DSC: De coureurs en hun natte A1GP weekend
De Graaff-Ribbens
Robert de Graaff en Philippe Ribbens beleefden een goed weekend. Zandvoort is niet bij uitstek het favoriete circuit voor de dikke Viper. Op zaterdag deed Robert de eerste stint en wist hij Martin Short en Cor Euser lang achter zich te houden. Vanwege vibraties moest hij uiteindelijk beiden laten gaan. De banden pakten het vuil van de baan op en daardoor voelde de auto niet stabiel meer aan. Geen risico was het motto, de punten zijn belangrijker. Robert heeft ooit Pete Dumbreck zien crashen op Zandvoort, die iets te veel vertrouwen had in zijn DTM-Vectra. Wie herinnert zich niet Drumbeck’s megaklapper, die domweg te wijten was aan vibraties van zijn auto. Gewoon erg verstandig van de gele Etec-Viper rijder om het tempo te laten zakken. En dat met het koppie-erbij-rijden zich uitbetaalt, bewezen ze zondag. De condities waren verschrikkelijk, het zicht ronduit slecht. Met defensief rijden reed de gele Etec-Viper naar de tweede plaats. Weliswaar waren vele GT collega’s sneller evenals de Porsche van Duncan Huisman en de BMW van Siebrand Dijkstra en Andre de Vries uit de Super Sport 1-klasse. Maar de meesten kwamen zichzelf toch tegen en bezorgden De Graaff-Ribbens uiteindelijk een tweede plaats. Het wordt nog spannend tijdens de Finaleraces te Assen, waar maar liefst veertig punten te verdelen zijn. Hoeveel punten zullen de Etec-rijders naar zich toe weten te trekken?

Martin Short
Ook de Moslers deden het goed. Martin Short vond het een championship lead preserving weekend. Hij had nog nooit op Zandvoort gereden, maar was toch van meet af aan snel met de witte Mosler MT900. Zaterdag startte hij vanaf de twaalfde plaatse en omschreef de race als een van de beste van zijn leven. Uiteindelijk rukte hij op naar de tweede plaats, de gele Viper en de Marcos van Cor Euser achter zich latend. Vanwege de rode vlag-situatie werd het uiteindelijk een vierde plaats. Kort voor start van de zondag race was hij nog bezorgd over de erbarmelijke weersomstandigheden. Short was verbaasd over de snelheid van de Porsche 997 van Duncan Huisman en de BMW E46 V8 GTR van Ruud Olij uit de Super Sport 1-klasse, die hij enige tijd voor zich moest dulden. Deze auto’s kwamen beter uit de verf dan de GT-bolides met hun vele pk’s. De set up van de Mosler was nog dezelfde als zaterdag, ondanks dat de baan nu heel anders was met al die nattigheid. Een zesde plaats was het resultaat, ruim voldoende voor Martin Short. Hij complimenteerde bovendien racewinnaar Meindert van Buuren, die ondanks het ontbreken van teamgenoot Nicky Pastorelli, de juiste balans tijdens het hele weekend had gevonden.

Ian Flux
Ian Flux beleefde ook een goed weekend. Hij was een beetje upset over het verliezen van de pole position op zaterdag. De tijd was gereden onder gele vlag en net als voor een aantal collega’s telde hij dus niet. De negende plaats werd met verve veroverd. Teamgenoot Kevin Riley had de macht over rood-grijze Mosler verloren bij Bos Uit en na het stuur overgenomen te hebben stuurde Ian Flux naar de negende plaats. Op zondag was hij zijn monteurs erg dankbaar. De auto stuurde fantastisch in de regen en in een behoudende race werd de vijfde plaats gepakt. Om helemaal klaar te zijn voor de finaleraces van eind oktober te Assen, ging Ian Flux woensdag al trainen met een BMW op het Drentse circuit. Ze hebben er nog nooit gereden en willen daar goed voor de dag komen. Ooit behaalde Flux zijn successen in het Engelse GT kampioenschap met een McLaren-BMW en later de met legendarische Lister Storm. Aan race-ervaring dus geen gebrek en zijn de Engelsen hiermee een regelrechte aanwinst voor de DSC.