Retro: Alex Caffi wint de hoofdact op Grand Prix Historique van Monaco

De race voor de anderhalfliter-F1's van 1961-'65 begon met een duel tussen Joe Colasacco (Ferrari 1512) en Andy Middlehurst (Lotus 25). De Ferrari greep de kop bij de start, maar Colasacco moest zich na enkele ronden gewonnen geven toen Middlehurst hem in Mirabeau uitremde. Daarna liep de Middlehurst in de ex-Clark-auto van Classic Team Lotus steeds verder uit, om na diverse zeges op Goodwood wéér een grote race op zijn naam te schrijven. Dan Collins werd derde in zijn Lotus 21.

Colasacco leidde ook de Junior-race vanaf de start, maar Mirabeau bleek de pechbocht voor de Amerikaan, want daar spinde hij, om terug te vallen naar de derde plaats. Jonathon Hughes profiteerde in zijn Lola en keek niet meer. Christian Traber werd tweede, RML-teambaas Ray Mallock werd derde in de opvallende 'rijdende schoenendoos'.

Er was weinig spektakel aan kop in de race voor F1- en F2-auto's uit de jaren vijftig: Tony Wood leidde van pole tot finishvlag in zijn Tec-Mec, op korte afstand gevolgd door Julian Bronson in de Scarab. Twee auto's die in hun tijd mislukten omdat ze te laat kwamen – de middenmotorrevolutie was al begonnen – maar in een veld met alleen auto's met de motor voorin maken ze in de historische racerij geregeld de dienst uit. Roger Wills (Lotus 16) completeerde het podium.

Ook Chris Ward leidde de hele wedstrijd voor sportwagens uit de jaren vijftig, een vast onderdeel van de GP Historique, omdat er in die periode ook enkele sportwagenraces werden verreden. De C-type van JD Classics vertrok wel gehavend, want in de trainingen was Ward twee keer achter op een plotseling remmende deelnemer geknald. Oud-BTCC-coureur Patrick Watts zette in zijn Allard in eerste instantie de achtervolging in, maar moest zich daarna gewonnen geven aan Fred Wakeman (Cooper-Jaguar T38) en Till Bechtoldsheimer, ook in een Allard J2.

Een race voor vooroorlogse auto's ontbrak op het programma. Twee jaar geleden was er volop geruzie tussen de Britten die met razendsnelle ERA's kwamen en de Bugatti-coureurs die de race wilden boycotten omdat ze vonden dat ze geen kans kregen (een deel deed dat ook). Dat niet nog eens, moet de ACM hebben gedacht, waarop ze de pre-war-categorie van race tot demonstratieklasse degradeerden. Het gevolg was een lauwe opkomst van slechts 15 auto's, die op gezapig tempo een halfuur lang hun rondjes draaiden. Dit ook niet nog eens, moet de conclusie zijn.

Later deze week volgt een uitgebreide 'Groeten uit Monaco' van de twee verslaggevers ter plaatse, want zowel op als naast de baan viel er verder genoeg te beleven.