Formule 2: Richard Verschoor: “Ik bekijk het race voor race, samen met het team probeer ik elke race te maximaliseren”

We zijn inmiddels net voorbij de helft van het Formule 2-seizoen van 2025 en zitten even in een pauze tussen de GP’s van Engeland en België. Een mooi moment om bij te praten met Richard Verschoor over zijn kansen in het F2-kampioenschap. De Nederlander van MP Motorsport ging na de Red Bull Ring riant aan kop in de tussenstand en staat ondanks een minder weekend op Silverstone nog steeds bovenaan. Hoe is hij daar gekomen, hoe heeft hij daarvoor samengewerkt met het team uit Westmaas en hoe ziet hij de tweede seizoenshelft?
Tekst: Mattijs Diepraam
Foto’s: Dutch Photo Agency
Verschoor was het seizoen 2025 ingegaan met een duidelijk plan: dit zou zijn laatste jaar in de Formule 2 worden, dus de titel was het doel. Na twee ijzersterke hoofdraceoverwinningen in Djedda en op de Red Bull Ring, een zege in de sprintrace van Barcelona en een hele reeks puntenscores heeft de MP-coureur 122 punten, zes meer dan zijn naaste achtervolger Jak Crawford, 14 meer dan de Ierse verrassing Alex Dunne en 18 meer dan regerend F3-kampioen Leonardo Fornaroli.
De conclusie lijkt gerechtvaardigd dat alles volgens plan verloopt, maar Verschoor blijft kritisch en zet er toch wat kanttekeningen bij. “Op zichzelf zitten we er goed in”, zo begint hij. “Alleen is het niveau in de Formule 2 zo hoog. Ook dit jaar weer, dus we moeten volle bak doorpakken en zeker verbeteren als we dit willen volhouden. Je zag dat ik op Silverstone een hoop punten heb laten liggen. Dus als het net niet loopt, wordt het meteen lastig. Dus ja, het gaat goed, maar het moet beter. In zo’n geval als Silverstone ben ik allang blij dat ik alsnog wat punten heb gescoord.”

Dat laatste kun je ook omdraaien, want zei Verschoor niet zelf in ons gesprek voorafgaand aan het seizoen dat je een kampioenschap wint in de mindere weekenden? Silverstone was zo’n weekend: slecht weg bij de start op zaterdag, op zondag geen racesnelheid in de regen – en toch twee keer in de punten. Zijn zulke weekenden juist de reden dat hij bovenaan staat in het kampioenschap? “Ja, dat denk ik wel. We hadden op Silverstone heel makkelijk géén punten kunnen scoren. Aan het begin van de race op zondag dacht ik ook dat het daarheen ging – en tóch zes puntjes gescoord. Dat is niet veel, maar het is wel beter dan nul. Want als ik nul had gescoord, had ik niet meer aan de leiding gestaan. Die verschillen tellen, dus dat moeten we vooral zo vasthouden. Maar liever win ik natuurlijk!”
In de goede weekenden zei Verschoor na afloop vaak dat het team hem een geweldige auto had gegeven. Wat ziet hij tot nu toe als de beste teamprestatie? “Ik denk dat Djedda zeker onze beste race van dit jaar was. Ik heb toen bizar goed gereden, de pitstop van het team was goed, alles klopte daar. En dat vanaf P9, zonder geluk te hebben met de strategie of hulp van de safety car: gewoon puur op snelheid. Dat was wel een heel mooie race. Maar Oostenrijk was natuurlijk ook lekker…”
Waren er los van zijn overwinningen races bij waarin hij een beetje onder de radar bleef, maar waarin hij voor zijn gevoel net zo goed heeft gereden? “Ik denk dat alle races gewoon steady waren. We hebben niet echt een slechte race gehad. Dat is ons sterke punt geweest en dat moeten we zo houden. We waren in de race ook altijd snel – behalve op Silverstone in de regen dan – dus dat is echt iets om mee te nemen naar de tweede seizoenshelft.”

