Formule 1: Analyse over US F1: Wordt ‘The American Dream’ realiteit?
Conclusie
Een serieus Amerikaanse Formule 1 project heeft alleen maar kans van slagen indien zich grote multinationals met wereldwijde exposure of Amerikaanse fabrikanten aan het project confirmeren. In deze barre economische tijden hoef je voorlopig niet op de steun van een paar honderd miljoen dollar voor een F1-project te rekenen. Sponsors en fabrikanten hebben even andere dingen aan hun hoofd en zullen, in zover ze iets willen ondernemen, altijd voor een raceserie op het thuisfront kiezen.

Het grootste succes dat de Amerikanen ooit geleverd hebben, was het viermaal achtereen winnen van de 24 Uur van Le Mans van 1966 tot en met 1969. Op de foto het winnende Ford in 1967. Ford vernederde Enzo Ferrari op eigen terrein op een zodanige manier dat Enzo Ferrari na de nederlaag op Le Mans in 1967 zwoer om er nooit meer terug te komen. (Er waren nog sporadische fabrieksinschrijvingen in 1972 en 1973). Als gevolg van dit succes werden er wereldwijd enorm veel Fords verkocht. Op dit moment is het gissen wat voor doelstelling USF1 voor ogen heeft. De opzet lijkt enorm hoog gegrepen en de geschiedenis spreekt absoluut tegen zo’n project. Het opzetten van een GP2 Team voor Amerikaanse rijders lijkt de auteur van dit artikel een betere keuze. Ron Dennis runde jarenlang F2 teams (Rondel en Project Four Racing) voordat hij bij McLaren het roer overnam. Iedereen weet wat daarvan geworden is. Of gaat ‘The American Dream’ nu toch eindelijk eens een keer realiteit worden? Voor de vorig jaar overleden Phill Hill (Ferrari) en Mario Andretti (Lotus) kwam de F1-droom in 1961 en 1978 met het behalen van het wereldkampioenschap uit, maar werd hun succes danig overschaduwd. Hun beide teamgenoten kwamen op wat ‘de mooiste dag’ uit hun carrière had moeten worden, op dezelfde dag om het leven. Amerikaanse F1 teams en projecten, daar lijkt op de één of andere manier een vloek op te rusten.