Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet
Formula Regional

FREC: Daniëlle Geel: “Zelfs als je eerste wordt, is er nog werk aan de winkel”

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De teammanager is het bindmiddel dat het team bij elkaar houdt, en tegelijk de haarlemmerolie die ervoor zorgt dat alle radertjes soepel blijven draaien. AUTOSPORT.NL dook tijdens het recente Spa Euro Race-weekend achter de schermen van het FIA Formula Regional European Championship (FREC) en sprak met de teammanagers van de twee Nederlandse teams in het kampioenschap. Vandaag is het de beurt aan Daniëlle Geel van Van Amersfoort Racing. Ze vertelt over doorzettingsvermogen, over haar belangrijke verantwoordelijkheden en over lange avonden bij de stewards.

Tekst en openingsfoto: Mattijs Diepraam
Aanvullende foto’s: Dutch Photo Agency


In de paddock van het huidige FIA FREC neemt Van Amersfoort Racing een bijzondere plek in. Door de keuze destijds voor het Italiaanse F4-kampioenschap is het team uit Zeewolde een van de oerteams in het Europese Formula Regional-kampioenschap. Samen met Prema – dat andere topteam uit de Italiaanse F4 – is VAR slechts een van de twee huidige teams die er in 2019 al bij waren. Toen zag de eerste gedaante van het kampioenschap het licht, op initiatief van de Italiaanse bond ACI. Na twee seizoenen waarin het toenmalige FREC naast de Eurocup Formule Renault bestond, kwam er in 2021 een fusie tot stand. Daaruit ontstond het Formula Regional European Championship by Alpine, in essentie een samensmelting van de Renault-motoren uit de Eurocup en het Tatuus-chassis uit het FREC.

In 2026 werd het FRECA weer het FREC, want Renault trok zich terug, terwijl de ACI de officiële steun van de FIA wist te verwerven. Alle grote formuleteams zijn vertegenwoordigd, behalve Campos en Hitech, die alleen in de rivaliserende Eurocup-3 actief zijn. Voor MP Motorsport, dat andere Nederlandse formuleteam, gold dat vorig jaar ook, na een vertrek uit het FRECA aan het eind van 2024. Maar ook het team uit Westmaas is er nu weer bij en doet als enige aan beide kampioenschappen mee. Welk gevoel overheerst bij VAR bij aanvang van het vernieuwde FIA FREC? “Voor een gedeelte is het inderdaad nieuw”, antwoordt Daniëlle Geel, “maar er is ook een doorgaande lijn. Het kampioenschap wordt nu gerund door de FIA, maar ook door de ACI, en die was de afgelopen jaren natuurlijk ook betrokken. Toch is het heel leuk om met een nieuw kampioenschap bezig te zijn, ook met de nieuwe auto, en om daarin nieuwe mogelijkheden te ontdekken. Ik moet zeggen dat ik het fijn vind hoe betrokken de FIA bij de teams is. Ze willen echt luisteren naar alle teams om de feedback te krijgen die nodig is om een sterker kampioenschap te bouwen. We weten natuurlijk dat er concurrentie is op de markt van formulekampioenschappen op dit niveau. Uiteindelijk willen wij als teams – en ook de FIA – dat het FREC het interessantste kampioenschap blijft. De logische tussenstap tussen Formule 4 en Formule 3. Uiteindelijk hebben we daar allemaal hetzelfde belang in. We doen het niet voor onszelf, zonder die andere negen teams hadden we hier ook niet gestaan.”

Aan welke zaken merkt Geel die verhoogde betrokkenheid bij de FIA? “We hebben elk weekend een meeting met de teammanagers waarin ook de FIA aanschuift om punten te bespreken. Een van de grote topics is het nieuwe push-to-pass-systeem. Dat hadden we deze winter in de Formula Regional Middle East Trophy nog niet en dat was best een gemis voor de rijders. Dat hebben we dus aangekaart voor het Europese seizoen, want we willen de rijders de kans geven om leuke races te rijden en te leren inhalen met snelheidsverschil. Daar is naar geluisterd. Het systeem dat er nu staat, is niet de uiteindelijke oplossing. Toch zijn ze er meteen mee aan de slag gegaan, ze hebben onderzoek gedaan en ons gepresenteerd wat er nu al mogelijk is. Op het stuur zijn alle knoppen aanwezig, het was aan motorleverancier Autotecnica om de software te installeren. Maar de oplossing moet wel betrouwbaar zijn en bijvoorbeeld niet voor mechanische problemen zorgen. Nu gaat de auto iets langzamer als ze in race mode zitten, en we voegen natuurlijk liever power toe.”

Geel ziet intussen nu al de vermakelijke effecten van het systeem. “Je krijgt 100 seconden in een race, die tijdens een rode vlag niet te resetten zijn. Over het gebruik moeten rijders met hun engineers dus heel goed nadenken. Je weet nooit of je een safety car krijgt. Je weet nooit of je een rode vlag krijgt. Op Zandvoort zag je Wheldon een groot gat trekken nadat hij de kop pakte. Maar aan het eind had Nakamura-Berta meer over en kwam die opeens nog heel dichtbij. Het is zo’n 20 pk verschil, best aardig wat.”

DUBAI (UAE) JAN 29-31 2026 - Round three of the FRME Throphy and UAE4 Series at Dubai Autodrome. Van Amersfoort Racing (VAR) © 2025 Dutch Photo Agency.

Die 20 pk kan net het laatste zetje geven, maar uiteindelijk moet de auto eerst in een winnende positie komen – en dat terwijl ze allemaal exact hetzelfde zijn. Welke invloed heeft een team daarop? “Doorzettingsvermogen”, is het antwoord van Geel. “Je gaat altijd tot de limiet. Dat geldt niet alleen voor de rijders, maar ook voor het team erachter. We lopen best wat jaren mee, vorig jaar hadden we ons 50-jarig jubileum. Dus met de kennis van de afgelopen jaren en de kennis van nu probeer je een zo’n goed mogelijke strategie neer te zetten. Daar heb je je rijders bij nodig die gedisciplineerd zijn, graag willen racen en het uiterste uit zichzelf durven te halen. Met een team daarachter dat voor de allerkleinste details gaat en niet stopt als je denkt dat je er al bent. Want zelfs als je eerste wordt, is er nog werk aan de winkel.”

Over op de realiteit van de dag: als we Geel spreken, zitten de FREC-teams midden in een doubleheader tussen Zandvoort en Spa. Is het daardoor nu extra druk voor haar? “Eigenlijk moet ik zeggen: ik pak het niet anders aan, ook al is het dicht bij huis. We kennen Zandvoort heel goed en zijn ook al vaak op Spa geweest, maar we doen het niet anders dan een doubleheader elders in Europa. In de Formula Regional Middle East Trophy hadden we drie weekenden achter elkaar, dat was nog even wat taaier dan dit! Wat er in Nederland en België wel bij komt kijken, is dat we veel sponsors uitnodigen. Daar is FREC ideaal voor: je kunt mensen hier een beter kijkje achter de schermen geven dan tijdens een F1-weekend, waarvoor toch heel wat beperkingen gelden. En vergeet ook de partners, familieleden en vrienden van teamleden niet. Twee kansen achter elkaar om die uit te nodigen op het circuit. En hun aanwezigheid geeft dan extra energie om het goed te willen doen.”

Net als de andere teams is VAR een dagje langer op Zandvoort gebleven in plaats van terug te reizen naar Zeewolde. “Het is natuurlijk wel heel dicht bij de werkplaats, maar het tijdschema op zo’n DTM-weekend is best uitdagend”, legt Geel uit. “Heel vroege kwalificaties en pas laat in de middag de races. Iedereen maakt lange dagen. Als de jongens dan op zondagavond al de truck moeten inpakken, op maandagochtend in Zeewolde weer moeten uitpakken, dan op dinsdagochtend weer alles inpakken om naar Spa te gaan, dan raak je alles twee keer aan en geeft dat alleen maar meer werk. Dus we zijn een dagje langer op Zandvoort gebleven om de auto’s te servicen en de dag erna naar Spa gegaan, zoals de meeste teams.”

Dat raakt aan een van de belangrijkste verantwoordelijkheden van een teammanager: collega’s beschermen tegen te lang willen doorgaan. “We weten allemaal dat er in de autosport veel van mensen wordt gevraagd. Maar mensen blijven mensen. Als ze te lang doorwerken, worden ze moe en gaan ze fouten maken. Dat wil je juist in de autosport te allen tijde voorkomen. Rijders moeten blindelings vertrouwen hebben in hun crew. Dus is het inderdaad mijn verantwoordelijkheid om erop toe te zien dat ze niet omvallen, iets oplopen of fouten maken. Want dan heeft het team een nog veel groter probleem.”

Spa (BEL) MAY 28-31, 2026 - Round 3 of the Formula Regional European Championship 2026 at Circuit Spa-Francorchamps. VAR © 2026 Dutch Photo Agency.

Fysieke vermoeidheid is daarbij één ding, mentale gezondheid speelt daarin net zo’n belangrijke rol. Om die reden voelt Geel zich net zo verantwoordelijk voor de teamsfeer. “We zijn geen normale collega’s. Je zou het een heel ambitieuze vriendengroep kunnen noemen. We zien elkaar bijna vaker dan onze eigen familie. Dus blijft het belangrijk dat je goed met elkaar blijft omgaan en op elkaar kunt vertrouwen. Ik ben daarom heel blij met het team dat we nu hebben. Ze komen uit heel verschillende landen. Natuurlijk uit Nederland, maar we hebben ook twee Zweden, mensen uit Ierland, mensen uit Spanje. Verschillende culturen bij elkaar, iedereen met een eigen karakter.”

Daniëlle Geel is zelf Nederlands, maar voelt haar Van Amersfoort Racing dan nog wel als een Nederlands team? “We krijgen van rijders vaak de feedback dat we een familiegevoel uitstralen. We staan heel erg open voor rijders en dat kan bij andere teams weleens anders zijn. Die openheid vind ik typisch Nederlands.” En dan is het natuurlijk extra bijzonder voor zo’n klein landje dat er op de paddock zelfs twee van de tien teams uit Nederland komen. “Ja, mooi is dat hè? Tussen VAR en MP is de verstandhouding prima. Maar eigenlijk tussen alle teams: we helpen elkaar buiten de baan waar we kunnen. Als er problemen zijn, werken we daarin heel collectief. Maar op het moment dat we de baan opgaan, is het natuurlijk ieder voor zich!”

Dan scheelt het in allerlei overleggen vast dat de teammanager van MP Motorsport haar oud-collega Maarten De Busser is. Geel moet hartelijk lachen. “Weet je wat nog leuker is? Maarten heeft dit team destijds aan mij overgedragen! Ik heb veel van Maarten geleerd toen hij nog bij Van Amersfoort Racing zat. Hij was wel iemand tegen wie ik altijd opkeek. Omdat hij de dingen heel goed voor elkaar heeft, superveel ervaring heeft en bijna alle functies in de autosport heeft gehad. Ik vond het ook heel jammer dat hij destijds bij VAR is weggegaan. Maar op het moment dat ik hem begin dit jaar weer bij MP zag als teammanager, dacht ik: hoe toevallig is het dat wij nu samen in die teammanagersruimte zitten! En natuurlijk helpt het dat we elkaar kennen. Het helpt dat we dezelfde taal spreken en je loopt even sneller naar elkaar toe. Zo van: wat is er bij jullie aan de hand? Dit gebeurt er bij ons, hebben jullie dat ook? Omdat ik zoveel van hem heb geleerd, hebben we ook een beetje dezelfde filosofie en daarin begrijpen we elkaar heel goed.”

Van De Busser hoorden we dat hij tijdens een raceweekend eigenlijk al volop met het volgende weekend bezig is. Geldt dat ook voor Geel? “Met de volgende race zijn we dan inderdaad allang bezig. Eigenlijk het liefst zelfs al met het evenement dáárna. Wat dat betreft heb ik veel steun aan mijn collega Nathalie, die hier ook is, en me assisteert met bijvoorbeeld de gasten en de passen. Daar heb ik eigenlijk geen tijd voor omdat ik me moet focussen op het team en de rijders. In het verleden, toen we nog wat kleiner waren, deed ik alles nog zelf. Ik zou nu niet meer weten hoe ik dat destijds allemaal voor elkaar heb gekregen! Dus ik ben heel blij met de vrouwen bij VAR om me heen.”

