Formule Ford: Banden opwarmen bepaalt kampioenschap (lang)
Genemans, Catsburg en Stuart
In de openingsfase ontstond er vervolgens een kopgroepje van drie, onder leiding van Auke Genemans, gevolgd door Nick Catsburg en Liroy Stuart. Het duel begon voortvarend; eerst passeerde Catsburg zijn teamgenoot, die echter meteen weer aanhaakte. “Bij Bosuit ging ik Nick weer voorbij, waarna we samen richting Tarzanbocht reden”, reageerde Genemans. “Daar zat ik aan de buitenkant, ik was hem in principe gewoon weer voorbij.”
Het liep echter anders voor Genemans, want Liroy Stuart dook aan de binnenkant van Catsburg, waarbij hij de First Division-kampioen even aantikte. Deze schoof op zijn beurt naar buiten, waar hij Genemans niet meer kon ontwijken. “Ik zat voor de zekerheid al wat verder naar buiten in die bocht, maar toen ineens kwam Catsburg dichterbij, tikte hij mij op mijn achterwiel en daardoor ging ik dwars”, verklaarde Genemans. Dit beaamde Catsburg: “Ik kreeg een zetje en schoof toen tegen Auke aan.” Vanuit Stuarts perspectief was Catsburg de aanstichter. “Ik was sneller dan hen, maar zij gaven mij geen ruimte. Toen verwachtte ik dat hij Auke ging uitremmen, maar in plaats daarvan trapte hij een keer extra op de rem. Op dat moment zat ik op Auke te letten en raakte ik Nick.”

De druiven waren zuur voor Genemans, die de grindbak in stuiterde en in het achterveld zijn weg moest vervolgen. Catsburg en Stuart vochten samen verder aan kop, waarbij ze enkele malen van positie wisselden. “Ik was Nick bij het incident voorbij gegaan,” vertelde Stuart, “maar uit voorzorg om een straf te ontlopen liet ik hem weer voorbij, waarop ik weer begon aan te vallen.” Dat had echter weinig nut, want krap twee ronden na het incident besloot de wedstrijdleiding Stuart te straffen voor het ongeluk. Hij kreeg een drivethroughpenalty opgelegd en reed een verloren race.

Stuart kon achteraf niet zeggen dat hij deze straf onterecht vond, maar hij voelde zich wel benadeeld: “Ik vind dat je bij racen contact niet kunt vermijden. Het blijft natuurlijk wel close racing en dan gebeurt er wel eens wat. Het ergste vind ik echter dat ík altijd gestraft wordt, terwijl de Geva-coureurs voor eenzelfde vergrijp niet bestraft worden. Maar wat wil je ook als de teambaas de race bekijkt bij de wedstrijdleiding; dan kan het nooit eerlijk verlopen. Het is gewoon een vriendenclubje. Zij zijn gewoon jaloers als ze niet zo hard gaan en wanneer er dan echt geracet wordt kunnen ze daar niet tegen. Ik maak me er echter niet druk om, ik race voor mezelf, niet voor de rest.”
Vergeten te remmen
Na het wegvallen van Genemans en Stuart was de angel behoorlijk uit de strijd aan kop. Nick Catsburg had een redelijke marge op zijn achtervolgers en hoefde alleen maar uit de problemen te blijven. Die achtervolgers waren Simon Knap en Romano de Ruit. Knap was gestart vanaf de vijfde plaats en reed een sterke openingsfase. “De start was eerlijk gezegd vrij matig, maar de eerste paar rondjes kon ik er gelijk een paar inhalen.

Met het verdwijnen van Auke en Liroy lag ik ineens tweede, dat was natuurlijk een prima uitgangspositie.” Romano de Ruit startte als zesde achter Knap en maakte dus een vergelijkbare opmars. Ook hij reed met een positief gevoel rond. “Ik had een goede snelheid, ik had misschien zelfs kunnen winnen. Bij de start was Nick Catsburg me al voorbij gekomen, maar het verschil tussen ons was niet zo groot.”
De twee zaten dus beiden met goede moed in hun Fordje. De hoop op succes vervloog echter in ronde tien. Terwijl De Ruit net voorbij was gegaan aan Knap, maakte de laatstgenoemde een fout door te laat te remmen voor de Tarzanbocht en daarbij op het achterwiel van De Ruit te rijden. Knap vloog er overheen richting grindbak. Beide rijders konden door, maar de achterwielophanging van De Ruit was zo krom dat hij alle moeite had de auto op het grijze lint te houden en terug te rijden naar de pits.
De fout van het incident lag dus bij Knap, die dit zelf ook niet ontkende. “Ik zat Florie te zoeken in mijn spiegels, want hij deed iets geks en toen was ik hem even kwijt. Doordat ik hem aan het zoeken was vergat ik te remmen en reed ik pardoes achterop Romano. Mijn stuurstang was krom en de onderste wishbone was beschadigd, maar ik kon wel door.” Dat kon niet gezegd worden van De Ruit, die behoorlijk baalde. “Ik had mijn hoop op deze race gevestigd, ik wilde het seizoen eindigen met een overwinning en dat was vandaag mogelijk.”