DNRT: Column: De minuut van Huub: Ook andere dingen zijn uitdagend
Het oude DNRT-team organiseert meer dan alleen auto- en motorraces. Zo wordt ieder jaar een fietsrit georganiseerd naar een beetje uitdagende heuvel, omdat de mensen van DNRT gek zijn op dat soort van uitdagingen. DNRT heeft ook een loop-trainingsgroep. Ooit, zo’n 35 jaar geleden, gestart omdat het hebben van een goede conditie werd beschouwd als een vereiste om het maximum uit de races te halen. In die tijd reed je 24-uursraces vaak met twee man en dat was taai. Dat zou het zijn op Zandvoort, maar dat was het nog meer op de Nürburgring of op Spa, waar op de oude lange baan gemiddelde snelheden per ronde werden gerealiseerd (met de Camaro’s) van boven de 200 kilometer per uur en topsnelheden boven de 300. Dat vergt maximale concentratie en vreet energie. Dan is conditie belangrijk. Het gevoel dat je het toch langer volhoudt dan iedereen. Dat geeft zelfvertrouwen en dat geeft dan ook een zekere mate van rust.
Die conditietrainingen, één keer per week op woensdagavond in Den Haag, waren eigenlijk meer wedstrijden en dat zijn het nog steeds. Zo werd als uitvloeisel daarvan ook aan marathons en andere wedstrijden deelgenomen, omdat het competitiegevoel steeds de boventoon vierde. Niet alleen met autoracen, maar op ieder gebied.
Een jaar of wat geleden vraagt Rien Frankenhout aan mij: “Huub, zou jij niet eens zin hebben om zo’n Tour de France bergop te fietsen? Althans, om dat te proberen, de Alpe d’Huez of de Mont Ventoux?” We zijn geen fietsers, maar de uitdaging is groot en het antwoord is vanzelfsprekend ja. Maar zoals het vaak met wilde plannen gaat, die ga je wel doen maar je weet nog niet wanneer. Tot Rien weer terugkomt met de mededeling: “Huub, weet je wel dat ieder jaar dat we wachten die berg hoger wordt?” Kijk, dat soort opmerkingen werkt, want toen zijn we gelijk gaan plannen. Meteen ook een flinke berg gepakt, de Mont Ventoux.
Het eerste weekend van september was de datum. Vrijdagochtend vroeg weg, zaterdag de Ventoux en ‘s avonds weer terug. Zondagochtend weer thuis met ruim 2500 kilometer op de teller. Over zottigheid gesproken. En dan komen mensen uitleggen dat ze niet in Zolder gaan racen omdat dat te ver weg is. Daar hebben we dan ook begrip voor. Als Zolder ver weg is dan moet je vooral op zondag uitslapen. Toen we naar zuid-Frankrijk reden hadden we geen notie wat ons te wachten stond. Het zou toch wel meevallen. Dus iedereen grote bek over hoe goed hij wel verwachtte het te gaan doen en vooral hoe hoeveel sneller dan de anderen. Maar er was nog tijd om vrijdagavond even met de auto naar boven te rijden. Al bij het begin van de klim werd het erg stil in de auto. Iedereen dacht hetzelfde. Dat het later minder steil zou worden. Maar het werd alleen maar steiler. En dat 21 kilometer lang. Toen we weer naar beneden reden, werd de stilte uiteindelijk verbroken. “Ik hoop dat er iemand boven kan komen.” En zo voelden we dat allemaal.
De klim was onmenselijk tot zeer onmenselijk. Het kleinste verzet was te groot voor nietwielrenners die we zijn. Maar uiteindelijk kwam iedereen boven. Meer dood dan levend maar met een zeer voldaan gevoel. Al na enkele uren durfde iemand te zeggen dat hij het volgend jaar weer zou willen. Dat werd de Alpe d’Huez en daarna de Galibier. Fantastische uitdagingen, natuurlijk doen we wie het eerste boven is want daar zijn we van. Vooral de wat zwaardere mensen hebben een wezenlijk nadeel. Toch is de voldoening even groot als van het volbrengen van een marathon terwijl je daar eigenlijk niet goed genoeg voor bent.
Dit jaar ging de reis naar zuid-Duitsland en een relatief korte klim van 11 kilometer, maar wel met een constante stijging van 8 tot 10 procent. De eerste drie van de vaste ploeg kwamen boven met slechts drie minuten verschil en daarna met tussenpozen de rest. Een gastrijder, een jong ventje met veel ervaring, had slechts twee minuten voorsprong op Rien Frankenhout. De hete adem was te voelen. Je zal toch niet worden ingehaald door een paar autoracers die bijna met pensioen gaan. Fred Frankenhout was tweede racer op één minuut en ikzelf derde op drie minuten van Rien. Daarna kwam broer Loek en nog even later Hans Wellink met ingebouwd gewichthandicap van ruim honderd kilogram (fiets plus rijder).
