Retro: 30 jaar Historic Monoposto Racing - uit liefde voor de formulesport

Tijdens de Tabac Classic Grand Prix op Assen sloot Historic Monoposto Racing haar 30-jarig jubileumjaar af. Dat ging zeker niet ongemerkt voorbij, want met startvelden van dik 30 auto’s had HMR een topseizoen. Een internationaal gezelschap van coureurs doet de gouden tijden herleven van de vroegere Europese Formule Ford-competitie, de EFDA Euroseries. We spraken met Helana van der Wouden, samen met haar man Kees de drijvende kracht achter HMR, over het begin, de afgelopen 30 jaar en de toekomst.
Tekst: Jan-Bart Broertjes
Foto’s: Gerrie Hoekstra & Carlo Senten
Op de verschillende evenementen waar HMR dit jaar acte de présence gaf, in Nederland, Duitsland en België, was de klasse zonder meer een smaakmaker en publieksfavoriet, vanwege het volle startveld, de aantrekkelijke strijd en de aansprekende auto’s. Een monoposto is immers de puurste raceauto. HMR richt zich daarbij op de instapklassen van vroeger: Formule Ford (1600 en 2000), Formule Vee en een enkele Formule 3. Ayrton Senna, Alain Prost, Arie Luijendijk, Damon Hill, Emerson Fittipaldi, Jan Lammers, Michael Schumacher, Nigel Mansell, Niki Lauda en vele andere grote coureurs hebben op hun weg naar de top in een of meer van deze klassen gereden.
Veel van deze historisch belangrijke auto’s zijn bewaard gebleven en racen nu, met veel succes, bij de HMR. Op deze manier blijft een belangrijk stuk racegeschiedenis springlevend. De festiviteiten van het jubileumjaar werden tijdens de Classic Grand Prix op Assen afgesloten met een feestelijke barbecue. Wij maakten van de gelegenheid gebruik om de oprichtster en nog immer drijvende kracht achter deze serie, Helana van der Wouden, te vragen hoe het ooit begon, wat het geheim is, en natuurlijk ook hoe het verdergaat.

“We waren in 1995 hier in Assen, ik denk tijdens het HARC/Eenhoorn-weekend. Jaap Luijendijk had een oude Formule Ford 1600 bij zich en vroeg Kees om hem een handje te helpen. We waren eind jaren tachtig gestopt met de moderne Formule Ford-racerij. Het werd allemaal erg professioneel en daardoor minder gezellig. De onderlinge sfeer waarbij niemand veel geld had en iedereen elkaar hielp om aan de start te verschijnen, verdween. Maar Kees had zijn oude Crosslé 31F nog wel in de hoek staan.”

“Er was een klein groepje historische monopostorijders die regelmatig deelnamen aan het Vrij Rijden bij de HARC. De ene keer zeven deelnemers, de andere keer negen, zoiets. We zaten in de Mickey’s toen een aantal van die mannen naar me toe kwam met de vraag of ik niet als rijdersvertegenwoordigster voor de formuleauto’s wilde optreden. Ze wilden graag meer dan alleen Vrij Rijden, ze wilden racen. Ik nam het stokje over van René Snel, die had het zo druk gekregen met auto’s prepareren, die had er geen tijd meer voor. Ik heb mijn lijsten van begin jaren tachtig erbij gepakt en ben iedereen gaan bellen: heb je de auto nog? Zo nee, waar is hij gebleven? Zo ja, kom je bij ons rijden?”

“Om te racen heb je natuurlijk een licentie nodig, dus ik heb Hans Kitsz gebeld of hij niet een wintercursus voor historische formuleauto’s op poten kon zetten. Het circuit kreeg ik een aantal uren gratis ter beschikking, met dank aan Hans Ernst en Erik Weijers. We hadden natuurlijk met Hans Ernst geracet in de Sports 2000, dus die kenden we goed. Ik had een stuk of tien gegadigden en dankzij ieders hulp kon het allemaal voor een zacht prijsje. In 1996 hadden we onze eerste race met zeven auto’s en vanaf dat moment begon het te groeien. Ik belde met de circuits en de diverse organisaties die een race-event organiseerden. Wat kost het? Wat is dat per rijder? Hoeveel hebben we er minimaal nodig? En als we dat dan niet haalden, dan moest iedereen een beetje bijlappen. In 2000 hebben we er een non-profit-stichting van gemaakt. Ik hou niet van iedere maand vergaderen, je moet snel kunnen doorpakken en toehappen als je een goede deal kunt maken voor de rijders. Natuurlijk peil ik wel de meningen als dat nodig is. Maar als ze niks van me horen, dan weten ze dat het goed gaat. Af en toe ben ik ook lekker eigenwijs en ook dat weten ze.”

“Ons logo is ontleend aan dat van de European Formula Drivers Organization, de club die in de seventies en eighties de Europese Formule Ford-wedstrijden organiseerde. We kwamen de organisator daarvan, Dan Partel, een keer tegen op Colmar-Berg. Hij vroeg me om daar de bekers van de Opel-Lotus=klasse uit te reiken. Ik heb hem meteen gevraagd of we het logo mochten gebruiken. Toen kon hij geen nee meer zeggen! Met technische hulp van Jaap Luijendijk hebben we de oude reglementen opgezocht, die vormen nog steeds de basis van ons huidige reglement. Een HTP is niet nodig, want de historie van de auto’s is bekend. En voor dat geld kun je een sloot benzine kopen! Na het overlijden van Jaap Luijendijk in 2005 hebben wij in overleg met de familie de ‘Jaap Luijendijk Trofee’ in het leven geroepen, waarbij elke rijder uit iedere divisie elk jaar kans maakt om hiervoor in aanmerking te komen overeenkomstig een staffeltabel.”

“Technische onderdelen zijn goed te verkrijgen, al worden de Ford Kent-blokjes uit die periode van de 1600’s wel schaars, maar tegenwoordig worden er weer Kent-blokken geproduceerd op basis van de originele specificaties van weleer. We hebben een bandenreglement, bij tien races maximaal tien nieuwe banden per jaar. Dat handhaaft zichzelf, het is een gentlemen’s agreement.”

“De sfeer en het respect onder de rijders zijn de belangrijkste pijler onder het succes van HMR: respect op het circuit voor elkaar en elkaars materiaal, en gezelligheid in de paddock. Ja, er wordt geracet, maar niet om het wereldkampioenschap. Van elke coureur wordt verwacht dat hij zich op het circuit eerlijk gedraagt. Het zijn allemaal privateers zonder sponsoring. De meesten van ons slapen in de paddock, sommigen in een tentje. Op dure schades zit dus niemand te wachten. Sowieso rijd je bij ons op uitnodiging. Als blijkt dat je het niet begrijpt, dan sturen we je niet weg, we vergeten je voor de volgende race uit te nodigen. Maar dat komt eigenlijk niet voor, iedereen zit het er hetzelfde in en begrijpt onze doelstelling.”
“De bouwjaargrens hebben we na ruim 25 jaar verlegd. We hebben nu twee divisies voor de 2-liters, pre-’82 en pre-’90, en voor de 1600’s hebben we er nu drie, pre-’74, pre-’82 en pre-‘90. Ik heb er lang over nagedacht, vond het spannend, maar het heeft goed uitgepakt. De Marcel Albers Memorial Trophy hebben we tien jaar geleden overgenomen van Nelson Valkenburg. Ook de organisatie daarvan vraagt een hoop, maar het lukt elk jaar, in samenwerking met de organisator van de MAMT, het Circuit Zandvoort, weer en geeft elk jaar weer een goed gevoel. Ik stop er samen met Erik Weijers en Menno Weeda heel veel energie in, maar ik weet niet beter, dat gaat vanzelf. Als je iets doet uit liefde, uit passie, dan kost het eigenlijk geen energie. En als er dan zoals dit weekend meer dan 30 auto’s op de baan zijn, dan geeft dat me veel voldoening, nog steeds.”

“Wat we gaan doen in de toekomst? We gaan gewoon door op deze weg. We zijn intussen al volop in gesprek met de diverse organisatoren van race-events over de kalender voor 2027.”
Meer informatie:
www.monoposto.nl
www.facebook.com/historicmonopostoracing