DTM: Gary Paffett: Een sympathieke sensatie (interview)
Logische keus?
Wie in het verleden duikt van Gary Paffett, moet al snel concluderen dat het winnen hem in het bloed zit. Van 1995 tot en met 2001 schreef hij ieder jaar een kampioenschap op zijn naam. In 2001 won hij de Scholarship-klasse in de Engelse Formule 3 door twaalf van de veertien races op zijn naam te schrijven, met dertien pole-positions en dertien snelste ronden.

Daarvoor al kreeg hij het predikaat 'groot talent' toebedeeld door de toekenning van de prestigieuze McLaren Autosport BRDC Young Driver Award. Hoe meer druk, hoe beter de resultaten... "Ja, de eerste keer dat die eigenschap naar voren kwam was om precies te zijn toen ik de Britse Formule Vauxhall won in 1999. Vóór de laatste race van het seizoen was ik derde in het kampioenschap en de nummer vier zat me op de hielen. De wedstrijd werd bovendien twee uur uitgesteld omdat er zoveel regen viel."
"Ik stond vijfde op de grid en de leiders stonden bovendien voor me. Uiteindelijk won ik die race met veertien seconden voorsprong na twaalf ronden en die andere twee reden elkaar van de baan af. Ik werd dus kampioen. Toen kwam er wel heel wat over me heen ja", blikt Paffett terug. "Met de Autosport Award kort daarna was dat precies hetzelfde; je gaat met z'n zessen de strijd aan en iedereen houd je in de gaten. Dus ook daar was grote druk."

Na een titel in de Duitse Formule 3 in 2002, kwam hij in 2003 in de DTM terecht. Niet echt een logische keuze in die tijd voor een coureur die duidelijk als doel heeft in de Formule 1 te rijden. De reden was geld, zoals zo vaak in de autosport . Het Formule 3000-team waar de Engelsman in 2003 reed, ging op de fles.
"Toen kwam Mercedes naar ons toe. Ze hadden me al een keer getest in een auto en zeiden dat ze me wilden laten racen in een DTM-wagen. Ik had verder niks, dus zeiden we: we gaan ervoor! Uiteindelijk is dat één van de beste beslissingen in mijn carriëre geweest. Het is een fantastisch kampioenschap, het totaalpakket is erg goed en met de interesse van Formule 1-teams zien mensen nu ook in dat dit geen slechte weg is."