Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet
Columns

DNRT: Column: De minuut van Huub: Ik ben geen onsportief mannetje

Maar ik wil wel winnen! Dat heb ik al vanaf diep in mijn jeugd. Wie een wedstrijdje wilde doen tot de hoek of een rondje op het plein met de fiets, kon op mij rekenen. Ik hield van wedstrijdjes en competitie en was bereid om eruit te halen wat erin zat. Ik speelde vroeger met veel inzet tennis en badminton. Ik kon aardig skiën en schaatsen, maar deed niets serieus omdat ik daar geen tijd voor had. Want ik moest immers heel hard vissen. Dat deed ik ‘s ochtends voor school en ‘s avonds, toch wel bijna iedere dag.

Omdat het op school minder goed met mij ging, moest ik op kostschool. Niet te dicht bij huis, want dat werkt niet. Het werd Davos, omdat daar ook een ijsbaan ligt. Maar in Davos ligt nog meer. Daar liggen hoge bergen met sneeuw en met kabelbaantjes en dan glij je vanzelf naar beneden. Dat was hét. Het kostte bovendien minder inspanning om hoge snelheden te halen. Iedereen op school skiede, dus was het al snel ‘wie is het eerste beneden’. En daar ben ik dus van. Mijn techniek was beperkt, maar als schaatser was ik sterker in mijn benen dan alle anderen en kon daarmee veel compenseren. Met name herstellen na te grote sprongen. Ik zorgde daarbij voor veel plezier bij mijn (race)maten met formidabele techniek, maar minder pk’s. Daar kwam ook de kreet vandaan ‘beter vies hard dan mooi langzaam’. En die gaat voor veel snelheidssporten op.

Op mijn 22e ging ik naar de Wintercursus van de Rensportschool Zandvoort. Dat is nu ruim 40 jaar geleden. Onder leiding van Rob Slotemaker. Dat was iemand. Hij was ook van de competitie. Met auto’s of wat dan ook. Hij was een racer van klasse. Het mooiste was dat als hij in een race een fout gemaakt had, hij dat bij de cursisten ging uitleggen. Zodat zij daar van konden leren. Wat hebben wij veel van hem geleerd! Maar vooral dus: ‘wedstrijdje doen’. Daar was hij van en ik dus ook.

We gingen racen, de stichting DNRT, van Wim Beers en De Telegraaf, en waren nogal ambitieus. Al snel kwamen we tot de conclusie dat ook autosport om conditie vraagt. Dat je daarmee ook aan het einde van een race sterk blijft. Sterk vooral qua denken. Veel racers zie je aan het einde van de race stomme fouten maken. “Te weinig zuurstof in de hersenen”, zeggen wij dan tegen elkaar. Er werd een traininggroepje opgericht. Het was training, maar competitie was een essentieel onderdeel. Zo waren wij nou eenmaal allemaal. Wedstrijdjes doen. Honderd meter, maar dat ontaardde al snel in tien kilometer, duinparkoersen, hindernisbanen, door het mulle zand. Maar steeds: wie is er het eerste? Meestal was ik dat, want ik was een actieve sporter. Maar iedereen werd er kennelijk beter van en ging er ook beter van racen. Onder zware omstandigheden hadden we ook veel zelfvertrouwen. “We houden het toch langer vol dan alle anderen.” Dat bracht ons een prachtige overwinning in de 36-uursrace van de Nürburgring. Het grootste deel werd in dichte mist gereden. Over vermoeiend gesproken.

Nu zijn we 35 jaar verder. De verhoudingen binnen de trainingsgroep zijn veranderd. Fred en Rien Frankenhout zijn de snelle jongens. Fred liep onlangs nog een marathon binnen de drie uur. Heb je dat wel eens geprobeerd? Zelf ben ik nu steeds laatste of voorlaatste. Misschien iets minder getraind, maar toch nog redelijk in conditie. Iedere woensdag een wedstrijd en iedere keer weer laatste, terwijl het fanatisme niets minder is geworden. Wat ik nu wel mooi vind, is dat ik met evenveel plezier naar de training ga en met evenveel plezier en volledig opgebrand weer naar huis terugkeer. Het is dus niet alleen het winnen dat mij boeit. Het is de competitie, het wedstrijdje doen. Dat geldt voor de trainingsgroep, maar ook bij het autoracen. Ik ben dus geen onsportief mannetje.
Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet