Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet
RETRO

Retro: D’Ansembourg zet zegereeks voort tijdens Historic Grand Prix, Kuiper kan pole niet omzetten in overwinningen

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Met twee overwinningen tijdens de Historic Grand Prix heeft Werner d’Ansembourg zijn triomftocht in de Masters Racing Legends voor historische F1-auto’s voortgezet. De jonge Belg, die aan een zeer sterk seizoen bezig is, maakte er in de Williams FW07C vijf zeges uit zes deelnames van. Ook Alexander Weiss, Stefan Mücke en Matteo Ferrer/Alexander Müller lieten tijdens het zeer goed bezochte evenement op Zandvoort twee overwinningen uit twee races noteren. In de HGPCA-races voor GP-auto’s tot 1966 begon Michel Kuiper veelbelovend door zijn Brabham BT3/4 op pole te zetten, maar aan het slot van de eerste race ging het mis: een misverstand met twee achterblijvers veroorzaakte een carambolage waardoor Kuiper in het stof moest bijten. De volgende dag herstelde de Nederlander zich uitstekend door een derde plaats uit het vuur te slepen.

Tekst en foto’s: Mattijs Diepraam

Zoals gebruikelijk was de hele F1-geschiedenis van de eerste periode van de Grote Prijs van Nederland van 1949 tot en met 1985 vertegenwoordigd op de Historic Grand Prix. De Masters Racing Legends voor F1-auto’s uit het 3-liter-tijdperk waren daarbij opnieuw het hoogtepunt in het programma, maar met een royaal veld van 33 auto’s deed de Historic Grand Prix Car Association (HGPCA) met zijn auto’s tot 1966 daar niet voor onder. De 16 auto’s in het 3-liter-veld waren zelfs wat magertjes ten opzichte van de grotere grids eerder dit jaar op Paul Ricard en Brands Hatch.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In de kwalificatie voor de Masters Racing Legends had d’Ansembourg de pole veroverd en zich daarmee al van de beste uitgangspositie voor het weekend verschaft. De winnaar van de twee races op Paul Ricard en een van de twee op Brands reed op zaterdag vervolgens naar een overwinning met 16 seconden voorsprong op Jamie Constable in een Tyrrell 011 en Warren Briggs in de McLaren M29. Terugkerend kampioen van 2024, Matt Wrigley, was als tweede gestart, maar viel terug naar de vierde plek. In zijn Tyrrell 011 mocht hij daardoor van pole vertrekken op de deels omgekeerde grid van zondag. Zeven ronden mocht hij van de leiding genieten voordat d’Ansembourg voorbijstak, nadat de Belg ook al Briggs en Constable was gepasseerd. De beste vier van zaterdag reden ook op zondag weer weg van de rest van het veld, maar Constable haalde deze keer het einde niet.

Yutaka Toriba had ook tot de kanshebbers behoord, maar zijn Williams FW07C viel op zaterdag stil, zodat hij op zondag van achteren moest komen. De Japanner haalde er een vijfde plaats uit, achter Valerio Leone in de Arrows A6. De Monegask was op zaterdag al vijfde geworden en schreef daarmee twee keer de klassewinst in de post-82-klasse voor latere auto’s zonder ground effect op zijn naam. In de pre-78-klasse duelleerden John Spiers (March 761) en Ewen Sergison (Surtees TS9B) om de winst, terwijl ook Marty Bullock (Williams FW06) en Peter Williams (Lec CRP1) daar aanspraak op maakten. Spiers en Sergison streden op zaterdag fel om de winst, waarna de March aan het langste eind trok. Bullock en Williams eindigden op zo’n 20 seconden als derde en vierde. Op zondag bleven Spiers en Sergison als enigen in de klasse over. Deze keer greep de eerstgenoemde op besliste wijze de klassezege, door met 45 seconden voorsprong op Sergison over de streep te komen.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Intussen maakte een bijzondere auto zijn debuut in de klasse: de March 781 die in 1978 nog geen ronde wist te voltooien tijdens de Aurora-race op Zandvoort, maakte nu in handen van Felix Haas 14 rondjes vol, al finishte de Duitser in geen van beide gevallen. De 781 nam nooit deel aan een WK-race, maar werd op verzoek van Guy Edwards ontwikkeld voor het Aurora AFX-kampioenschap, de Britse F1-klasse die in 1978 de Shellsport-serie opvolgde en tot 1980 zou voortbestaan. AUTOSPORT.NL-verslaggever Willem J. Staat was er destijds bij en zal later deze week uitgebreid aandacht besteden aan deze unieke March.

Lokale favoriet Michel Kuiper begon intussen zijn HGP-weekend op de best mogelijke manier door zijn Brabham BT3/4 met Tasman-motor op pole te zetten voor de eerste van twee HGPCA-races voor GP-auto’s tot 1966. Op zaterdag was de Nederlander vervolgens op weg naar de overwinning toen hij een paar ronden voor het einde alsnog struikelde. Hard opgejaagd door Michael Gans in de Cooper T79 besloot Kuiper in de Slotemakerbocht de gok te wagen en zich tussen twee aanmerkelijk langzamere achterblijvers door te wurmen. Al snel bleek het de verkeerde beslissing: het gat tussen de Talbot T26C van landgenoot Luc Brands en de Alfa Romeo Tipo B van Ivo Smutny werd snel kleiner, zodat Kuiper met zijn achteras de Alfa raakte en tegen de Talbot aanschoof. Alle drie verdwenen vervolgens in de grindbak. De rode vlag kwam meteen uit, waarna de uitslag werd vastgesteld aan de hand van de stand van de vorige ronde. Dat betekende echter niet dat Kuiper alsnog tot winnaar werd uitgeroepen, want de stewards wezen hem aan als veroorzaker van de straf en gaven de Nederlander 30 strafseconden. Zo viel hij terug naar de vierde plaats achter Gans, Tim Child (Brabham BT3) en Rüdi Friedrichs (Cooper T53).

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Op zondag streden dezelfde vier om de hoogste plaatsen, waarbij Kuiper rondenlang als vierde circuleerde. Twee ronden voor het einde veranderde echter alles, toen Child een weg langs Gans wist te vinden en Kuiper ongeveer tegelijkertijd Friedrichs wist te passeren. Zo kon de Nederlander alsnog het genoegen smaken van een podium tijdens zijn thuiswedstrijd. In de race-binnen-de-race voor auto’s met de motor voorin verdeelden John Spiers en Guillermo Fierro met hun Maserati 250F’s onderling de buit. Rod Jolley werd twee keer derde met zijn Lister-Jaguar ‘Monzanapolis’, die laat zien hoe breed de HGPCA tegen het begrip ‘Grand Prix-auto’ aankijkt. Niet alleen F1-auto’s vanaf 1947 zijn welkom, maar ook F2’s uit 1952-’53 en ook later (als ze tenminste aan WK-races hebben deelgenomen), Indycars tot 1960, Zuid-Afrikaanse F1’s van 1961-’65, Tasman-auto’s tot 1965, Intercontinental-auto’s uit 1961 en dus ook auto’s die deelnamen aan de Race of Two Worlds in 1957 en ’58.

Net als op Paul Ricard verzorgden de F2 & F3 Classic Interseries van de Franse organisator HVM elk twee races als ‘voorprogramma’ van de races voor de hoogste formuleklasse. In de beide F2-races ging de strijd tussen de March 782’s van Mark Charteris en Wolfgang Kaufmann en daarnaast de March 762 van James Lay. De laatstgenoemde had de pole veroverd, maar zag op zaterdag de twee 782’s voorbijkomen. De drie bleven als aan een elastiekje circuleren, met uiteindelijk Charteris als winnaar, vóór Kaufmann en Lay. De volgende dag was het van hetzelfde laken een pak totdat eerst Lay en daarna Charteris moesten afhaken. Zo kon Kaufmann eenvoudig winnen, met op een halve minuut het strijdende tweetal van Mark Dwyer (March 742) en HVM-voorman Laurent Vallery-Masson (March 77B).

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

In de F3’s was Alexander Weiss de grote favoriet, nadat de Deen vorig jaar een aanzienlijke dominantie aan de dag had gelegd in de Ralt-Alfa Romeo RT3 waarmee Giancarlo Fisichella ooit successen vierde in het Italiaanse F3-kampioenschap. Weiss wist beide races weliswaar te winnen, maar hij kreeg het deze keer niet cadeau. Op zaterdag was er een glansrol weggelegd voor Patrick Andriessen, die zijn RT3 (ook met Novamotor Alfa) van achteren helemaal naar de tweede plaats stuurde, om op zeven tiende van Weiss te eindigen, met in zijn kielzog Davide Leone in de March-Toyota 783. Op zondag bleven Andriessen en Leone opnieuw in het spoor van de Deen, die deze keer een gaatje van zo’n twee seconden sloeg.

De sportwagens op het programma werden verzorgd door Masters, al was de opkomst in beide gevallen niet om naar huis te schrijven. De Masters Sports Car Legends waren met slechts negen auto’s vertegenwoordigd, in wat dit jaar is gekrompen tot een minikampioenschap van twee weekenden. Olivier Hart domineerde beide races in de Ferrari 512M. Op zaterdag was het meer een veredelde testrit, nadat de jonge Nederlander de rest van het veld op anderhalve ronde had gereden. Op zondag startte hij vanuit de pits om het zichzelf iets moeilijker te maken, maar alsnog had hij na vier ronden de kop hervonden. De sterkste tegenstand kwam van Michael Gans in de Lola T70 Mk3B die voorheen altijd door zijn goede kameraad Jason Wright werd bestuurd, gevolgd door de McLaren M1B van John Spiers/Nigel Greensall. Zij creëerden op beide dagen hetzelfde podium. Nicky Pastorelli kon op zaterdag niet vertrekken, maar in de Ferrari 365 GTB/4 Daytona van Roelofs Engineering finishte hij op zondag als vijfde achter de Lola T290 van Alexander Collins/Martin Stretton. Een bijzondere verschijning was Hans Leerdam, die na 20 jaar zijn terugkeerde in de autosport vierde. Met zijn Porsche 911 RSR werd hij achtste en zevende.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

De Masters Endurance Legends 1 (voor LMP1/2 en GT1/2) en Masters Endurance Legends 2 (voor LMP3, GT3/GT4 en Cup- en Challenge-auto’s) werden bij gebrek aan auto’s bij elkaar gevoegd. Dat creëerde een veld van 15 auto’s waarvan er uiteindelijk 12 in beide races van start gingen. Een week voor het volgende Supercar Challenge-weekend op Zolder verzorgde Koopman Racing een welkome aanvulling via twee BMW M6 GT3’s voor Daan Meijer en Marlon Birdsall/Mex Jansen. Daarnaast ging Hein Koopman zelf de baan op in ‘Zetti’, de populaire BMW Z4 GT3 van het team. Beide races werden allebei met relatief gemak gewonnen door Matteo Ferrer/Alex Müller in de Chevrolet Corvette DP. Het gelegenheidsduo Birdsall/Jansen onderscheidde zich op beide dagen met een algemeen podium en de GT-klassewinst. Op zaterdag wisten de twee jonge talenten bovendien de Ligier LMP3 van Karl Pedraza voor te blijven. Meijer finishte zondag als vijfde achter de ORECA 03 (LMP2) van Danny Baker, terwijl Koopman twee dagen met de Ferrari 488 Challenge van Jac & Ties Meeuwissen streed om de negende plaats algemeen.

Ook het veld van de Masters Gentlemen Drivers & Pre-66 Touring Cars was geen schim meer van wat het ooit is geweest: 18 GT’s (waarvan het merendeel Nederlandse en Duitse gelegenheidsdeelnemers) en slechts twee toerwagens was de uiteindelijke score. De GT’s reden deze keer geen 90 minuten, maar net als de toerwagens zouden ze na een uur al worden afgevlagd. De strijd vooraan zou een volledig Nederlandse aangelegenheid worden: Olivier Hart voerde aanvankelijk het veld aan in de Shelby Cobra Daytona Coupé, strijdend met de twee Ferrari-machines van Roelofs Engineering. Toen Hart moest afhaken, beslisten Yelmer Buurman en Nicky Pastorelli onderling de strijd, waarbij Buurman in de 250 LM uiteindelijk Pastorelli in de 250 GTO ’64 met zes seconden losreed. Tien tellen verderop wist Nigel Greensall in de TVR Griffith van John Spiers nog nét Nicolai Kjaergaard te passeren. In zijn Lotus Elan 26R won de snelle jonge Deen wel de CLP-klasse en bleef hij de AC Cobra van Bas Jansen/Chris Chiles Jr voor. Achter de Ginetta G4R van Felix Haas eindigden de Meeuwissens als zevende in hun Shelby Cobra Daytona Coupé, die een dag eerder nog last had van koppelingsproblemen en een hangend gaspedaal. Pascal Pandelaar reed samen met Michiel van Duijvendijk de Porsche 904/6 naar een negende plaats algemeen. Op de 11e stek gingen Geoff & Alan Letts in hun Lotus Cortina als winnaars in de toerwagenklasse over de finish. Hun enige rivalen, vader en zoon Henk & Thijs van Gammeren, haalden het einde niet in hun Ford Falcon Futura Sprint.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Twee uiterst gezonde Nederlandse grids compenseerden het gebrek aan Masters-auto’s gelukkig volledig. De SuperSixties begonnen hun kwalificatiesessie zelfs met een overschot aan 55 auto’s, om uiteindelijk beide races te beginnen met het maximum van 47 auto’s te beginnen. In de Chevrolet Corvette Grand Sport van Michiel Campagne leidde Allard de eerste race van start tot finish, al hield Chris Chiles Jr in de Cobra hem de hele wedstrijd waakzaam. Achter het tweetal kwam Andy Newall in de Jaguar E-type van Rhea Sautter doorstomen naar de derde plaats, ten koste van Jan van der Kooi’s Lotus Elan 26R en de Porsche 904/6 van Jop Rappange. Op zondag leken Campagne en Jansen de eindklasseringen van hun teamgenoten in de herhaling te gooien, maar twee ronden voor het einde ging de hele top-vier alsnog op z’n kop. Jansen pakte de winst, terwijl Van der Kooi en deze keer Dante Rappange in de 904/6 Campagne wisten terug te dringen naar de vierde plaats.

Bij de toerwagens was de familie Van der Ende twee keer vooraan te vinden: op zaterdag won zoon Jack, op zondag werd vader Jaap tweede na een duel met Thijs van Gammeren. Ook de andere Falcons van Carlo Hamilton, Volker Weidler en Tim Scott Andrews mengden zich in het strijdgewoel. Een uitgebreid raceverslag staat al elders op AUTOSPORT.NL.

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

BMW M3’s zetten intussen de toon in een veld van 40 auto’s voor het NK HARC 82-90. Leonard Batenburg tekende namens Vink Motorsport op zaterdag voor de overwinning, achtervolgd door de M3’s van Pieter Bikker en Alexander van der Lof, waarbij Van der Lof de hele race last had van de snelste 944 3.0, bestuurd door Ruben Nooy. Bij afwezigheid van Batenburg en Van der Lof had meervoudig kampioen Pieter Bikker op zondag het rijk voor zich alleen: de M3 versloeg de twee 944 3.0’s van Nooy en Jeroen van Breda. Bira van Haver zat op zaterdag in de snelste 325i in Groep A-specificatie (zesde algemeen), op zondag ging die eer naar Shirley van der Lof (vierde). Yannick Rehorst (Mazda MX-5), Marc Burger (Porsche 944) en Michel Groen (BMW E30 325i GrN) wonnen elk twee keer hun klasse. Een uitgebreid raceverslag volgt later vandaag op AUTOSPORT.NL.

Tot slot vulden de Tourenwagen Legenden het programma aan met twee races voor een overvol veld aan DTM- en DRM-auto’s – althans, die zaten er óók bij, want gezien de aanwezigheid van onder meer diverse relatief moderne Porsche GT’s, een paar goed hoorbare V8-STAR’s en zelfs een Mini GTR werd die definitie nogal ruim gehanteerd. Oud-DTCC-kampioen Donald Molenaar mocht in zijn BMW E36 M3 twee keer van pole vertrekken, maar het genot daarvan was beide keren slechts tijdelijk. Stefan Mücke maakte het zichzelf op beide dagen wat leuker door zich met een relatief lui tempo te kwalificeren, om vervolgens met zijn luid gillende Mercedes C-Klasse DTM door het veld te snijden. Twee keer eindigde het verschil met Molenaar op ruim 40 seconden. BMW M3’s voor Bram Bontrup, Leonard Batenburg en Pieter van Nieuwenborg en de BMW 635 CSi van Bas Jansen maakten deel uit van de Nederlandse vertegenwoordigd, terwijl Coen Vink een van de V8-STAR’s bestuurde. Ko Koppejan was ook van de partij met zijn Mercedes 190 2.3 16V. Bontrup en Batenburg eindigden op beide dagen in de top-tien, terwijl Koppejan zich daar ook op zondag bij voegde.

Later deze week pakken we uit met een royale 'Groeten uit Zandvoort van de Historic Grand Prix 2026', helemaal zoals u van ons gewend bent. Hier vindt u intussen alle uitslagen op een rij.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet