Dragracing: Euro Finals thriller met bizarre ontknoping FIA EK

David Vegter
Wie van de vijf
In de Pro Modified klasse was de situatie nog wat complexer, mede omdat iedere rijder van de vijf wedstrijden zijn slechtste resultaat moest wegstrepen en er dus maar vier meetelden voor de einstand. David Vegter voerde weliswaar de ranglijst aan, met Andres Arnover met een minimaal verschil op twee, maar beide rijders moesten, omdat ze aan alle wedstrijden deelnamen, nog een aftrek incasseren.

Jere Rantaniemi
Anders lag het voor nummer drie, Jere Rantaniemi, die Hockenheim oversloeg en dus een nul als aftrek kreeg. Op vier maakte ook Stian Rusånes nog een kans op de titel, terwijl zelfs op vijf Michel Tooren bij missers van de top vier nog richting plek één kon opschuiven.

Andres Arnover
De kwalificatie gaf nog weinig tekening in de strijd, want ook nu meldde de top van het klassement zich voorin, terwijl de onderlinge verschillen opnieuw minimaal waren. Op vrijdag was Arnover de grote favoriet want de Est perste met 5,78 seconden een nieuw persoonlijk record uit zijn turbo-Mustang. Op zaterdag kwam Vegter met 5,85 seconden in de buurt en stelde daarmee plek twee veilig.

Michel Tooren
Ook Tooren deed het met 5,87 seconden meer dan uitstekend en sloot de kwalificatie af op plek drie. Rantaniemi bleef daar met 5,89 seconden op plek vier maar weinig bij achter. Van de titelkandidaten had alleen Rusånes het lastig. De Noor had niet alleen te maken met diverse technische problemen, maar ook met het feit dat de concurrentie moordend is en de tijden steeds verder omlaag gaan waardoor zijn op zich niet slechte 6,03 seconden hem niet verder bracht dan kwalificatieplek elf.

Bobby Wallace
Achter de genoemde top vier klokte Bobby Wallace namelijk 5,9293 seconden, op een fractie van een seconde gevolgd door Andy Robinson (5,9299) en Bruno Bader die met 5,97 seconden als laatste onder de zes seconden dook. Daarachter echter maar liefst vijf rijders die een tijd van 6,03 seconden op het scorebord zetten, waarbij het derde en vierde cijfer achter de komma het verschil maakte.

Andres Arnover
In de eerste eliminatieronde vielen totaal onverwacht de eerste slachtoffers in de titelstrijd. De meest prominente was Arnover, die na de burn out zijn auto stil moest zetten. Zijn Mustang lekte vloeistof en daarmee was de titeldroom voor de Est over en uit.

Stian Rusånes
Maar ook Rusånes vond in ronde één zijn Waterloo. Met de van Rantaniemi geleende versnellingsbak kreeg de Noor zijn auto na de burn out niet teruggereden naar de start en lag daarmee ook uit de strijd. Ook voor Tooren, die tot dat moment met constante en snelle runs een goed weekend kende, viel het doek. De Camaro van de Nederlander raakte uit het rechte spoor en ging zelfs even op twee wielen. Tooren wist de auto op te vangen en veilig richting de finish te brengen, maar daarmee ging de winst wel naar Mike Reymond.

David Vegter
Daarmee bleven na de eerste eliminatieronde alleen Vegter en Rantaniemi nog over als titelkandidaten, waarbij, rekening houdend met het schrapresultaat, de Nederlander een voordeel had van tien punten. Omdat er per eliminatieronde twintig punten te verdienen zijn, moest de Fin dus minimaal één ronde verder komen dan de Nederlander en omdat ze niet aan dezelfde kant van de eliminatieladder zaten, zouden ze elkaar dus in een alles of niets finale kunnen treffen.

John Tebenham
Vegter leek ook wat snelheid betreft in het voordeel, want met twee keer een fraaie 5,83 seconden schoof de Nederlander Peter Kunc en Bruno Bader opzij. Rantaniemi bleek in de eerste twee eliminatieronden met 5,91 en 5,87 seconden te snel voor Freddy Fagerström en Wallace. Vegter moest het in de halve finale opnemen tegen Robinson en Rantaniemi tegen John Tebenham. De Fin was daarbij in het voordeel aangezien Tebenham in zijn kwartfinale schade had opgelopen en niet meer aan de start kon verschijnen, waardoor Rantaniemi een bye run had en dus eigenlijk al zeker was van een plaats in de finale.

Halve finale
Anders lag dat voor Vegter die in Robinson een geduchte tegenstander had. Vegter en Robinson waren bij de start nagenoeg gelijk weg, waarna de Nederlander een voorsprong nam. Halverwege de run verloor de Camaro echter door motorische problemen plotseling snelheid, waardoor Robinson langszij kon komen en met 5,92 seconden de winst grijpen. Rantaniemi hoefde nu in zijn halve finale alleen maar de startlichten te activeren en de benodigde twintig punten om Vegter te passeren waren binnen. De Fin deed wat hij moest doen, rolde door de lichten en daarmee was de FIA EK-titel een feit.

Jere Rantaniemi, de titel is binnen
Als kers op de taart klopte Rantaniemi in de finale vervolgens in 5,89 seconden ook nog Robinson en pakte zo naast de titel ook de winst in de wedstrijd.

Finale
Voor Vegter waren de druiven wel heel zuur, want als de vijf wedstrijden wel allemaal hadden meegeteld en hij dus niet 57 punten in mindering had hoeven brengen, was hij op een puntentotaal van 391 gekomen, 27 meer dan Rantaniemi die een 0 als aftrek had. Dan was de titel dus voor de Nederlander geweest. Nu ging Vegter naar huis met de tweede plaats en een volledig vernielde motor. In de eindstand van het kampioenschap maakte Arnover de top drie compleet, terwijl Tooren van positie wisselde met Rusånes en daarmee opschoof naar een keurige vierde plek.