BOSS GP: Alain DeBlandre: ‘’Nooit te laat om je dromen na te jagen’’

Originele livery
DeBlandre is trots dat zijn fraaie bezittingen rondrijden met hun originele livery. Wel heeft hij het aantal paardenkrachten dat in de T8900 Lola Cosworth-motor zit teruggeschroefd. "In ’89 had deze 700 kilo wegende auto 840 PK. Dat zijn er nu ongeveer 650. Dit hebben we gedaan omdat de krachtbron nu langer meegaat en het jaarlijkse racebudget binnen de perken blijft. Hoewel de wagen op methanol loopt, kun je het niet echt een ‘groene auto’ noemen.’’
Mooie geschiedenis
De enthousiaste deelnemer aan de BOSS GP is erg geïnteresseerd in de geschiedenis. "De CART Series werden tot midden jaren negentig gezien als het Amerikaanse equivalent van de Europees georiënteerde Formule 1. De CART Series reden zowel op ovals als road tracks. Er werd geracet met Indycars die waren uitgerust met een V6 of V8 turbomotor’’, legt DeBlandre uit. "Halverwege de negentiger jaren is de CART Series gesplitst in twee verschillende kampioenschappen: de Champcar Series, waar meestal op road courses en met turbo’s aangedreven auto’s werd gereden. En je kreeg de Indy Racing League, die louter op ovals racete met vierwielers die waren uigerust met atmosferische krachtbronnen.’’

Van simulatie naar het echte werk
Alains droom om zelf te gaan racen, groeide met zijn aanwakkerende interesse voor de Indycars in de periode dat hij in Canada leefde. "Ik had de racesimulaties, zittend achter de computer, wel een beetje gezien. Daarop hakte ik de knoop door om mijn droom na te jagen. Vervolgens heb ik die twee Indycars uit 1989 aangeschaft.’’
Auto’s binnen! En nu?
De brullende singleseaters bezitten is één. Maar er echt de circuits mee bestormen, is een tweede. "Toen kwamen de vragen en uitdagingen: hoe werken de methanol turbo motoren? Hoe race je met deze zware, superkrachtige monsters? Hoe onderhoud je deze oudere wagens?’’, zegt DeBlandre.