Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet
Diversen

Div: Drie nieuwe Nederlandse autosportboeken als heerlijke vakantielectuur

Hans van der Klis: De Rockefeller-protegé – Het rijke leven van Ferrari-coureur Jan de Vroom

IMG 7851 2

Met biografieën van succesvolle coureurs kun je meerdere boekenkasten vullen (uw redacteur spreekt uit ervaring), maar het zijn vaak juist de mensen in de kantlijn van de sport wier levensverhaal minstens zo interessant is. Dat geldt overigens niet alleen in de autosport, maar in vrijwel elke tak van sport. “Je hebt ook iemand nodig die zestiende wordt”, is een gevleugelde uitspraak van Michael Bleekemolen – en in de sportwagenracerij zijn dat dus vaak de ‘gentlemen drivers’.

We hebben er geen diepgravend onderzoek naar gedaan, maar misschien is Jan de Vroom wel de minst succesvolle coureur over wie ooit een boek geschreven is. De minst succesvolle Nederlandse coureur over wie er een boek is, is hij zeker, die stelling durven we hier zonder meer aan. Zijn prestaties geven geen aanleiding tot een vermelding op het Nationaal Autosport-Monument en ook op de ‘Wall of Fame’ in Le Mans of Sebring staat zijn naam niet, hoewel hij aan de beroemde sportwagenraces op beide locaties deelnam. Negen wedstrijden, waaronder dus wel twee keer Sebring en een keer Le Mans, en twee tweede plaatsen (eenmaal in de ‘Consolation Race’ de troostfinale van de Nassau Trophy op de Bahamas en eenmaal in de SCCA National Races op de Marlboro Raceway in Upper Marlboro in de Amerikaanse staat Maryland) staan er op zijn palmares.

Het zijn echter ook niet zozeer de pure autosportprestaties, maar meer het leven van Jan de Vroom zelf die hem interessant genoeg maken om een boek over te schrijven. Dat deed Hans van der Klis, die eerder al in ‘Dwars door de Tarzanbocht’ in drie edities de verhalen van de Nederlandse coureurs in de hoogste klasse van de autosport optekende. Noteerden we bij de derde editie van dit boek, in 2020, dat het zou moeten worden opgenomen in de canon van de Nederlandse autosportliteratuur, zou die er ooit komen, dat geldt voor het boek over Jan de Vroom ook, gewoon omdat het zo’n bijzonder verhaal is.

IMG 7852

Auteur Hans van der Klis kwam op het spoor van Jan de Vroom toen hij op zoek was naar de geschiedenis van het North American Racing Team van Luigi Chinetti, waarbij bleek dat ook De Vroom een belangrijke rol speelde, vooral in financiële zin, in de vroege periode van deze renstal. Geboeid geraakt door de Nederlandse wortels van De Vroom speurde Van der Klis verder, sprak met nabestaanden en reconstrueerde De Vrooms levensverhaal.

De Vroom vond in de jaren vijftig toegang tot de Amerikaanse society-kringen en kwam in de gunst van Margaret Strong, een kleindochter uit de Rockefeller-dynastie en als zodanig ooit de rijkste vrouw ter wereld. Strong stelde De Vroom in staat om Ferrari’s te kopen, waarmee hij ook racete, maar het feit dat De Vroom uitgerekend bij de Bahama Speed Week in december 1956 in Nassau zijn debuut maakte, zegt al veel: bij dat evenement waren de feesten, cocktailparty’s en ontvangsten minstens zo belangrijk als de actie op het tijdelijke circuit.

Naast coureur was De Vroom in New York importeur van Italiaans design, met name in de vorm van meubilair en glaswerk, wat niet altijd even gemakkelijk verliep. Hij investeerde ook in toneelproducties en bleef ook na zijn actieve tijd als rijder (de 12 Uur van Sebring in maart 1958 was zijn laatste race) betrokken bij de race-activiteiten van het North American Racing Team en het Ferrari-dealerschap van Luigi Chinetti, waarvan hij tal van exclusieve sportwagens betrok. Als homoseksueel had hij het in de Amerikaanse samenleving van destijds niet gemakkelijk, maar hij wist zich goed staande te houden, totdat een overval in 1975 hem noodlottig werd.

Het verhaal van Jan de Vroom is bijzonder onderhoudend en door Van der Klis op meesterlijke wijze in boekvorm vastgelegd. Er zitten wat kleinigheden in (“Hans Hermann” moet “Hans Herrmann” zijn, “Eifeltoren” schrijf je als “Eiffeltoren” en de bekende Britse auto-cartoonist heette “Brockbank” en niet “Brockman”), maar inhoudelijk staat het boek als een huis en is het een mooi monument ter nagedachtenis aan een bijzondere man, een interessante voetnoot in de Nederlandse autosporthistorie.

Over voetnoten gesproken: na het tekstgedeelte, 278 pagina’s sterk, volgt een overzicht, deels met foto’s, van de 18 Ferrari’s die De Vroom voor kortere of langere tijd in bezit gehad heeft, waaronder enkele zeer exclusieve modellen. Zo werd de 290 MM, chassisnummer 0628, waarmee De Vroom in 1957 zelf racete tijdens de Bahamas Speed Week en die vervolgens werd verhuurd aan Temple Buell voor de latere winnaar Stirling Moss, in 2018 verkocht voor 22 miljoen dollar. Dan is er een opsomming van alle negen racedeelnames van De Vroom en een ronduit indrukwekkende lijst van literatuur en geraadpleegde bronnen van bijna acht klein bedrukte pagina’s. Voetnoten zijn er dus inderdaad ook, maar liefst 250, waarmee het boek een bijna wetenschappelijke monografie wordt. Niet alleen inhoudelijk, ook qua uitvoering is het boek van grote klasse. Gebonden in hardcover, met kapitaalbandje, zoals we dat graag zien. Het valt prachtig open, het voelt geweldig aan. Een echte aanwinst voor de liefhebber!

Hans van der Klis: De Rockefeller-protegé – Het rijke leven van Ferrari-coureur Jan de Vroom. Uitgave: Edicola, 14,5 x 21,5 cm, 304 pagina’s gebonden in hardcover, ISBN 978-94-93358-55-3

Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet