Formule Ford: KTG-duo Simon Knap en Vincent van der Valk heerst (lang)


Jongejans verrast
De pole position is inmiddels een vertrouwde plek voor Simon Knap maar dit keer kon de KTG-rijder niet profiteren van zijn positie op de eerste rij. Met wielspin bleef Knap een moment staan, precies voldoende voor Rogier Jongejans om langs de pitsmuur vanaf de tweede startplaats de kop te pakken.

Liroy Stuart probeerde vanaf de vierde startplaats in de slipstream van Jongejans mee te gaan maar Knap sloot nog net voor zijn neus het gat waarbij Stuart op een paar centimeter de versnellingsbak van Knap miste. Achter dit drietal volgden Henk Vuik, John Svensson, Michel Florie, de vanaf een achtste plaats netjes meegekomen Nils Vestergaard, Jeroen Mul, Jan Paul van Dongen en dan pas de vanaf een zevende startplaats naar plek tien teruggevallen Jennifer van der Beek. Eerste uitvaller was de Deen Soren Mosebo die zijn Ray in de Hugenholtzbocht in de banden parkeerde en meteen moest opgeven.


Safetycar
Bij de eerste doorkomst probeerde Knap meteen orde op zaken te stellen en zette zijn Mygale op het rechte stuk aan de buitenkant naast die van Jongejans. Deze laatste verdedigde langs de pitsmuur zijn lijn en kon daarmee de koppositie behouden. Door dit gevecht kon Stuart het ontstane gaatje dichten en aansluiten bij het leidende duo. In de Gerlachbocht ging het echter mis. Van der Beek probeerde de verloren posities zo snel mogelijk goed te maken maar stuitte daarbij op Van Dongen.


Het duo raakte elkaar waarbij de wielen in elkaar verstrikt raakten. Met een forse schade bleven Van der Beek en Van Dongen in het gras steken. Op de manier waarop Van Dongen uitstapte en vervolgens zijn rivale ‘ter verantwoording riep’ was duidelijk zichtbaar wie in zijn ogen schuldig was aan de aanvaring. Omdat de auto’s niet zo snel weggehaald konden worden besloot de wedstrijdleiding de safetycar de baan in te sturen.


De volgorde was op dat moment: Jongejans, Knap, Stuart, Vuik, Svensson, Florie, Vestergaard, Mul, Ritsma en de kop van de Zetec Cup, te weten Vincent van der Valk, Raymond Surink, Roel Mulder, Jan Steenhart en Arthur van Uitert gevolgd door de hekkensluiters Egebart en Froekjaer-Lorendsen. Pechvogel was Svensson die tijdens de safetycarperiode de pits in moest met een probleem aan de uitlaat. De rest van het veld schoof daardoor een plaatsje op. De Belg probeerde nog wel in dezelfde ronde de pits te verlaten en achteraan het achter de safetycar rijdende veld aan te sluiten. De reparatie kostte echter te veel tijd waardoor de nummer twee in het kampioenschap bijna een ronde achterstand opliep en kostbare punten verloren zag gaan.