Div: Drie nieuwe Nederlandse autosportboeken als heerlijke vakantielectuur
Mark Koense: Zee, zand, tranen & champagne – Zandvoort en de Grand Prix van Nederland
Naast iedere twee maanden een zeer lezenswaardig tijdschrift in de vorm van GP Magazine levert Mark Koense ook nog eens met een verrassende regelmaat nieuwe boeken af, of het nu gaat om lijvige en rijk geïllustreerde biografieën van Nederlandse racecoryfeeën als Gijs van Lennep, Jan Lammers, Arie Luyendijk en Toine Hezemans, het gezochte standaardwerk over de Grand Prix op Zandvoort van 1948 tot en met 1985 (inclusief DVD met documentaire) of in opdracht van Porsche Nederland geproduceerde werken die inmiddels echte collectors’ items zijn. Daarnaast is er een reeks van boeken op een wat kleiner formaat, hardcover met 200 pagina’s, waarvan na ‘Formule Eens’ en ‘1982 – Formule 1 op z’n hardst’ nu het derde deel verscheen, waarin Zandvoort en de Grand Prix van Nederland centraal staan.
Na de twee openingspagina’s met de meest uiteenlopende posters uit de historie van de Grand Prix op Zandvoort, aangevuld met de nodige stickers en toegangskaarten (hoe langer je kijkt, hoe meer je ontdekt), volgt de inleiding, waarin auteur Koense verslag doet van zijn eerste ervaring, het bezoek aan de Nederlandse Grand Prix van 1983 en welke indruk dat op hem maakte. Koense waarschuwt dat het onderhavige boek geen naslagwerk over de Dutch GP is, maar “een bundeling van grote en kleine verhalen over een uniek circuit, bijzondere mensen en gedenkwaardige momenten”.
Het eerste hoofdstuk is gewijd aan de Grand Prix van 1985, die lange tijd de laatste leek, de laatste overwinning van Niki Lauda in de Formule 1. Dan volgen gedeelten over het ontstaan van het circuit uit de visie van burgemeester Henri van Alphen, Zandvoort in de fifties, leven met de dood (inclusief de beruchte politieagenten van Zandvoort), Porsche-pioniers Carel Godin de Beaufort en Ben Pon, Jochen Rindt, de namen van de bochten op Circuit Zandvoort, het drama van ’73, lokale helden, crashes in de Tarzanbocht, de première van de TAG-Porsche-turbomotor in 1983, de lastige samenwerking met Bernie Ecclestone, de optredens van Jan Lammers en Huub Rothengatter voor eigen publiek, de terugkeer van de Formule 1 en de epiloog.
De doorgewinterde Zandvoort-kenner zal in het boek niet zo heel veel nieuwe dingen ontdekken (al wist uw redacteur tot dusver niet van de plannen om Cees Siewertsen in 1974 op Zandvoort F1 te laten rijden), maar door de keuze van verschillende onderwerpen voor de indeling van de hoofdstukken is wel een lezenswaardig geheel ontstaan, waarin je ook een willekeurig hoofdstuk kunt pakken en je kunt onderdompelen in het betreffende aspect van de Zandvoortse Grand Prix. Een paar fouten zitten er wel in, zo bevindt La Baule, de Franse kustplaats-met-casino waardoor burgemeester Van Alphen zich had laten inspireren, niet aan de Rivièra, maar aan de Atlantische kust, en wordt er in de periode van 1955 tot 1958, toen er geen Grand Prix op Zandvoort was, gesproken over de KNAF, terwijl die pas in 1980 werd opgericht. Er zal waarschijnlijk ‘KNAC’ zijn bedoeld. Positief zijn de vele illustraties, waarbij er ook veel relatief onbekend beeld gebruikt is.
Als geheel is het een fijn leesboek, waarin er geen sprake is van ‘vroeger was alles beter’, en het is duidelijk ook geen boek om even snel mee te liften op de Max Verstappen-hype, die bovendien alweer enigszins op zijn retour lijkt. Nee, het is een boek met verschillende interessante onderwerpen als invalshoek, met een goede journalistieke benadering, inclusief het pleidooi om de huidige generatie autosportliefhebbers de beleving van de ‘thuis-Grand Prix’ te gunnen, zolang het nog kan, voordat ook de Dutch Grand Prix in zijn huidige vorm na de aangekondigde laatste editie van volgend jaar een deel van de geschiedenis wordt. Mede dankzij dit boek hebben we nu alweer zin in Zandvoort!
Mark Koense: Zee, zand, tranen & champagne – Zandvoort en de Grand Prix van Nederland. Uitgave: Amgini, 15,5 x 23,5 cm, 200 pagina’s gebonden in hardcover, ISBN 978-90-831-492-8-8.