek, en dat is het dan ook zeker geworden. Maar er zijn zeker ook de nodige kritische kanttekeningen bij te plaatsen.
De titel wekt wat verbazing, want 'thuis' is de Formule 1 in Zandvoort eigenlijk niet. Op dat predicaat zouden circuits als Silverstone, Monza of Monaco, waar de Formule 1 sinds de start van het wereldkampioenschap (ja, in sommige jaren ook Formule 2) nagenoeg ieder jaar racete, meer recht hebben, als er al zoiets als een 'thuisbasis' voor deze mondiale klasse is. Maar goed, dat daargelaten, biedt het boek een interessante weergave van de ontwikkeling van het circuit, de ellende rondom de dodelijke ongelukken van coureurs Piers Courage en Roger Williamson, de harde gevechten die de achtereenvolgende circuitdirecteuren moesten voeren om de accommodatie te kunnen laten overleven. De verdiensten van Johan Beerepoot, de hemelbestormende ideeën van Michael Hordo, de inzet en het vliegtuigongeluk van Jim Vermeulen, diens overstap naar Grandorado, de inspanningen van Hans Ernst: het komt allemaal uitgebreid aan bod, evenals de meest recente episode met Bernhard van Oranje en Menno de Jong als eigenaren en hoe zij erin slaagden om de Formule 1 terug naar ons land te krijgen. Goed om te lezen, waarbij auteur André Hoogeboom veel hulp heeft gekregen van de afgelopen najaar overleden Dirk Buwalda, oud-perschef en groot kenner van de historie van het circuit. Ook op de concurrentiestrijd met Assen wordt vrij uitvoerig ingegaan.
Maar oh, wat had een goede eindredacteur bij dit boek wonderen kunnen verrichten! Wat dat betreft is het al net zo erg als het eerdere boek van Hoogeboom over Max Verstappen. Feiten zijn niet gecheckt, zoals blijkt uit slechts een paar voorbeelden. Jan Lammers' eenmalige comeback in de Formule 1 heeft volgens dit boek in 1993 plaatsgevonden, in plaats van 1992. Tom Coronels overwinning in de Masters was volgens het boek in 1994 ("een jaar na de zege van Jos Verstappen", staat er nota bene ook nog bij!) in plaats van 1997. En dan wordt er gesproken over de 100.000 bezoekers bij de Masters in 1999, gevolgd door de passage: "Later verdedigden (...) Peter Kox, Martijn Koene (...) de nationale driekleur." Welnu, Kox en Koene reden in 1999 al lang geen Formule 3 meer, laat staan "later". Jeroen Bleekemolen blijkt opeens in 2009 in de A1GP op Zandvoort te hebben gereden, in plaats van drie jaar eerder, en het bandenmerk van die klasse heette blijkbaar "Avond" in plaats van "Avon". Bovendien zou de race 70 ronden lang geweest zijn, wat in de praktijk echter maar 41 ronden was. En over Gijs van Lennep: "Zijn sportieve successen in de autosport bleven beperkt tot overwinningen in Porsches, op Le Mans." Alsof dat niks is... De Targa Florio, wat de coureur zelf als zijn grootste succes beschouwt, wordt niet genoemd, de Formule 5000 blijft onvermeld.
En dan het spellen van namen. De baas van Lotus heet opeens Roger Chapman (zoals de zanger van 'Shadow on the wall') in plaats van Colin, natuurlijk wordt de beroemde Belgische coureur geschreven als "Jackie Ickx" in plaats van "Jacky", Jackie Oliver daarentegen weer als "Jacky", er is ergens sprake van "Jo Schiffert", de zoon van Steve McQueen wordt als "Chet" (als in 'Baker') geschreven, in plaats van "Chad", Jean-Pierre van Rossem heet "Jean-Marie", er staat "Kalyama" waar "Kyalami" bedoeld is, Sébastien Buemi wordt "Steve" genoemd. En de prins, mede-eigenaar van het circuit, wordt consequent foutief als "Bernard" geschreven, terwijl die toch echt "Bernhard" heet.
Ook wordt er links en rechts nogal eens een loopje genomen met de feiten. Zo wordt op een bepaalde plek in het boek gesteld dat de oorzaak van de crash van Williamson nooit is opgehelderd, terwijl een paar pagina's eerder geschreven wordt dat een afgebroken wiel de oorzaak was. Of dat Christijan Albers buiten Nederland reed, "in de Formule 3 en de DTM", terwijl later de Masters op Zandvoort in het leven werd geroepen. Welnu, die waren er al in 1991, ver voordat Christijan Albers in de Formule 3 kwam. En er wordt enkele malen geschreven over een monument ter nagedachtenis van Courage en Williamson, dat in 2016, en volgens een andere pagina in 2017 onthuld zou zijn en in Bos Uit zou staan. Dat klopt niet: de onthulling was in 2013 en het monument bevindt zich op de toegangsweg bij het tunneltje. En dan wordt er gesproken over Bos Uit als locatie waar Williamson crashte, terwijl dit bij Tunnel Oost gebeurde. Erg slordig allemaal, en zaken die iemand met een beetje historische kennis er vrij snel uit gehaald zou (moeten) hebben.
André Hoogeboom: Zandvoort – De Formule 1 komt thuis. De opkomst, ondergang en wederopstanding van een Nederlands racecircuit. Uitgave: Karakter. ISBN: 978-90-452-1926-4. 206 pagina's, hardcover.
