BOSS GP: Jan Lammers: ‘Een Formule 1 is een heel wild beest’

Naar de top
Lammers heeft altijd de drang gehad grensverleggend bezig te zijn. Reeds als kind wilde hij letterlijk naar de top. "Alles wat hoog was, daar moest en zou ik in klimmen." En dan was een gemiddelde boom niet uitdagend genoeg. Zo had het jochie het lumineuze idee om op Bouwes Palace, met zeventig meter het hoogste gebouw van Zandvoort, te komen. "Ik ben naar de bovenste etage gegaan en zag dat je daar klapramen had. Vervolgens ben ik van daaruit naar boven geklommen en heb ik een tijdje op de rand van het dak gezeten. Machtig mooi, maar doe het maar nooit kids!"

Weg naar succes
Hoewel Lammers met onder meer het Europees kampioenschap Formule 3, twee WK-titels in de sportscars en zeges in de 24 uren van Le Mans én Daytona (twee keer) een prachtige erelijst heeft opgebouwd, zeggen de bijbehorende bokalen hem weinig. "De enige echte trofeeën die ik heb, zijn mijn kinderen. De rest is kitsch."
Wat hem wel bij blijft zijn de onbetaalbare ervaringen en herinneringen in de racerij. "Die vormen voor mij samen één grote overwinning", zegt hij. "Kijk naar de winst op Le Mans in 1988. De finishlijn daar is maar dertig centimeter breed. Als ik alleen maar zou kunnen genieten van het als eerste passeren van die streep, was ik snel klaar. Het gaat mij juist om het totale plaatje, de weg naar dat succes toe. Met alle ups en downs. Als je wint, weet je ineens waarvoor je er al die energie in hebt gestoken."

Complete onzin
Relativeren kan Lammers ook. Zo zei hij vijf jaar geleden vlak voor z’n 20ste deelname aan de 24 uur van Le Mans: "Ga ik zo weer een hele dag en nacht rondjes rijden om zo snel mogelijk terug te zijn. Eigenlijk complete onzin en ook totaal onbelangrijk. Wat mensen doen die in de thuiszorg werken, dát is pas belangrijk."

Prachtig BOSS GP-veld
Niettemin dendert Lammers vier decennia na zijn autosportdebuut nog steeds graag in de rondte. Zo won hij onlangs nog een race in het Dutch GT4, de eredivisie van de Nederlandse autosport. Bovendien was hij afgelopen zomer op Circuit Park Zandvoort een enthousiaste gastcoureur in de BOSS GP. Liefst 32 jaar na zijn Formule 1-debuut stapte Lammers wederom competitief in een F1. De ervaren rot bestuurde tijdens het Masters of F3-weekeinde een Tyrrell 026 uit 1998 met een 3,0 liter V10-motor. Deze had hij van eigenaar en vaste BOSS GP-coureur Frits van Eerd te leen gekregen.

Snel oppakken
"Deze auto’s zijn heel mooi, kort en erg wendbaar. Bovendien hadden we een prachtig startveld. Er hadden nog nooit zoveel Nederlanders (negen, red.) tegelijk in één wedstrijd een Formule 1 bestuurd’’, aldus Lammers. "Het was wel een paar jaartjes geleden dat ik voor het laatst een F1 had gereden. Maar ergens in mijn systeem en spieren zit nog steeds hoe je moet racen in zo’n auto. Dus ik pakte het vrij snel op. En als je eenmaal 400 per uur hebt gereden, raak je nooit meer onder de indruk als je 300 gaat. Maar het blijft fantastisch om in een Formule 1 te knallen. Zeker op Zandvoort door het Scheivlak. Dat is nog steeds een uitdaging.’’

Bij de pedalen
Met de prachtig gillende Tyrrell onder zijn kont, reed Lammers zich zowel in de kwalificatie als tijdens de tweede Zandvoortse BOSS GP-manche achter Tom Coronel en Scott Mansell naar plek 3. "Ik had voor de race nog speciaal mijn gymschoenen aangedaan. Die zijn anderhalve centimeter hoger dan mijn raceschoeisel. Anders had ik in de Tyrrell niet eens bij de pedalen gekund'', lachte de kleine Lammers op het ereschavot. "Het was superleuk natuurlijk, mijn gastoptreden in de BOSS GP. Bovendien was het, na de kletsnatte eerste heat, een verademing om op een droge track te rijden. En dan nog met bijna 50.000 man publiek erbij. Het was super!’’