Spielberg (AUT), April 24 - 26 2026 - Round 1 of Formula Regional European Championship 2026 at Red Bull Ring. VAR © 2026 Dutch Photo Agency.

Zo komen we vanzelf op een onderwerp dat we niet per se wilden aanstippen, omdat we een mannelijke teammanager ook niet per se willen aanspreken op diens mannelijkheid. Maar nu we het er toch over hebben, is VAR daarin anders dan andere teams? Werken er méér vrouwen bij VAR en wat betekent dat voor de organisatie? “Ik zou het niet in cijfers kunnen uitdrukken, maar ik heb de indruk van wel. Toen ik acht jaar geleden bij VAR begon, was ik een van de weinige vrouwen. In de afgelopen jaren is het heel erg gegroeid. Hier in ons team is Tess de tweede monteur op de auto van Dion Gowda. En inmiddels vier van de vijf medewerkers op kantoor in Zeewolde vrouw. We hebben Amber op marketing en Nathalie voor de partnerships. We hebben twee fantastische vrouwen op finance en twee op de travel-afdeling. En een HR-afdeling met een vrouw aan het hoofd. En inderdaad, tot aan de leiding aan toe, met Klaudija en Anneleen die samen met Brad en Francisco in het management zitten. Of het een bewuste keuze is, weet ik niet, maar het geeft zeker een leuke sfeer. En de jongens vinden het ook heel gezellig!”

Kortom, die diversiteit geldt bij VAR niet alleen voor verschillende culturen, maar ook voor de verhouding tussen mannen en vrouwen. “Dat vind ik heel belangrijk in een team. We behandelen elkaar niet anders dan we zijn, want uiteindelijk hebben we elkaar allemaal nodig. Een monteur is even belangrijk als een engineer, een truckie is net zo belangrijk als ik.”

Het is helemaal aan het eind van de vrijdag als we elkaar spreken, dus het gesprek eindigt vanzelf met het thema van de lange dagen. Voor een teammanager kunnen die een bijzondere invulling krijgen als het team moet wachten op een beslissing van de stewards. Hoe maakt Daniëlle Geel dat mee? Zij moet elke keer met een coureur naar het kantoor van de wedstrijdcommissarissen, dan haar zaak verdedigen en dan… wachten. “Ten eerste wil je die bezoeken natuurlijk zo veel mogelijk beperken! Je wilt dat je rijders zo clean mogelijk racen, maar het komt voor dat rijders betrokken zijn bij een incident. Of ze zijn er het slachtoffer van. Veel daarvan wordt gelukkig al duidelijk tijdens de race. Sinds dit jaar levert dat ook al penalty’s op tijdens de race. Dat helpt weer met de tijd die het achteraf duurt, al kun je als team nog wel een protest uitbrengen tegen een beslissing in een race. Maar als het gaat om incidenten waarbij de stewards meer duidelijkheid willen en graag beide partijen willen horen, kan het voor ons heel laat worden.”

Toch vindt Geel dat het erbij hoort. “Het is belangrijk dat de stewards geen overhaaste beslissingen nemen en van rijders horen hoe een incident tot stand is gekomen. Op Zandvoort moest ik met een van onze rijders naar de stewards omdat een andere rijder hem had aangetikt. Uiteindelijk bleek dat te komen door een lekke band bij die andere auto. Dan is het belangrijk om het verhaal van twee kanten te horen. Wij als teammanagers kunnen ook nog argumenten inbrengen. Dan bekijken we samen met de stewards de onboards, ook met de driver advisor die er altijd bij zit. Dan gaan de stewards met de driver advisor in conclaaf. Vervolgens mag je de ruimte weer in en hoor je de uitslag. Als je het daar niet mee eens bent, kun je nog in beroep. Ben je het ermee eens, dan is het klaar. Maar inderdaad, als er tijdens een race heel veel is gebeurd, dan moeten ze ál die beelden doorkijken en verhalen aanhoren. Dus je bent erop ingesteld dat het een late avond kan worden. Maar dat hoort bij de autosport. Uiteindelijk willen we dat er eerlijk wordt geracet.”
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet