Supercar Challenge: Jop & Dante Rappange: “Het is leuk om hier eindelijk samen te rijden”

Een bijzondere verschijning op de V-Max Finaleraces was de Chevrolet Camaro GT4 van V8 Racing, met daarin niemand minder dan Jop en Dante Rappange achter het stuur. Geen toeval, want de auto en de broers waren voor een speciale gelegenheid bij elkaar gekomen. We schoven aan bij het duo dat we vooral kennen uit de GT World Challenge én de historische autosport, om te horen wat het weekend voor hen zo gedenkwaardig maakte.
Tekst: Mattijs Diepraam
Foto’s: Rob Blank, Johan Vis & Mattijs Diepraam
“We hebben goede herinneringen aan deze auto”, zo begint Dante zijn verklarende uitleg, die alles te maken blijkt te hebben met Luc Braams. De vader van V-Max-eigenaar Max Braams overleed in 2024 op 62-jarige leeftijd, na een lange strijd tegen zijn slopende ziekte. “We hebben allebei twee seizoenen met de Camaro gereden in de GT4 European Series. Eerst Jop twee jaar en daarna ik, ook toen bij V8 Racing van Rick Abresch en Luc Braams. Het was dit weekend de verjaardag geweest van Luc. Daarom nam Rick contact op met Max, met de suggestie om de Camaro dit weekend in te zetten. Ook voor ons leuk, want we hadden de auto lang niet meer gezien – en het is natuurlijk een mooi eerbetoon aan Luc.”

Jop vertelt graag waar die goede herinneringen uit bestonden. “Het was voor ons in de familie Rappange de eerste stap in de internationale autosport. Zo’n auto was het grootste waarover je kon dromen om ooit in te gaan rijden. Ik deelde de auto toen met Tijmen Nabuurs en dat ging eigenlijk heel goed: veel op het podium gestaan en twee goede seizoenen gedraaid. Daarna ben ik doorgegaan naar de GT3, maar dit team – en de gezelligheid ervan – is me altijd bijgebleven. Toen Dante ook successen met deze auto begon te krijgen, heb ik opnieuw een leuke tijd met het team gehad.”

Inmiddels hebben de twee ruime ervaring opgedaan in diverse GT3-auto’s. Hoe zouden ze de Camaro GT4 daarmee willen vergelijken? “Het is niet echt te vergelijken”, antwoordt Jop. “Het voelde helaas ook niet als thuiskomen. Het was echt wel weer wennen. Maar als je ’t eenmaal weer doorhebt, kun je toch weer een beetje voelen hoe het toen voelde. Qua team is ’t natuurlijk wel thuiskomen!”

“Ik heb er iets recentere ervaring”, vertelt Dante. “Ik heb er na Jop nog twee seizoenen in gedaan, eerst in de Pro-klasse, daarna in de Silver-klasse. We hebben allebei onze eerste internationale successen in deze auto geboekt. Ik ken de auto dus nog goed, maar we staan nu op Hankooks en toen reden we op Pirelli’s. Dat maakt echt een groot verschil. De auto ligt gewoon wat anders. Maar voor de rest is het verschil vooral veel minder downforce bij de GT4. In een GT3 kun je in de bochten veel meer op de downforce leunen.”

Is het daardoor een beetje vergelijkbaar met een historische auto, waarin je ook alles zelf moet doen? “Als je het helemaal platslaat wel!” antwoordt Dante lachend. “Maar je rijdt natuurlijk wel op slicks, je hebt abs en traction control. Dus het zit wel dichter bij GT3 dan bij historisch. Maar onder de GT4’s is dit zeker niet de gentlemen’s auto – het komt niet naar je toe, je moet er wel voor kunnen sturen.”

“Je moet zelfs misschien een beetje netter rijden dan in een GT3”, vult Jop aan. “De downforce kan het niet voor je opvangen in de bochten. Dus je wappert de achterkant eruit of je hebt te veel onderstuur. En het zijn dit weekend moeilijke omstandigheden voor de auto: koud, dan weer regen, dan weer droog, het is een nu een slechte baan qua grip. Maar dat maakt het eigenlijk alleen maar superleuk!”

Dante vertelt dat hij op vrijdag zo’n drie à vier rondjes nodig had om het tempo in de auto terug te vinden. “Dat duurt inderdaad niet lang, maar we hebben tegenwoordig natuurlijk veel ervaring. Het komt met de jaren dat je snel weet wat zo’n auto ook alweer kan.” Jop heeft daar wel een kanttekening van een ander kaliber bij. “Je moet vooral wennen aan het veld. Je kent de rijders niet, je weet nog niet wat ze gaan doen. De snelheidsverschillen zijn het probleem niet zo, daar leer je door ervaring ook mee omgaan, maar je kunt nog niet inschatten of ze gaan wachten of toch doorrijden als je op ze afkomt. Wat dat betreft voelt het echt als een trainingsdag.”

Met hun seizoenen in de GT World Challenge als vergelijkingsmateriaal zijn de broers behoorlijk onder de indruk van de presentatie in de Supercar Challenge. “Ik vind het echt goed voor elkaar”, vindt Dante. “Het ziet er strak uit, de livestream toont mooie beelden.” Dat roept uiteraard de vraag op of ze vanaf nu vaker een weekend in de Supercar Challenge willen meedraaien. “Als het past, dan sluiten we het zeker niet uit”, antwoordt Dante. Jop is het daarmee eens. “Zeker als je ziet hoe de Supercar Challenge is gegroeid qua organisatie. De hele organisatie en de wedstrijdleiding gaat gewoon steeds meer toe naar hoe het internationaal is geregeld. Het aantal auto’s mag nog verder omhoog, maar het zijn er al meer dan in de afgelopen jaren – en dan wordt het voor iedereen leuker om mee te doen.”

Een andere reden waarom het een bijzonder weekend is voor de Rappanges, is dat ze voor het eerst samen rijden. In de historische autosport delen ze vaker een Porsche 904 met vader Rob, maar samen? “Nee, dat hebben we volgens mij nooit gedaan!” zegt Dante. “Mijn laatste keer was met mijn zus in een M2 in de DNRT. Daar hebben we toen wel samen gereden.” Ook Jop moet even nadenken. “Zoals nu, echt een auto delen in een race, nee, nooit, ook historisch niet! Daarom is het ook des te leuker dat we hier samen rijden. We rijden dezelfde tijden en zijn gewoon gewaagd aan elkaar.”

Zou de Supercar Challenge dan een mooie gelegenheid zijn om naast de GT World Challenge vaker samen te rijden? “Ja, zeker!” beaamt Dante. “Internationaal hebben we allebei onze eigen route, dus dan is het leuk om hier samen te komen.” Of dat ook met deze Camaro GT4 gaat gebeuren, staat nog helemaal open. “Het gaat helemaal van de omstandigheden afhangen of we weer iets met Rick en V8 Racing gaan doen”, zo besluit Jop. “En het aantal auto’s in een divisie speelt ook mee: als de GT-divisie van de Supercar Challenge een competitief veld heeft, dan is GT3 natuurlijk leuk om te doen. Maar als de Supersport Plus-divisie zoals nu een vol veld met GT4-auto’s heeft, dan is GT4 misschien wel het leukste.”