Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet
Diversen

Hoe is het nu met… Phil Bastiaans

OLYMPUS DIGITAL CAMERA

Dat je niet per definitie uit de Randstad hoeft te komen om succesvol te zijn in de nationale racerij bewees Phil Bastiaans. Hij behaalde successen in de merkencups van Citroën, Renault en Alfa Romeo, scoorde goed in de toerwagens – wat zelfs deuren naar fabrikanten opende – en hij won de Nederlandse GT4-titel. Na zijn actieve racecarrière liet hij honderden mensen genieten van het plezier van autorijden via trainingen en incentives. Eind vorig jaar zette hij met zijn gezin een enorme stap door naar Zuid-Afrika te verhuizen. Daarmee liet hij een droom in vervulling gaan. Reden genoeg voor een uitvoerig gesprek.

Tekst: René de Boer
Foto’s: Archief Autosport.nl, Rebocar/R. de Boer, Familie Bastaans

bastiaans 1995

Het eerste deel van ons uitvoerige gesprek vond al plaats toen Bastiaans nog in Nederland was. Het was een soort van afscheidslunch, samen met collega en streekgenoot Robin Frijns in Maastricht, waarbij AUTOSPORT.NL aanschoof. Voorafgaand aan de lunch was er de gelegenheid om met Bastiaans terug te blikken op diens carrière en te praten over zijn toekomstplannen.

“Toen ik begon was het allemaal nieuw voor me”, zegt Bastiaans. “Ik ging als 17-jarige de cursus volgen bij Hans Deen, ik kwam uit Maastricht naar Zandvoort, nog zonder rijbewijs. We hadden het wel goed aangepakt: we hadden de Renault 5 GT Turbo gekocht van Hendrik-Jan de Vries, waarmee hij Benelux-kampioen geworden was.”

Bastiaans komt niet uit een autosportfamilie, maar auto’s waren er wel altijd: “Ik ben opgegroeid in een autobedrijf, enig kind, ik reed al heel vroeg met auto’s rond. Mijn vader liet me als elfjarige al proefritten maken met klanten. En toen ik 15 was reed ik al achter hem aan naar Vicenza in Italië, Fiatjes 500 halen… Die zag echt nergens gevaar in! Toen een aantal jaren kartsport in België, en vervolgens de racecursus. Die won ik vervolgens ook nog een keer, en je weet hoe dat dan gaat. Mensen die zeggen: ‘Je moet die jongen wel in een raceauto stoppen’, maar ja, wij hadden die middelen niet. Dus mijn vader zei dat als ik een bepaald bedrag zelf binnen zou halen, wij het seizoen zouden beginnen en dan wel verder zouden zien.”

Zo begon Bastiaans dus aan zijn eerste seizoen, de Clio Cup in 1991, bij het team van Hendrik-Jan de Vries. “En de eerste vrije training rijd ik zo’n ding helemaal plat, samen met Liesbeth (Hendrik-Jans zus, red.), in de Tarzanbocht, dus dan begint het allemaal… De laatste twee races van het seizoen heb ik toen bij Verschuur gereden, toen ontdekte ik dat dat autootje opeens een stuk beter ging! Bij De Vries was ik gewoon het derde wiel aan de wagen… Ik heb nog wel steeds goed contact met Hendrik-Jan, ik mag hem graag en heb veel respect voor hem. Maar ja, ik wist gewoon niks van de racerij, moest alles leren. Toen werd ik voor 1992 opgepikt door Rijnhaave en mocht ik in de kampioensauto van Tommy (Coronel) rijden in de AX Cup. Toen begon ik races te winnen, het kampioenschap weggegeven door heel domme foutjes op het einde, maar wel dusdanig opgevallen dat ik in 1993 tussen Patrick (Huisman) en Cor (Euser) rijden in het BMW Dealerteam bij Ben Huisman.”

2003 031005 alfa02

“Als ik nu terugkijk”, zegt Bastiaans, “denk ik dat we supermooie jaren hebben gehad. Ik denk dat we allemaal, Duncan, Tommy, Tim, Sandor van Es, een van mijn beste vrienden in de racerij, hebben geracet in de mooiste jaren. Het DTCC, daar zat echt geld achter. Ik reed bij Evert Kroon, wel een bijzonder verhaal, maar iemand die voor mij heel goed geweest is, ontzettend veel gedaan heeft in die tijd. Ik denk dat de snelheid er bij mij wel was, het talent ook, maar op de cruciale momenten was ik niet hard genoeg en had ik niet de juiste mensen om me heen.

toyota portret

Ik heb veel aan Jan (Lammers) te danken; door hem heb ik een jaar bij TOM’s Toyota in Engela nd kunnen racen en met Toyota in Nederland, een paar keer met de Carina E uit het BTCC getest met Tim Sugden en Tim Harvey, allemaal supermooi, maar toen ze begonnen met ‘BoP’ en andere dingen, toen werd het door andere mensen bepaald. En toen kwam de economische crisis, waarmee het voor mij ook in Nederland ophield. Mijn laatste kampioenschap was 2010, samen met Mathijs Harkema, toen reden we nog met 30 auto’s, en twee jaar later, toen ik stopte, waren het er nog maar 14. Daar zit niemand op te wachten…

Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet