Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet
IndyCar

Champcar: Een klein beetje geschiedenis


Voor het eerst sinds Eurospeedway 2003 zijn de Champcars weer terug in Europa. Sinds dat jaar is er veel veranderd. De toenmalige Champcarworldseries viel onder auspiciën van het ter ziele gegane CART. De zakenmensen Paul Gentilozzi, Kevin Kalkhoven, Gerald Forsythe en Carl Russo staken de koppen bij elkaar en kaapten de CART-restanten voor de neus van aartsvijand Tony George weg en vormden samen OWRS(Open Wheel Racing Series).

Tekst Willem J. Staat

1909
Ruim 99 jaar geleden reden de Champcars al op Indy. Foto: Indianapolis Motor
Speedway


Een beetje geschiedenis
In 1996 splitste Tony George zich met zijn IRL-serie van de CART World Series af. George wilde een eigen oval-serie, maar wilde tevens een einde aan de motoren- en chassisoorlogen. Wat het laatste punt betreft had Tony George misschien een beetje gelijk, want het technologische platform waarop CART zich in 1999 begaf stond op gelijke tred met de Formule 1 zo schreef Alex Zanardi in zijn boek. Het was duidelijk dat men niet op dit niveau kon blijven opereren. In de oude CART-series zag men dit te laat in. Het vertrek van Honda en Toyota in 2002 betekende dat alle teams in 2003 over identieke Cosworth motoren beschikten. Hoewel de budgetten dat seizoen naar beneden gingen, overleefde de CART-series de wintermaanden niet.

Gentilozzi, Russo, Kalkhoven moesten vanaf nul beginnen. Met de oude Lola Cosworth besloot men nog twee jaren door te gaan. Vanaf 2007 werd met de nieuwe Panoz DP01 een nieuwe weg ingeslagen. De Panoz wordt door Elan Technologies in Amerika gebouwd en is een volledig Amerikaans chassis. De Panoz oogt wat ranker dan zijn voorganger de Lola. De crashtests voor Champcar zijn nog strenger dan in de Formule 1 en volgens Panoz moet dit de veiligste auto zijn die ooit in de VS gebouwd is.

De Panoz wordt aangedreven door een Cosworth XFE-motor. De firma Cosworth werd in 2004 door Gerald Forsythe van Forsythe Racing en Kevin Kalkhoven gekocht. De Cosworth motoren beschikken eveneens over een “Power to Pass” knop die de coureur 60 seconden in staat stelt om over 50pk extra vermogen te beschikken.

Amerikaanse races in Europa
De Amerikanen kwamen in 1957 en 1958 voor het eerst naar Europa. Op de banking van Monza, die ook wel Monzanapolis genoemd werd, zegevierden Troy Ruttmann en Jam Rathman. Rathman won de wedstrijd op Monza met een gemiddelde van 286 km/u. Een gigantisch gemiddelde voor auto’s die vaak als dinosaurussen bestempeld werden. Het zou ruim 21 jaar duren voordat de Amerikanen weer te gast waren in Europa.

jim_rathmann
De voorlopers van de Champcars, de Indycar Roadsters kwamen eind
vijftiger jaren tweemaal naar Monza. Jim Rathman won in 1958. Het zou
ruim 43 jaar duren voordat de Amerikanen weer naar Europa kwamen. Foto:
Indianapolis Motor Speedway

Deze beide wedstrijden werden gewonnen door de legendarische A.J. Foyt en Rick Mears met een Coyote Cosworth en een Penske PC6- C6 Cosworth. Vervolgens zou het ruim 24 jaar duren voordat de Amerikanen wederom voet op Europese bodem zouden zetten. In 2001 kwam men in een uiterst beladen weekend in september wederom terug naar Europa. De wedstrijd op de Eurospeedway leverde een overwinning op voor Kenny Brack, terwijl het dramatische ongeval van Alex Zanardi in het geheugen van vrijwel iedere autosportliefhebber gegrifd staat. Op een sfeerloos Rockingham versloeg Gil de Ferran de Zweed Kenny Brack met zijn Penske Reynard Honda. Champcar keerde het daaropvolgende jaar voor één wedstrijd naar Rockingham terug. Dario Franchitti won met een Lola-Honda. In 2003 kwamen CART nog eenmaal naar Europa en Sebastien Bourdais zegevierde zowel op het Brands Hatch Indy circuit als de Eurospeedway. Het is te hopen dat de twee Europese wedstrijden op Zolder en Assen de komende veertien dagen het begin van een lange traditie zullen gaan worden.


Geen Formule l concurrent
Champcar zal en wil nooit een concurrent van de Formule l zijn, zo vertelde Ziggy Harcus autosport.nl in Rotterdam afgelopen zaterdag. Champcar wordt vaak gezien als de Amerikaanse tegenhanger van de Formule l. Een vergelijking die deels mank gaat, omdat Champcar in principe al sinds 1909 bestaat. Grappig is dat de Formule l in het verleden bijna alles van Champcar/Indycar gekopiëerd heeft. Om het spektakel te verhogen heeft Champcar altijd pitstops gekend. In de F1 kopiëerde men de Champcarmodus in de tachtiger jaren. Met overvolle tanks werd er in de F1 vrijwel altijd een wedstrijd afstand van plus minus 70/80 ronden verreden. Wat spektakel betreft lagen de Amerikanen mijlen ver voor op het F1 circus. De Champcar budgetten bedragen ongeveer U$ 8 miljoen per jaar. Een fractie van de Formule l budgetten.







Autosport.nl Hét autosport magazine op Internet