Kijkend naar de resultaten van dit jaar en eigenlijk ook naar 2024 valt bij deze nieuwe F2-auto op dat er teams en coureurs zijn die het altijd in de kwalificatie goed doen, maar op zondag zelden een vuist kunnen maken, zoals Victor Martins bij ART of Leo Fornaroli bij Invicta. Daarnaast heb je teams die in de hoofdrace kunnen aanvallen, maar weer het risico lopen dat ze in de kwalificatie af en toe buiten de top-10 vallen, zoals Lindblad en Marti bij Campos regelmatig is gebeurd. Waar plaatst hij MP tussen die twee uitersten? “Ik denk dat wij overal wel sterk zijn. Ik heb vaak het gevoel gehad dat ik een goede auto onder mijn kont had – en daar ben ik hartstikke blij mee. Daarom hebben we ook steeds zo goed kunnen scoren.”
Maar toch – als hij moet kiezen, dan vindt hij zichzelf en MP toch nog net even sterker in de race dan in de kwalificatie. “De race is mijn sterke punt en dat valt ook goed samen met de auto van MP. Dus als we nog een stap kunnen maken, zowel ikzelf als het team, dan is het in de kwalificatie. Het zit er wel in hoor: in Oostenrijk en op Silverstone begonnen we goed, maar we eindigden wat minder. Het belangrijkste is in ieder geval dat we geen uitschieters naar boven en beneden hebben en constant presteren.”
Verschoor is van mening dat de vormverschillen van teams tussen kwalificatie en race niet zijn terug te voeren op de zachte en harde bandencompound waarop de F2-auto’s allebei moeten rijden. “Het heeft volgens mij niet per se te maken met de banden, het gaat meer om de performance vanuit de auto zelf. Het ligt meer aan het team en de filosofie die het team heeft gekozen voor de afstelling van de auto. Het ene team legt de nadruk meer op mechanische grip, het andere team meer op vleugel. Daar probeer je vervolgens het beste van te maken. En vervolgens werken sommige basisafstellingen ook beter op het ene circuit dan op het andere.”

Dat roept vanzelf de vraag op aan welke knoppen Verschoor met zijn engineer kan draaien om een auto sneller te maken in de kwalificatie of de race. “Dat is een goed punt! Sommige mensen denken namelijk dat alle F2-auto’s hetzelfde zijn omdat de chassis en de motoren hetzelfde zijn”, reageert Verschoor meteen. “Maar je kunt zó veel veranderen als je puur naar de auto zelf kijkt: je hebt de vleugels, de stabi’s, het differentieel, de hele ophangingsgeometrie. Het is een compleet bouwpakket. Dat is ook het spelletje voor de engineers, om dat allemaal zo goed mogelijk in elkaar te zetten en op elkaar af te stemmen. Zodra de basis goed is, ga je spelen met de balans. Dus een beetje voorvleugel erbij of een beetje met de stabi’s werken. Dat is waar ik als rijder voornamelijk mee werk om de auto nog net even beter te maken.”
Verschoor is nu de meest ervaren coureur in het F2-veld. Heeft hij dit seizoen al situaties meegemaakt waarin die ervaring in zijn voordeel was? “Djedda was zeker interessant, omdat ik die race begon met een balans die totaal afweek van wat we voor ogen hadden. Met alle tools die ik tot mijn beschikking had, heb ik dat proberen aan te passen, tot aan mijn rijstijl aan toe. Uiteindelijk hadden we een heel sterke pace. Hoe langer de race duurde, des te beter de auto werd. Daar heeft mijn ervaring zeker geholpen, ook met het bandenmanagement. Dat is het terrein waarop ik het meeste verschil kan maken. Maar goed, ervaring speelt vaak in mijn voordeel, maar soms kom ik dingen tegen die ik niet had verwacht omdat ze totaal anders zijn dan in voorgaande jaren. Daar probeer ik dan zo goed mogelijk mee om te gaan.”
Kan Verschoor beschrijven wat je moet kunnen aanvoelen om een band goed te houden en toch hard te blijven gaan? “Het verschilt per baan waarop je moet letten. Op de ene baan heb je te maken met graining, op een andere baan heb je daar geen last van en moet je juist op de bandentemperatuur letten. Oververhitting is vaak hetgene waarmee je een beetje moet spelen. Op de ene baan kun je veel harder gaan zonder je banden te oververhitten dan op een andere baan. Als je dat per circuit kunt goed aanvoelen, heb je daar veel voordeel van.”

Met een oog op de tussenstand zien we dat Jak Crawford, Alex Dunne, Leo Fornaroli en Luke Browning zijn dichtstbijzijnde tegenstanders zijn. Had Verschoor die voorafgaand aan het seizoen verwacht? Of had hij toch eerder zijn geld gezet op bijvoorbeeld Martins en Minì? “Het is altijd een beetje gissen vooraf, maar uiteindelijk zie ik heel veel rijders op de grid als potentiële concurrent. We zijn nu halverwege het seizoen. Vergeet niet hè: alles wat nu is gescoord aan punten, kan straks een ander scoren! Natuurlijk zijn wij nu degenen die bovenaan staan, maar ik denk dat je in de Formule 2 nooit iemand moet uitsluiten. Uiteindelijk is iedereen een concurrent en begin ik elke kwalificatie weer tegen iedereen.”
“Daarom bekijk ik het race voor race. Samen met het team probeer ik elke race te maximaliseren. Crawford is ook iemand met ervaring in de F2. Martins is iemand van mijn leeftijd, dus gewoon een volwassen gast met veel ervaring. Na Bahrein wist ik ook dat ik met Dunne rekening moest houden. Toen kon ik zien dat hij het onder controle had en er het beste van kan maken als de auto goed gaat. Dat heeft hij nu al een paar keer laten zien – ook tijdens die vrijdagtraining in de Formule 1. Zo zijn er nog genoeg gasten die mij gaan proberen in te halen.”