SEAT Cupra Cup: Kampioenskandidaten verdelen de prijzen (lang)
Omgekeerde wereld
De sprintrace van zondag kende wederom weinig zonneschijn, maar dit keer kwam het wolkendek niet verder dan wat gedruppel. Dat leverde dus weinig verrassingen op, maar dat kon van de race niet gezegd worden. De grootste verrassing kwam namelijk al in de openingsronde. Sheila Verschuur vertrok van pole position, behield bij de start haar leidende positie, maar zag tot haar schrik in die openingsronde plotseling alle snelheid uit haar Seat Cupra verdwijnen, waarna haar niets restte dan de bolide naast de baan te parkeren. Een weekend dat leek af te stevenen op een met een gouden randje werd in mineur afgesloten.

Tweede tegenvaller voor Verschuur was de opmars van voornaamste concurrent Ronald Morien, die op zondag geen genade leek te kennen. Vanaf de negende startplaats startend – bepaald door de finishpositie in de endurance race – dook hij al als vijfde de eerste bocht in, om vervolgens de eerste ronde als tweede over start/finish te komen. “Ik denk dat dit ook echt mijn kracht is”, reageerde Morien. “Wanneer ik van achteraan moet starten en mijn weg naar voren moet zoeken, dat zijn de races waarin ik excelleer.”

Voor Morien reed Marcel Duits, die bij de start Mathijs Bakker aan zich voorbij zag komen, maar deze even later weer kon passeren. “Ik verschakelde me bij de start waardoor hij mij inhaalde. Toen ik hem later weer passeerde knalde ik door mijn remmen waardoor we beiden doorschoten. Mathijs was daar niet zo blij mee, maar het was zo’n typische racesituatie die soms kan gebeuren.”

Voortvarende openingsfases waren er ook voor René Oudshoorn en Vincent van der Valk. Oudshoorn kwam vanaf de achtste plaats snel vier plaatsen goed en nadat hij Mathijs Bakker in de tweede ronde passeerde lag hij al derde. Vincent van der Valk moest vanaf plaats elf komen en maakte bij de start eveneens vier plaatsen goed. Daarna moesten Van de Vendel en Arie Dekker eraan geloven, waarmee Van de Vendel op de vijfde plaats kwam te vertoeven. In het kielzog van Van de Vendel was ook Raymond Koster – als tiende gestart – aan zijn opmars bezig, maar toen de twee bij elkaar uitkwamen was de euforie plotseling verdwenen. Een aanrijding deed beide coureurs in de grindbak belanden, wat einde race betekende.
Groepjesvorming
Na de uitvalbeurt van eerst Verschuur en later Van de Vendel en Koster was het totaalveld geslonken tot slechts acht coureurs. Behalve de uitvallers kon Bart van Raamsdonk namelijk niet meer deelnemen aan de sprintrace. Zijn Seat was door de crash op zaterdag dusdanig beschadigd dat de race van zondag om half 1 voor hem te vroeg kwam.

Na de openingsfase was het veld verdeeld in drie groepen: de leiders, de middengroep en de uitvallers. De kopgroep, bestaande uit Duits, Morien, Oudshoorn en Bakker deed weinig voor elkaar onder, maar tien seconden daarachter was het de middengroep die nog minder voor elkaar onder deed. Van de Vendel, Arie Dekker, Willebrands en Hans Dekker gaven elkaar slechts tienden toe, wat een spannende strijd opleverde. Winnaar in deze strijd werd uiteindelijk Kees van de Vendel, die als vijfde eindigde, voor Michiel Willebrands en Hans Dekker. Arie Dekker moest zich vier ronden voor het einde bij de laatste groep scharen, toen hij zijn kapotte Seat bij die van Verschuur naast de baan moest parkeren.