IRL: Interview Robert Doornbos: Tony Kanaan heette me ‘welcome to the club’

Hoe is het om op een oval te racen met de aanwijzingen van een op de tribune zittende spotter?
"Dat was even wennen. Ik was er nooit een fan van als mensen tegen me begonnen te praten als ik aan het racen was. In de Formule 1 werd er alleen tegen me gekletst als ik op het rechte eind reed. Ik schrok ooit enorm toen ze begonnen te praten terwijl ik midden in een bocht zat. Zat ik vol geconcentreerd te racen en werd er plots wat in mijn oor getetterd. Dat is niet fijn als je dat niet verwacht. Maar in Amerika met oval racing is dat totaal anders. Hier wordt er non-stop aan je verteld wat erom je heen gebeurt, wie er waar naast of achter je zit. Dat voelt inmiddels goed aan. Het is namelijk lastig in je spiegels kijken als je full speed op een oval rijdt. Dan fungeert de spotter als het ware als een extra paar ogen die jou meldt wat er om je heen gebeurt. Ik moest er even aan wennen, maar heb er nu een goed gevoel bij.’’
Hoeveel spotters heb je?
"In principe één. Behalve straks tijdens de Indy 500. Die baan is zo lang, dat één spotter niet de hele track kan zien. Dan heb ik er twee. Eentje neemt de bochten twee en drie voor zijn rekening, de andere turn één en vier.’’
Denk je al IndyCar-races te kunnen winnen dit jaar?
"Dat is zeker mogelijk. Ik heb in 2007 in de ChampCars als rookie wedstrijden gewonnen. Destijds waren de auto en de circuits ook totaal nieuw voor me en heb ik direct successen geboekt. Zo stond ik mijn eerste zes Champcar-races steeds op het podium. Dat zijn resultaten die later de deur hebben geopend om bij Newman/Haas/Lanigan te gaan racen. Ik ben blij dat de eerste twee IndyCar-wedstrijden op stratencircuits zijn. Dat soort races liggen me goed.’’