Retro: Groeten uit Montjuïc

Hier zien we het stuk tussen Teatro Grieco en Vias, een licht slingerend stuk dat omlaag en omhoog ging. Het vaak gefotografeerde gebouw is trouwens niet het Teatro Grieco, maar het Teatro Lliure. Het eerstgenoemde theater waarnaar de bocht net buiten beeld aan de rechterkant is genoemd, staat in het park rechts van het circuit.

Een betere blik op de slinger naar rechts en weer naar links die naar Vias leidt, een haakse rechterbocht waar de coureurs geen zicht op hadden.

Na een onooglijke haakse bocht naar links bij de Guardia Urbana was het technische deel van het circuit afgelopen. Dan werd het knallen. Op deze brede boulevard kwamen de auto's uit de verte op ons af, om langs ons heen te vliegen naar een flauwe knik naar links, La Pérgola genaamd.

Het snelste en gevaarlijkste deel van het circuit: aan het eind hiervan vloog Rolf Stommelen het publiek in. De auto's draaiden hier met vol gas helemaal terug rond naar start en finish in een 'bocht' naar links die eerst omhoog ging, daarna omlaag langs deze muur links, en dan weer omhoog naar het Olympisch stadion. Op het laagste punt is nu een rotonde ingevoegd, het enige verschil met het circuit van vroeger.

Nu we het rondje hebben volgemaakt, is het tijd om conclusies te trekken. Zouden hier weer F1-auto's kunnen rijden? Overal is de baan breed genoeg, dus daar kan het probleem niet liggen. Alleen hier en daar een plotse verkanting zou voor een probleempje kunnen zorgen met de huidige kort afgeveerde – of eigenlijk niet afgeveerde – F1-auto's. Aan de andere kant zit er op Monaco in het stuk tussen Casino en Mirabeau ook zo'n verkanting waar de auto's handig half omheen rijden. Dat zou hier ook kunnen.

En dat gevaarlijke snelle stuk aan het eind? Daar heeft de invoeging van de rotonde – doorgaans de doodsteek voor een stratencircuit – juist het temporiserend effect dat het circuit weer veilig maakt. Van de rotonde is immers een schitterende chicane-achtige interruptie te maken die iets wegheeft van de dwarrel op het stratencircuit van Pau, langs het plein dat vernoemd is naar generaal Foch.

Commercieel is het circuit ook interessant. Neem de voetgangersviaducten naar de congreshallen van Barcelona: die zijn perfect voor reclameborden die de hele breedte van het circuit overspannen. Praktisch zien we evenmin veel bezwaren. Op veel plaatsen langs de baan is ruimte voor tijdelijke tribunes. Het naastgelegen Olympisch park lijkt perfect op maat voor de paddock.

Om kort te gaan: als het in Monaco kan, dan kan het zéker op Montjuïc. Eigenlijk houdt alleen de nabijheid van een kant-en-klaar F1-circuit met alle faciliteiten het plan tegen om weer F1-auto's over de berg te laten razen. En dat is best spijtig, want Montjuïc is cool. Erg cool. Formule E dan wellicht?

Nog meer weten? In het nieuwe nummer van Retro Racing Magazine (19/2017) kun je de volledige geschiedenis lezen van de Grand Prix-racerij in en om Barcelona – want Montjuïc is niet de enige plek in de stad waar de hoogste klasse in de autosport eerder heeft geracet...