Volgend jaar gaan we mogelijk weer naar de Ventoux, met voor de liefhebbers een tweede klim na een dagje rust, maar dan met een grotere groep autoracers. Althans voor die mensen die de uitdaging aandurven. Mogelijk gaat de materiaalwagen vooruit en vliegen we naar zuid-Frankrijk. Reken op het tweede weekend in september. Dan zijn er (niet toevallig) dus geen races. Wie zien elkaar bij de start. We kijken er nu al naar uit. Wij weten hoe lekker het (achteraf) is om het gedaan te hebben.
Die conditietrainingen, één keer per week op woensdagavond in Den Haag, waren eigenlijk meer wedstrijden en dat zijn het nog steeds. Zo werd als uitvloeisel daarvan ook aan marathons en andere wedstrijden deelgenomen, omdat het competitiegevoel steeds de boventoon vierde. Niet alleen met autoracen, maar op ieder gebied.
Een jaar of wat geleden vraagt Rien Frankenhout aan mij: “Huub, zou jij niet eens zin hebben om zo’n Tour de France bergop te fietsen? Althans, om dat te proberen, de Alpe d’Huez of de Mont Ventoux?” We zijn geen fietsers, maar de uitdaging is groot en het antwoord is vanzelfsprekend ja. Maar zoals het vaak met wilde plannen gaat, die ga je wel doen maar je weet nog niet wanneer. Tot Rien weer terugkomt met de mededeling: “Huub, weet je wel dat ieder jaar dat we wachten die berg hoger wordt?” Kijk, dat soort opmerkingen werkt, want toen zijn we gelijk gaan plannen. Meteen ook een flinke berg gepakt, de Mont Ventoux.
Het eerste weekend van september was de datum. Vrijdagochtend vroeg weg, zaterdag de Ventoux en ‘s avonds weer terug. Zondagochtend weer thuis met ruim 2500 kilometer op de teller. Over zottigheid gesproken. En dan komen mensen uitleggen dat ze niet in Zolder gaan racen omdat dat te ver weg is. Daar hebben we dan ook begrip voor. Als Zolder ver weg is dan moet je vooral op zondag uitslapen. Toen we naar zuid-Frankrijk reden hadden we geen notie wat ons te wachten stond. Het zou toch wel meevallen. Dus iedereen grote bek over hoe goed hij wel verwachtte het te gaan doen en vooral hoe hoeveel sneller dan de anderen. Maar er was nog tijd om vrijdagavond even met de auto naar boven te rijden. Al bij het begin van de klim werd het erg stil in de auto. Iedereen dacht hetzelfde. Dat het later minder steil zou worden. Maar het werd alleen maar steiler. En dat 21 kilometer lang. Toen we weer naar beneden reden, werd de stilte uiteindelijk verbroken. “Ik hoop dat er iemand boven kan komen.” En zo voelden we dat allemaal.
De klim was onmenselijk tot zeer onmenselijk. Het kleinste verzet was te groot voor nietwielrenners die we zijn. Maar uiteindelijk kwam iedereen boven. Meer dood dan levend maar met een zeer voldaan gevoel. Al na enkele uren durfde iemand te zeggen dat hij het volgend jaar weer zou willen. Dat werd de Alpe d’Huez en daarna de Galibier. Fantastische uitdagingen, natuurlijk doen we wie het eerste boven is want daar zijn we van. Vooral de wat zwaardere mensen hebben een wezenlijk nadeel. Toch is de voldoening even groot als van het volbrengen van een marathon terwijl je daar eigenlijk niet goed genoeg voor bent.
Dit jaar ging de reis naar zuid-Duitsland en een relatief korte klim van 11 kilometer, maar wel met een constante stijging van 8 tot 10 procent. De eerste drie van de vaste ploeg kwamen boven met slechts drie minuten verschil en daarna met tussenpozen de rest. Een gastrijder, een jong ventje met veel ervaring, had slechts twee minuten voorsprong op Rien Frankenhout. De hete adem was te voelen. Je zal toch niet worden ingehaald door een paar autoracers die bijna met pensioen gaan. Fred Frankenhout was tweede racer op één minuut en ikzelf derde op drie minuten van Rien. Daarna kwam broer Loek en nog even later Hans Wellink met ingebouwd gewichthandicap van ruim honderd kilogram (fiets plus rijder).
Volgend jaar gaan we mogelijk weer naar de Ventoux, met voor de liefhebbers een tweede klim na een dagje rust, maar dan met een grotere groep autoracers. Althans voor die mensen die de uitdaging aandurven. Mogelijk gaat de materiaalwagen vooruit en vliegen we naar zuid-Frankrijk. Reken op het tweede weekend in september. Dan zijn er (niet toevallig) dus geen races. Wie zien elkaar bij de start. We kijken er nu al naar uit. Wij weten hoe lekker het (achteraf) is om het gedaan te hebben.